Nieuw nummer Extaze : ‘Literatuur die het podium betreedt’

Donderdagavond 2 maart, was de presentatie in de Houtrustkerk in Den Haag
De nieuwe Extaze is verkrijgbaar vanaf 1 maart

E X T A Z E   B E S T E L L E N

cover Extaze 21

ESSAYS
Literatuur komt niet alleen tot ons in geschrifte. We horen literatuur op
uiteenlopende podia: waar revues of musicals worden uitgevoerd,
waar muziektheater te zien en te horen is, waar cabaretiers en podiumdichters hun zegje doen, waar zangers teksten zingen die bedoeld zijn om er goed naar te luisteren.
(Tekst)dichter Nico van Apeldoorn ontmoet zijn collega Lennaert Nijgh (1945–2002) in diens songteksten. Cabaretier Fred Florusse herkent het poëtische talent van de komiek Johan Buziau (1877–1958). Historicus Dick Brongers neemt de lezer mee naar de revue tijdens en rond de Tweede Wereldoorlog en weegt de teksten die de artiesten in die periode ten gehore brachten. Didi de Paris erkent de schatplicht van zijn (en veler) podiumdichterschap aan de Antwerpse dichter Gust Gils (1924–2002).
In zijn essay ‘Bertold Brecht en de Eerste Wereldoorlog’ vermeldt Wim Michiel
dat Brecht (1898–1956) al vroeg in zijn carrière de behoefte voelde
om zijn teksten ook op het podium te (laten) vertolken.

KORTE VERHALEN
Gert-Jan van den Bemd
Chris Ceustermans
Kristien De Wolf
Hans Depelchin
Luuk Imhann
Heidi Koren
Liedewij Vogelzang
Theo van der Wacht

GEDICHTEN
Naomi Duveen
Dorien Dijkhuis
Els de Groen
Hanz Mirck
J.V. Neylen

BEELD
Lies Van Gasse

Gepost in Home | Getagged , , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Erdogan – De Bello Turcico, door Manuel Kneepkens

Ik wist niet dat het woord Barmhartigheid
zo karmijnrood was
zo mediterraan gloeiend van huid

Ik wist niet dat de Barmhartige (Ar Ramaan)
twee kleine borsten had
alsook een hoffelijke schoot

En ik wist niet, dat zij hokte
boven de halal slager in de Lusthofstraat

             O, Lof der Zotheid…

Ik, Erasmus’
Muze
L
man
Ik wist dat niet! Ik las de Bello Turcico

              de Turkenkrijg

O, Erdogan! O, Erdogan! Doe mij maar Turks Fruit!

Gepost in Geen categorie | Plaats een reactie

Drie warmmakers voor Extaze 21:

Het Spaarne stroomt, het Spaarne stroomt,
het Spaarne stroomt voorbij

Over de teksten van Bert Vissers (Bender)

Bender

Extaze 21 met als thema ‘literatuur die het podium betreedt’ staat op uitkomen.
In dit nummer verdiept schrijver en (tekst)dichter Nico van Apeldoorn zich in de songteksten van Lennaert Nijgh (1945–2002).
De laatste regel van zijn essay luidt:
‘Laat ik het toch nog maar eens zeggen: volgens mij hoort Lennaert Nijgh thuis
in het rijtje van de beste Nederlandse dichters van de twintigste eeuw.’
Van Apeldoorn gebruikt hier het woord ‘dichters’ en niet ‘tekstdichters’ omdat hij de songteksten van Nijgh tot de poëzie rekent. Liedteksten kunnen daar dus onder vallen.
Te vaak hoor je verkondigen dat er in Nederland na Nijgh (en Jaap Fischer) geen gelijkwaardige tekstschrijvers zijn opgestaan. Bij een dergelijke opvatting wordt waarschijnlijk uitgegaan van de commerciële popmuziek waarbij het ‘luisterelement’ er zelden of nooit toe doet. Wie buiten dit gebied treedt, kan nog altijd juweeltjes vinden.
Vorig jaar verraste de postbode de redactie van Extaze met een pakje, waarin zich dit keer geen roman, verhalen- of gedichtenbundel bevond, maar een cd van een groep uit, jawel, de stad waarin Lennaert Nijgh was geboren en getogen (en waar nog steeds Jaap Fischer woont): Haarlem. Een cd bestemd voor een literair tijdschrift? Ik luisterde en hoorde dat het Spaarne stroomde in de muziek en in de woorden. Bender heet de groep die deze muziek maakte, Bert Vissers heet de tekstdichter en ‘Broos’ heet de cd.
Wat zo bijzonder is aan Nijgh’s teksten horen en lezen we (in het cd-boekje) hier terug. Versregels die inhoudelijk en ritmisch in elkaar overlopen als in een rustig betoog. Ik voeg het adjectief ‘rustig’ toe omdat de emoties in de teksten niet worden opgeroepen door een opgewonden stem, maar door de woorden en woordcombinaties zelf:
‘Als je morgen wakker wordt, dan zal ik je vertellen dat wij het allemaal hebben gedroomd, omdat het heel eenvoudig niet waar kan zijn. Zie je dat niet?’ (‘Zo mooi’)
Zoek de vijf versregels: je vindt ze niet.
De emotie in het nu volgende couplet…
‘Op het water drijven koffers en iedereen lijkt bang, kom alsjeblieft dichtbij,
echt het duurt niet meer lang.’ (‘Het komt goed’)
…wordt ingehouden door de toon van de ‘toespreker’, die misschien niet gerust kan stellen, maar op zijn best de angst kan bezweren.
Een nummer dat ik wel tien keer achter elkaar heb laten rondgaan in
mijn cd-speler heet ‘Tante’.
Het gaat over een bezoek aan een oude tante die het allemaal niet zo precies meer weet en converserend met haar bezoek (haar neef) vervalt in herhalingen, die de tekst zonder nadere uitleg betekenis geven en de ruimte binnen de vertelling klein houden.
‘Wat fijn dat je langskomt, dat je even bij je oude tante langskomt, ik had het niet verwacht. Hoe laat is het nu? De klok staat stil, de wijzers wijzen aldoor dezelfde tijd maar aan. Was het druk op de weg? Kon je weg van je werk? De buurvrouw boven is gisteren gecremeerd. Wat fijn dat je langskomt, had ik dat al gezegd? Wil je een koekje? De trommel zit nog vol. Hoe is het nu thuis, hoe gaat het met je vrouw en gaan je kinderen nog naar dezelfde school? Die kaart is van je nicht, ze schrijft me elke week en denk maar niet dat zij dat ooit vergeet. Die honderd jaar waren zo voorbij, zoveel sneller dan de dag van vandaag nu. Weet jij hoe laat het is? Alle mensen die ik ken die zijn al jaren dood, maar lieve God, wat is het buiten prachtig weer. Hoe is het met je vrouw en hoe gaat het met je nicht? Had jij nu eigenlijk kinderen? Ik ben bang dat mijn moeder
mij straks niet meer herkent.’
Mooi door het geluid van de opname (Mattie Poels), de perfect acterende stem (Bert Vissers), het rustige arrangement met gitaar (Bert Vissers, Tom Bak) en de na twee coupletten inkomende piano (Mattie Poels).
Ja natuurlijk, het is er nog.
(www.bendermuziek.nl)

De presentatie van het nieuwe nummer is op 2 maart,
Extaze 21 is verkrijgbaar vanaf 1 maart.

(cg)

 

II

 Theo van der Wacht

Waarheen

Geïnspireerd door het thema van Extaze 21 schreef Theo van der Wacht het stuk ‘Waarheen’, een zwarte komedie, waarvan een fragment in Extaze 21 werd opgenomen.

Lees hier: ‘Waarheen’

 

III

Kristien De Wolf, Geen Cava

In Extaze 21 en 22 zullen korte verhalen van Kristien De Wolf worden geplaatst.
Hier alvast een voorproefje van haar bijzondere stijl: ‘Geen Cava’

Lees hier: ‘Geen Cava’

 

Gepost in Home | Getagged , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Onthulling cover Extaze 21

 

Film cover Extaze 21 from els kort on Vimeo.

Vertoond tijdens de presentatie van Extaze 21 in de Houtrustkerk op 2 maart 2017.
Coverontwerp en film: Els Kort

Gepost in Home | Getagged , , , | Plaats een reactie

«Stilistisch prachtig (…) volkomen eigen geluid.» – Jos Radstake over ‘Stromen die de zee niet vinden’

CoverStromenvoorDef.inddOver ‘Stromen die de zee niet vinden’ van Rob Verschuren voor NBD | Biblion, 28 februari 2017:
(…) De verhalen die hier verzameld zijn (…) spelen zich overal op de wereld af. Ze trekken zich niets aan van grenzen, maar telkens is er een zacht gevoel van melancholie, waar ook ter wereld. Vroegere illusies moeten in deze verhalen overboord gegooid worden, verwachtingen komen niet uit en ook is er het ouder worden waardoor de dingen niet langer zijn wat ze leken. Er zijn zoektochten naar geluk. Soms hebben de verhalen de structuur van een raamvertelling; iemand vertelt een verhaal, er is een ontmoeting of iemand wordt aan een ander opgedrongen. Soms wordt er tegen ‘de’ werkelijkheid aangeschopt, maar altijd is er de milde melancholie vanwege verwachtingen die niet waargemaakt zijn. Een mooie bundel, stilistisch prachtig, vol rusteloze verhalen. Niet voor niets wordt Slauerhoff genoemd op het omslag, maar ook andere grote schrijvers worden in herinnering gebracht. Toch heeft deze bundel goede verhalen een volkomen eigen geluid.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Stromen die de zee niet vinden’
Meer over Rob Verschuren op de website van Uitgeverij In de Knipscheer

Gepost in Extaze-reeks, Home | Getagged , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Persoonlijkheidsmarketing, door Christian Oerlemans

Lang geleden in de jaren zeventig van de vorige eeuw maakte ik reclame voor Saab. Het was een klein eigenwijs merk waarvan je de fans voornamelijk vond onder abonnees van Arts en Auto, de Hoefslag en het Notariaat Magazine. Dit veranderde met de komst van de Turbo, de overwinningen van Zweedse rally held Stig Blomquist en onze reclame die we messcherp afstemden op de (potentiële) fans. Wie waren dit en hoe hen te bereiken. Wij hadden een onderzoek-model ontwikkeld om ‘persoonlijkheden van merken’ in menselijk-emotionele termen te omschrijven. Meneer Saab bleek een eigenwijze intellectuele individualist, een man (nee zeker geen vrouw) met een vrij beroep en tegendraadse meningen. We maakten dus intellectuele tegendraadse autoreclame, bijvoorbeeld een kop: “100 tot 0 in 6 seconden” waar andere merken pochten over hun 0 tot 100 prestaties. Saab werd in Nederland, procentueel groter dan in welk ander land. Het was het merk waarmee je kon laten zien dat je conventies aan je banden lapte, bijvoorbeeld geliefd bij D66 stemmers(van Mierlo en geen Pechtold).

Zo kom ik bij politiek, fans en verkiezingen. Wij definieerden doelgroepen naar profielen van “fans”, mensen die tot tandenknarsen toe verknocht zijn aan hun “helden”. Denken we meestal aan popartiesten of voetbalclubs of Youp van t Hek, maar ook ‘merken’ zijn helden. En niet te vergeten politici! Met ons ‘persoonlijkheidsonderzoek’(*) konden we Fans van merken als Saab, de Hema, Autogas of Centraal Beheer behoorlijk profileren. Je zag ze voor je. Probleem was om ze gericht te bereiken.

Nu veertig jaar later is dit probleem opgelost door social media als Facebook (o.a.). We hebben nu Big Data. We hoeven geen mensen meer op te bellen, om via een vragenlijst met projectietechnieken de emoties te achterhalen achter hun keuzes. Iedereen laat nu voldoende digitale sporen na van zijn/haar gedrag, via social media, mobiele telefoon, via Googelen en liken.

Persoonlijkheidsonderzoek werd populair in de jaren tachtig, zowel wetenschappelijk als commercieel. Psychologen ontwikkelden het OCEAN model: Openness, Conscientiousness, Extraversion, Agreeableness, Neurotism. Dit is het standaardmodel geworden in de psychometrie. Probleem was (en bleef heel lang) dat het een ingewikkeld kwalitatief onderzoek vergde om mensen op basis van deze vijf kenmerken te identificeren. Wij werkten met gedragsvragen die je nu via Facebook kunt beantwoorden, bijvoorbeeld wat vind je leuker schaken of bergbeklimmen, hou je van dieren en zoja welke (aaibaarheid, agressiviteit, angst), hou je van Lady Gaga of van Willeke Alberti? Ook als je geen psychologie hebt gestudeerd snap je waar dit heen gaat. Allemaal heel leuk en spannend totdat je de enge kanten ervan begint in te zien. Het lijkt namelijk een spelletje. Kijk maar op discovermyprofile.com van de Cambridge University (ja heel betrouwbaar). “Choose a test or category to begin discovering your psychological profile..” Met deze aanmoediging haalt de afdeling psychometrie van deze oude universiteit via Facebook een vracht gegevens binnen. Honderdduizenden argelozen voeren de tests uit, in de vorm van een online quiz, een spelletje.

Nu kom ik bij Michael Kosinsky.

Kosinsky

Kosinsky werkte samen met David Stillwell bij het Psychometrie Centrum van Cambridge University. Stillwell had in 2008 de MyPersonality-app bedacht en samen bouwden ze hiermee een enorme dataset op, die ze combineerden met andere data die online via social media over mensen verkrijgbaar is. Ook de mobiele telefoon biedt een actuele bron van informatie. Big Data. Op zich een hutspot aan gegevens, maar we hebben nu algoritmen om de weg te vinden in datastructuren. Door massa’s datapuntjes te linken kunnen we behoorlijk nauwkeurige voorspellingen doen over menselijke gedragingen. Kosinsky zei dat hij met 300 Facebook likes meer aan de weet kon komen over iemand dan diens (bed)partner ooit zou weten. Het beangstigende begint al in zicht te komen. Geen wonder dat hij – de naieve wetenschapper?- gebeld werd door een zekere Aleksandr Kogan van Strategic Communication Laboratories, die graag – tegen ruime betaling – toegang wilde tot de MyPersonality database. Wie of wat was Strategic Communication Laboratories?
“The leading supplier of Information Operations, Strategic Communication and Public Diplomacy services to governments and military clients worldwide.”.
En verder: “A strategic communication centre puts influence, control and power back into the hands of the government and military. It is an essential component for Homeland Security, Conflict Reduction, International Public Diplomacy and un-mediated Government communications. Over the last 15 years the military use of Psyop has saved thousands of lives on both sides of military conflicts. In the future, conflicts may well be resolved on the global media stage, so that direct action becomes an unnecessary tactic.”

SLC is een conglomeraat van bedrijven die betrokken zijn of waren bij verkiezingen in allerlei landen van Oekraïne tot Thailand en Nigeria. En in 2013 ontstond een bedrijf dat zich specifiek richtte op beïnvloeding van de Amerikaanse verkiezingen: Cambridge Analytica.
Kosinsky vertrouwde dit niet, sprak erover binnen de Universiteit. Hadden ze zijn model nagemaakt, gestolen, buiten hem om verkocht? Ruzie dus met gevolg dat hij vertrok en verhuisde naar Stanford in Amerika. Volgens mijn informatie verdween Aleksandr Kogan naar Singapore waar hij nu Dr Spectre heet (Special Executive for Counter-intelligence, Terrorism, Revenge and Extortion).

In 2015 blijkt dat Cambridge Analytica werkt voor Leave. EU van Nigel Farage. Het bedrijf onderzoekt persoonlijkheidskenmerken van Britten die uit de EU willen, zodat er in de politieke campagne met ‘micro targeting’ kan worden gewerkt. Het model dat Kosinsky in zijn wetenschappelijke enthousiasme heeft ontwikkeld kan nu politiek worden gebruikt als mensen-zoekmachine. Wie zijn de (potentiële) Brexit fans, hoe selecteren we die om te winnen. Terwijl ‘gewone’ kwantitatieve onderzoeken vertellen dat het met de Brexit zo’n vaart niet loopt, wordt er onder de radar op een ongelofelijk slimme en manipulerende manier stemmen geronseld.
Het begint op een thriller te lijken: in september 2016, vlak voor de Amerikaanse verkiezingen, betreedt Alexander Nix, CEO van Cambridge Analytica, het podium tijdens een Economisch Forum voor internationale beleidsmakers. Hij vertelt dat zijn bedrijf al anderhalf jaar werkt voor de Republikeinen, voor Trump. Hij veegt de vloer aan met het klassieke denken in doelgroepen, zoals alle vrouwen, of alle etnische Amerikanen. Hij beweert dat Cambridge Analytica de persoonlijkheid van elke volwassen Amerikaan heeft geprofileerd. Geen demografie, maar psychometrie, gewoon alle beschikbare informatie verzamelen over het gedrag van mensen (in Amerika zijn deze data vrij eenvoudig te koop) en deze Big Data verwerken volgens het OCEAN model. Hij is er erg open over. Erg zelfverzekerd ook. Vrijwel elke boodschap die Trump twittert, is gedreven door Big Data – zegt Nix. Trump schijnt een digibeet te zijn, maar met behulp van een smartphone werd hij president.

Het enge van dit verhaal is dat mensen kunnen worden opgezocht en geselecteerd via de digitale sporen die ze –ook onbewust- overal achterlaten. Met deze Big Data kan de persoonlijkheid worden achterhaald: wie staat open voor verandering en vernieuwing, wie is dogmatisch, wie is angstig, onzeker, wie is zwijgend boos, wie is jaloers, wie haat autoriteit of wil juist een strenge leider. In deze digitale wereld is gepraat over algemene Normen en Waarden nutteloos, want iedere persoonlijkheid blijkt er eigen normen en waarden op na te houden. Daar kunnen we nu achterkomen. Foldertjes uitdelen, debatteren op televisie, het is allemaal aardig, maar wéten wie je (potentiële) fans zijn en die met een psychologisch scherp geslepen boodschap één-op-één te pakken nemen, dat is minder aardig maar heel erg effectief.
Om terug te komen op Saab: het bleek dat een voorliefde voor bepaalde oer-Amerikaanse automerken al een goede indicator was voor potentiële Trump-stemmers.

(*) Persoonlijkheidsonderzoek ontwikkeld samen met psycholoog en partner John Coffeng. Veel informatie voor dit verhaal verkregen via Motherboard/Vice.com.

 

 

 

Gepost in Column Oerlemans, Home | Plaats een reactie

Geen Cava, geen light, Kristien De Wolf

(Uittreksel uit het boek Stof)

Jaren gingen voorbij, snel en geruisloos. Dag na dag hadden wij de tijd gedood, efficiënt en zonder tastbaar resultaat. We hadden geen kinderen, geen fotoalbums om in terug te kijken, alleen een huis. De zon bleef rond de aarde koersen, onverstoorbaar meer van het zelfde brengend, verraderlijk vretend aan ons welzijn en onze dromen. Zelf had ik er maar één, en die gold Ava’s geluk, maar ook die droom leek elke dag minder te zullen uitkomen.

We vierden Nieuwjaar gewoon thuis, voor de televisie, met eten van de Blauwe Poort. Inmiddels hadden we een ander exemplaar dan vroeger, met een groter, vlakker scherm. Ik keek naar Ava op wier gelaat de jaren en haar levenswandel uitgetekend stonden. Ze was nog steeds knap op sommige momenten, zoals nu, maar droefheid had onmiskenbare sporen op haar gezicht nagelaten. Toch was onze stemming tamelijk vrolijk. We spraken al weken over de millenniumbug en hoopten luidop op een grote sensatie, op het einde van de wereld. Ze zou er niet om geven, zei ze. Een algemeen onontkoombaar einde van alles en iedereen.
‘Een elegantere exit bestaat er niet, Sieg. Als ik me mijzelf voorstel terwijl ik in mijn doodskist lig, dan moet ik zeggen dat dat er vredig uitziet.’
‘Je gaat niet dood wanneer je wilt hoor,’ antwoordde ik.
‘Zo erg zou dat toch niet zijn, Sieg. Ik ben tevreden. Er is niets waar ik spijt van heb. Nu is net zo goed als ieder ander moment.’
Voor Ava zou het een bevrijding zijn om onder de vermoeidheid uit te komen en alles te vergeten, als ze maar kon weggaan zonder schuldgevoel. Ik had mijn eigen redenen om hierin mee te gaan en stiekem te hopen dat het er inderdaad mee gedaan zou zijn, zo dadelijk. Mijn verzuchting lag echter helemaal anders dan die van Ava. Ik hoorde hier immers hoe dan ook niet thuis. Op deze aarde was ik een zonevreemd voorwerp. Het leven had mij niet verwoest zoals het dat met Ava had gedaan, ik was er zelfs nooit aan begonnen. Ik had hier nooit moeten zijn. Dat was het gevoel dat ik steeds meer had. Mijn materiële leven was vanaf de start een misrekening geweest, een miscast, slechte timing, het verkeerde toneelstuk.
Er gebeurde echter helemaal niets. De millenniumbug werd niet ontketend. De wereld verging niet. We hadden allebei laptops en klapten die om vijf over twaalf open om te zien of ze nog leefden. De toestellen startten op zonder de minste moeite. We keken elkaar aan met zekere spijt. Toen moesten we lachen. Zoals in de mooie oude dagen sloeg er een vonk over, en we vonden elkaar in een enorme ontlading van spanning. We lachten en lachten.

De volgende dag namen we een laat ontbijt met alles erop en eraan. In de keuken was het aangenaam warm, wat extra gezellig is met regenachtig en grijs weer. Het leek alsof we een besluit genomen hadden. De hoop op een ex machina-verlossing was vervlogen, en dus maakten we er maar het beste van met gekookte eieren, gerookte zalm, witte toast en echte roomboter, geen light, allemaal die ochtend pas gehaald. Ik voelde me nog fris van de korte ochtendwandeling door de slaperige stad. Onze stadsgenoten lagen nog bij te komen van de zware feestnacht, maar wij waren al op en buiten geweest, en dat gaf mij een wonderlijk gevoel van plotse vitaliteit. Ik zag er ook iets van weerspiegeld bij Ava, die drie zachtgekookte eieren en vier toast met zalm en peterselie opat. We dronken een goede fles champagne bij het eten, geen Cava.

Gepost in Essays, Proza | Getagged , , , | Plaats een reactie

Waarheen, Theo van der Wacht

There will be nonsense in it
Lewis Carroll

W A A R H E E N

sea

De valreep. Houd je vast! Dit hier bungelt aan geen touw, raakt schip nog wal. Ben ik degene die naar houvast taalt, zijn raasdonders linkt aan.. plankenkoorts? Waarop loopt dit uit? – Buikloop? S.O.S? Zwemvest? Reddingboot?

De tremor van de zee verdicht op een onzichtbare gitaar.
Decor: een schip dat oprijst uit een golfdal. Het alarm loeit aan. Het voetlicht pint een
losgeslagen boei of mijn, het spookbeeld van de kapitein. Wij delen het gevaar. En staan
wij even stil bij een drenkeling of een cycloon, stoplap en rijm houden koers en de vaart er prozaisch in.
De kapitein bedient zich van de affuit.
– Attentie regissseur!
De scheepskapel schiet in postuur. De dirigent kondigt Watermuziek aan. Zeetjes belagen
het toneel. Lichtmatrozen zoeken been om op te staan. Spitzen van karton. Zuidwesters
van papier. Onze prima donna danst de pirouette van de eeuw. Ons kompas totaal van
streek, tolt in de rondte als een vaan. Waarheen kompaan? Oost Noord West Zuid?
De Vliegende Hollander achterna?
Langszij meert de fluisterboot van de souffleur, en ook de dramaturg schuift bij ons aan.

Windstilte als tussenspel. De uitkijk meldt Land In zicht. Stuurman en ik turen over de
oceaan, zijn het gauw eens, de berg die daar opdoemt is Bibelebonts, ofwel we liggen
pal op koers. De choreografie vergast ons op een potvis, eentje die echt spuit. Dansers
beelden tritons en dolfijnen uit. Applaus. De zaal gaat volledig uit zijn dak, stamt
terloops zijn voeten droog. Waarom vertrouw ik mijn oren niet?

De decorateur verrast ons met een antiek tafereel.
Een panfluit begeleidt een centurio op het toneel.
De zaal muistil. Maar de Romein is niet te verstaan.
Iemand fluistert: – Die is vast van het andere Latijn.
Wie meent dat dit overwaait, koestert ijdele hoop.
Wat te verwachten was, er gaan mensen op de loop.
Gevloek, gestruikel, en gedoe. De regisseur verbluft:
– Vrienden, dit staat niet in de script. Pan? die is al tijden dood.
Maar stel dat iemand God verstond.
– Techniek! Doek en pauzelichten alsjeblieft!

Let go!, terwijl het anker valt voor een volgestroomde zaal, wissel ik die Romein om
voor een Kelt, en is Gaelic nu de taal die men op het eiland dat we aandoen spreekt.
Als gepland staat er een banneling als gids voor ons gereed. Het orkest speelt Music in
a while
. Een haag van prikkeldraad, hoe zet je die geloofwaardig op de planken neer?
Zo’n strafkolonie van het laatste uur.. Als de bliksem gaat onze paukenist nu als een
donderstraal te keer…. Nee, geen pastorale van weleer, geen Orpheus tokkelend op
zijn lier. Resteert ons nog de vraag: waarheen, met al die bombarie van vandaag –

Wij die flanerend als toeristen verveeld een stad bezoeken. Het gemengd Matrozenkoor
rept van een basiliek in nood. Zon weerkaatst in het glas- in- lood, en zie, het kruisbeeld
voedt de P van penitent, die de gevoelens brandend houdt.
Ballet: de zonde gaat in rook gekleed.
– Godlief wat dwaal ik af. Souffleur help me op het goede pad, om selfies zit geen mens verlegen, behalve zij die wij het maar vergeven, om zo onbevreesd de dingen af te wachten die niet komen willen, als het hek dat voor geen wandelende Jood te hoog is, dat sprankje hoop voor wie nu leeft. O, deze ongelovige die brood en wijn doorziet als aalmoes en azijn, waar onze bas de Jezus opeist, de hoofdrol in dit lekenspel. Mes op de keel, en luister goed, de hagenpreek stormt ons uit het verre duister tegemoet. Geen nieuw geluid, geen eens of toen. Een roos werd immers nooit een zoen. Ongeloof wist het bovenaardse van dit ogenblik, een decoratieve regenboog.
De schrijver dezes zit verbijsterd toe te kijken en te luisteren in de zaal. Zijn dat mijn woorden, mijn beelden, mijn muziek, is dat mijn taal? En die houten klaas van een acteur? Waar bleef de zeebonk, de kaperkapitein, de man van V.O.C en zessen klaar? En die mijlpaal? Geen touw aan vast te knopen, geen Gordiaan om te vertrouwen, ons droomschip dreigt zelfs op een zandbak vast te lopen, een raadsel hoe dat kan. Maar soms weet jij het ook als auteur niet meer, speel je uit bittere nood leentjebuur bij de antieke literatuur. Hoop je dat je in dat labyrinth de draad niet uit het oog verliest, en zo een schrijversblok ontloopt.

Laten we ons nu niets inbeelden, sust de regisseur. Ik bied je wieken aan, een helikoperblik over het totale schouwtoneel. En subiet daagt er een café. Dit dranklokaal geurt naar bier van deur tot hier. Het zit er vol met schuim van nabije zee en verre oceanen. Zuipen op het geluk. Prut. Skol. Prosit. Uit de jukebox kreunt een bandoneon. Mijn lichtmatroos wordt bij de arm genomen door een travestiet. Rosa is de naam, wie kent haar niet.
– Zij maken ongekende passen. Ze dansen onmogelijke figuren. Ze besturen de tango van vandaag.
De tango die ik nooit zal leren.
Rosa Rosae Rosam.

De kapitein: wie heeft er zin om naar de schouwburg te gaan? Nou? Okay, zullen we dan maar, want wie is er nu niet benieuwd naar het spektakelstuk, dat als Gesamtkunstwerk een Oscar won? Blijft onze zorg, hoe krijgen we de begroting straks weer rond. Het grote publiek verkiest nu eenmaal voetbal boven Brahms, een parenclub in plaats van het toneel, Pink Pop boven Kind of Blue. Maar weet, wij als bestuur laken de bonuscultuur,
een subsidietje prima, maar concessies, nee!, geen deal met de gouddelvers van de reclame en tv.
– Bingo! Wij voeren Koning Midas ten tonele, en gunnen onze gastacteur en de grimeur de vrije hand, ten faveure van de regisseur en Pennewip van een auteur.

Als decor een spiegelgalerij. De kapitein geïrriteerd tot mij: – Kijk! Die twee daar, dat zijn wij. Een verborgen camera? Worden we life gefilmd?
– Zeg cineast, waar leidt dit allemaal toe? Dus bezoeken we nu een plantentuin. De bijtjes zoemen af en aan, een violist vertolkt de bumble bee, de bloemetjes raken in the mood, verzinnen zelfs een kolibri… Daar oogt onze prima donna een strijkplank bij, die aapt spagaat een vlinder na, en balt onder een open doekje de vuist die voor mij is bedoeld.

Een luchtgeest? Nee, dat moet verbeelding zijn geweest. Maar misschien is er storm op
komst. Ik laat de anderen even in hun waan, neem poolshoogte aan boord of alles zeevast
is gesjord. Er ontbreekt werkelijk geen steek, en dus is er nog tijd genoeg voor een douche.
Die afwisseling van koud en heet, dat swingt:

Ik ben de muze van de pure jazz
Ondanks country, soul en rock
ging mijn be-bop nooit op de fles
De blues zing ik immer nog in bes
Ik ben oud maar niet de jaren zat
Draai al zestig jaar swing op vinyl
Mijn platen tonen almaar fraaier
hun schorre klank, als fan weet ik
De pure jazz houdt eeuwig stand…

Pauze. In de foyer slurpt het publiek de koffie inclusief. De troep en het ballet
bekomen van de mise-en-scène. Uit het kabelgat klinkt hoongelach.
– Ach, kennelijk zijn die artiesten weinig gewend. Geen zeebenen als wij, en als het
even tegenzit, weten ze geen raad, zaait men al paniek. Maar wat als de smaak
verandert en jij niet? Trouw publiek is langzaamaan vergrijsd. Kijk om je heen.
De zaal stroomt aardig vol. Jeugd? Die bekijkt /bereist de wereld digitaal, YouTube
brengt hem/haar in a minute nergens en overal naar toe. – Homerus en Shakespeare?
Kunnen beiden makkelijk op A4, onberijmd een klus van hooguit een kwartier, en
waarom niet, al die sterren van weleer verbleken bij die van vandaag, nu is koning
voetbal baas op de Olympus, stroomt het geld als water naar de slimste plaatsen,
staan bouwmagnaten cool te dringen bij ruïnes, is Jezus Christus heel ver van gisteren,
je bent voor Ronaldo of voor Messi, en de wapenindustrie moet roken, anders
verdampen de pensioenen. Bankiers, bestuurders, artsen en advocaten, in farmacie
en bier is het vorstelijk beleggen, en sport en oorlog prima te fuseren tot een lucratief
verzetje. Mensen? Dat onkruid plant zich sneller voort dan menig god kan wensen.

Decor de aardbol, die zich heeft vermomd als platte kaart. De tenor zingt: je komt er
nooit vanaf, geen lijn wijst ons de weg, geen kromme die ons redt.
– Protest. Het orkest steekt vuurwerk af, en het ballet stuurt zigzag door een mijnenveld.
De sopraan in zwijm. Een voetnoot tegen dit kunstgeweld. De robot op mijn smartphone
staat voortdurend op stand by. Op Twitter wordt toevallig net een scheepsarts afgemaakt.
Wee de allesziende blik, die zelfs onze dromen binnendringt. Krochten waarin verlangens
smeulen, stille onuitgesproken woorden, wapens tegen het verdringen. Robot spreekt als
hij op dreef is, mij bij elke leugen tegen, kijkt ook niet weg als ik het privaat bestijg of
anderszins.., wat door de censor werd gewist.
– Van slag?
– Nee.
Soms geloof je zelf niet wat je schreef. Robot heeft aan geveins een broertje dood, voor mij als schrijver is dat beleg op het dagelijks brood, ik die het gekoer op mijn balkon al als orakel duid:
Roekoekoe, Amabilis Columba, mijn geliefde duif.

Tip: vermijd als auteur het voetlicht. Praalhans staat niet in het manuscript. Ergernissen?
– De toneelknecht die kortsluiting alarmeert, waaruit Stokebrand (Satan?) een brandje sticht, hooligans oproept, het toneelveld met zwaar vuurwerk bestookt.
Heavy Metal wakkert de vlammen aan. Witheet hardstaal.
– Kalmte kan u redden, predikt onze dirigent.
– Waarheen?, brult de decorateur.

Lichten dimmen, terwijl het gaat stormen op de planken. De spanten kraken. Het ballet
zeilt mee. De haren van de regisseur verwaaien. Koor zet ad libitum een strijdlied in: hoogbejaarden sluit de rijen. De zaal veert op, zingt mee in vele talen. Het decor kleurt
roze. Sirenes loeien. Jongeren zetten het op een lopen. Vertrapte rollators en prothesen.
Ouderen doen het langzaamaan.
– Een stervende zwaan?
– Nee! Onze prima donna kan op geen been meer staan.

Die bergen daar, dat zijn geen bergen, enkel deze grot is waar. Onze gids heeft zich als Kelt verkleed. Het meeste van wat hij ons vertelt, gaat langs mij heen hier in het duister, een
‘hemel zonder sterren’, een overbekende. Dante A. dichtte er schone bange verzen over,
streng als wij ze niet meer schrijven. Onze gids oogt sjofel, heeft weinig weg van een
geleerde. Men tapt uitsluitend Irish coffee in het veerhuis, het is ook inbegrepen. Na een
plas wacht ons het pikkedonker, geen schim voor ogen. En stap voor stap, of is het woord
voor woord, neemt het ballet nu resoluut het voortouw over. De tenor paniekt:
– Schiet toch een beetje op. We moeten terug zijn voor de avond valt.
– Pauze, verbetert hem de dirigent, die zelf nog worstelt met zijn partituur. Hij is duidelijk een tikkeltje overstuur.
– Orpheus in de Onderwereld, suggereert de eerste violist.

– Waarheen? Is voor mij nog steeds de vraag. Er staat niets over in het draaiboek. Wie hiervan schrikt, haakt nu maar beter af.
– Kijk voor je!, sist de souffleur.
– Dat dit geen snoepreisje is, staat onder de hand wel vast.
Onze gids wisselt soms van idioom, hopeloos, het lijkt wel of ik het allemaal droom. Die
vrouw daar, haar ken ik ergens van, uit de krant of van het toneel. Zij overleed zover ik weet,
begin dit jaar. En hoor ik daar nu Cockney Engels? Maar wat ik al dacht, ze zien me gewoon niet staan. Gids gebaart Trek het je niet aan, het is echt geen kwade wil, en onderwijl licht hij een sluier op, van droomstof, neem ik aan.
– Speciaal voor jou, een handige vertaalmasjien.

Een afslag, en er is vlooienmarkt. De bas zingt: Komt dat zien. De bariton speelt voor marktkoopman. Een kraam vol spullen zonder naam. In een spiegelruit zie ik mijzelf niet staan.
Op een selfie staart een schaap mij aan. Yolo. De maten wankelen. De harpiste slaat hoog en laag accoorden aan. Ballerina’s doen trippelduifjes na. De gids vraagt: wil je mistletoe, wat mijn oortje vertaalt als maretak. Ik knik instemmend naar die man daar in zijn regenpak. Hij, plagend:
– Die Bibelebontse berg aan zee zo-even, op mijn eiland reiken wij niet hoger dan een heuvel met wat lammetjes ertegen. Ik, opzij:
– Zijn we hier dan toch in Ierland aanbeland?
– De gids, zich richtend tot het publiek:
– Let op, reiziger in spe, een regenhoed is op dit schone eiland zo goed als wettelijk verplicht. En geef ik nu dan, schrikt u niet, de complete Onderwereld kado voor een helder Ogenblik.

– Berg op, berg af, kreunt onze bas.
– Hier zijn geen bergen, antwoordt het koor.
Ballerina’s staan te trappelen. Sopraan volgt op haar tandvlees.
– Berg op, berg af.
– Hier zijn geen bergen.
It keeps you going, gniffelt de kapitein.
Anyhow, val ik hem bij.
De zon gaat onder. Sterren stralen. Venus baadt in het avondrood, en Mars is in de wolken.
Wauw! De dansers vliegen af en aan, ons podium een duiventil.
– Het zijn geen bergen, het zijn de golven.. schuimend als Brugs kant.
Vlokken zigzaggen over het basalt, verankerd in drijfzand.
Everywhere.

De kapitein (ijsberend over het toneel):
– Ik heb even genoeg van dat gesjoemel met tijd en plaats. Ik leef vandaag, geniet van
wat te binnen schiet, en dat is veel. Neem nu de mollige heupen van de zee, of deze
morgenstond, smakelijk opgediend met bacon and eggs.
– Een pruimpje?
– Nee, doe mij maar zware shag. De Weduwe Van Nelle is mijn favoriet.
– Koffie?
– Yes, zwart please, en liefst zo heet, dat mijn gehemelte het me niet vergeeft. Ja, soms
ben ik een rare, vooral tegen de avond, als sluikreclame voor ouwe klare. Maar als de
zon straks hoog staat, en het goud blinkt op mijn mouwen, dan neurie ik aangedaan:
Een zeeman houdt van een zeemanslied, hojo hojo hojo.
Hij zingt van een meisje dat varen gaat en een jongen die op de kade staat.
– Of over een matroos die schipbreuk leed, en de witte walvis die hem redt.
Ofwel over hoop. En over redding in de nood.

Een gestalte komt overeind, wrijft zich de ogen uit, en gaapt:
– Stuurman, het lijkt wel of ik heb gedroomd. Wat doen die al flessen hier in mijn kajuit? – Kapitein, die vormen geen probleem. We zijn zeeklaar. Tij en weer zijn optimaal, dus
zegt u het maar, waar gaan we heen?
– Stuur, ik ben lang nog niet zover. We nodigen eerst de crew uit voor een laatste samenzijn.
– Pikheet! Pikheet! De hele troep schuift in een oogwenk aan.
– Disgenoten, we proosten op de toekomst, waar die ons ook brengen moge.
(Techniek: – Satelietverbinding linea recta met den hoge).
De kapitein vervolgt zijn speech in wereldtaal, abracadabra voor de mensen in de zaal.
Wij verorberen woorden, en het publiek schranst mee. Zeekraal en zeespinazie
worden goed ontvangen. Pils, die uilenzeik van protestanten, hebben we clandestien
door eigen gebrouwen bier vervangen. Verse oesters? Nee, die lust lang niet iedereen.
Rucola? Ja, die verjoeg laatst eindelijk de slappe jonge sla als ondermaats poëem uit
de eetcanon. Ook muziek draagt bij aan dit festijn. La Mer, de zee voor wie het Frans
niet beheerst, wordt op mijn pick-up bij weer en wind, z(st)eevast dansend stukgedraaid.

Anker òp. Het ballet staat op de kaai. We worden hartelijk uitgezwaaid. Het nachtelijk
decor onthult de Melkweg. Pijl wijst naar stip, onze eigen zon. Een knikje van de
dirigent, en het orkest gaat uit zijn dak als een ultramoderne drietrapsraket.
The Planets, ook dat nog, verzucht de dramaturg. Wie maakt een eind aan dit Latijn.
– Nog een paar maten, kerel, en we zijn er weer vanaf, troost hem onze kapitein.
Een sterrenwacht begeleidt ons hogerop. Een heerbaan die met symbolen en getallen
is geplaveid. Star Wars verbleekt met lichtsnelheid tot ver verleden tijd. We vliegen onze
afkomst tegemoet, verliezen kilo’s, maar winnen aan gewicht. Ik draag Robot op mijn
hart, voor je het weet zijn we al bij Mars, een astronomisch afstandje van niks.
De scheepsfluit snerpt, het is onze trompettist, die zat er even lelijk naast, en bracht mij
weer bij de tijd.
– Kies ik nu voor toneel, of vaar ik strakjes weer op zee, doe ik mijn geliefde havens aan?

Komt een mens in beeld. Het is geen vrouw, het is geen man, het is een recensent. Onze
sopraan slaakt gilletjes. De bas verslikt zich in een noot. Het orkest houdt zich de oren vast. Prima donna grijpt naar een bonenstaak. Ballet loopt spaak. Verlichting radeloos. En het decor vat vlammetjes…

De zaal doodstil. De regisseur in coma. Wie neemt het over?
– Treurmars aanheffen?
– Nee!
– Ballet in rouwkostuum?
– Nee! Wij willen rozen als decor.
De tenor (valt uit zijn rol):
– Zo’n vals stuk criticaster
– We weten waar hij woont, roept iemand uit de zaal.
– Zijn kop eraf. Zijn kop eraf!
Onze koningin tegen haar piekenier:
– Wat een pit, Wil. Dat zijn tenminste nog eens jongens van De Wit!

De aarde heeft niets te stellen met de mensheid. Zij draait zich op Haar andere zij en
sluimert. Meteoriet en mijnbouw kunnen Haar niet verontrusten. Mensenrechten Haar
gemoedsrust niet verstoren. Zij vertrouwt blindelings op Haar cohorten, bestaande uit
94 korpsen ontelbare soldaten, die Haar terrein bewaken en waar nodig rücksichtslos
verdedigen.
– De aarde, nee, Die heeft totaal niets met de mens te stellen.
– Waarheen? –
Voor ons de vraag, voor Haar een weet, die in Haar anders Zijn besloten ligt.

– Bootsman, dat bungelende touw daar bij de valreep, is dat nu nergens vast te knopen?
– Stuur, ik zou zo gauw niet weten waar.

 

Gepost in Gedichten | Getagged , | Plaats een reactie

«In dit type verhaal kan Verschuren zich meten met Jorge Luis Borges.» – Jan Hendrik Bakker

Over ‘Stromen die de zee niet vinden’ van Rob Verschuren
in Den Haag Centraal, 23 februari 2017:

Lees hier de recensie

DHC23-2-2017Verschuren

Gepost in Extaze-reeks, Home | Getagged , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

2 maart presentatie Extaze 21: ‘Literatuur die het podium betreedt’

ExtazeinHoutrustkerk21.indd

Literatuur komt niet alleen tot ons in geschrifte. We horen literatuur op uiteenlopende podia: waar revues of musicals worden uitgevoerd, waar muziektheater te zien en te horen is, waar cabaretiers en podiumdichters hun zegje doen, waar zangers teksten zingen die bedoeld zijn om er goed naar te luisteren. Dick Brongers en Cor Gout spreken met elkaar over de revue in de Tweede Wereldoorlog, onderbroken door tekstschrijver-pianist Hans Steijger die ‘goede’ en ‘foute’ liedjes uit die tijd ten gehore brengt. De politiek geëngageerde schrijver/teksdichter Nico van Apeldoorn draagt voor de pauze, begeleid door gitarist Dolf Planteijdt, voor uit eigen werk en verstaat zich na de pauze met het werk van de in 2002 overleden tekstdichter Lennaert Nijgh. Naomi Duveen leest gedichten voor die zijn gebaseerd op haar (te) vroeg afgebroken danscarrière. Beelden van de clown Buziau (1877–1958) worden van begeleidende tekst voorzien door cabaretier Fred Florusse, bekend van Don Quichocking. De zaal van de Houtrustkerk zal zijn opgesierd met panelen van de expositie ‘Variété aan Zee’, de geschiedenis van het variété in Den Haag in beeld, die eerder in het Atrium te bezichtigen was. Cor Gout (presentatie) en
Hans Steijger (met een toegift) sluiten de avond af.

Locatie: Houtrustkerk, Beeklaan 535, Den Haag (hoek Houtrustweg).
Parkeren kan gratis op het erf van de internationale school aan de overzijde.
Aanvang: 20.15 uur precies. Deur open van 19.45 uur tot 20.10 uur,
dus graag op tijd aanwezig zijn.
Entree: € 10,00 (alleen contant te betalen).
Reserveren: redactie@extaze.nl
Presentatie: Cor Gout
Licht en geluid: Harold Verra / Bigfatzo Productions

Gepost in Home | Plaats een reactie