Nieuwe recensies

Anouk Smies, Wie heeft er een middelpunt nodig? Anouk Smies
Eindhoven 2016 (Opwenteling)

Een intrigerende omslag heeft de laatste bundel van Anouk Smies. Een enorm hoge bakstenen muur in een hoek, daaronder een paar schuinen daken met dakpannen. Onderaan in de hoek zit een klein deurtje met een loopplank over de dakpannen in de richting van een grote toegangspoort in die grote bakstenen muur. Naar de toegangspoort staat een korte ladder. En dat alles baadt in het zonlicht, waarschijnlijk de ochtendzon. Het is een deel van de Sint Pieter in Rome, maar niet een plek waar vaak iemand zal komen, gezien de onhandige verbinding tussen het kleine deurtje en de relatief grote toegangspoort. Het is een vredige plek, dat wel.
Wat mij betreft staat dit beeld symbool voor de poëzie van Anouk Smies. De gedichten zijn waarschijnlijk niet voor een groot publiek geschreven, en ook al blijft een deel van de zinnen en woorden moeilijk te doorgronden en te bereiken, als je er uiteindelijk bent, is het prettig toeven tussen de beeldspraak en de woordvondsten.

Smies weet de lezer vaak te verleiden met een treffende eerste strofe, om dan dieper weg te duiken in haar associatieve gedachten. Het volgen van de gedachten en ideeën vraagt inspanning, gaat soms te ver en laat de lezer dan enigszins verdwaasd achter. Wat wil zij hiermee zeggen? Maar aan de andere kant roepen de zinnen een duidelijke sfeer op en laten aan de lezer ruimte voor zijn of haar eigen associaties.

Ik ben de tegelzetter
van de woede

Betimmer systematisch
je papagaaienborst
Je morst

Ik verzin
dat ik iemand anders ben,
wat je abusievelijk verblijdt
waarop ik je
nachtenlang berijd zonder geweten

terwijl ik lijm snuif
van je exacte, schuldige lach
Kruinloos afgemeten

Los van het feit dat er waarschijnlijk papegaaienborst had moeten staan, lijkt dit gedicht mij een ruzievolle relatie te verwoorden waarin de onmin rechtgetrokken wordt door een passieloze liefdesdaad. Holle woorden worden beantwoord met machteloos slaan. Maar misschien bedoelt ze iets anders? Het weinige rijm (-borst/morst en verblijdt/berijd) valt extra op en geeft een mooi accent aan deze woorden, de kern van de gedachte?

Een aantal gedichten uit de bundel is eenduidiger en geven meer houvast bij het lezen, zoals ‘Mythe’:

Ooit was er een
woord
Je slikte het in
voor ik het betasten kon

Levenslang
staarde ik naar je adamsappel
en verlangde
hartstochtelijk naar zijn wederkomst

Dichters en woorden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ieder dichter dicht wel over het woord, het onvindbare woord, het ingeslikte woord, het woord waar alles mee gezegd zou zijn. Vroman heeft het gedaan in het onnavolgbare ‘Jeldican en het woord’, waarbij Jeldican met een schepnet over de heide achter het woord aan rent.
In ‘Mythe’ lukt het Smies ook treffend over het woord te dichten. Een woord dat je betasten wilt, dat verborgen zit achter een adamsappel en de vraag is of het ooit nog uitgesproken wordt.

Het woord werd mythe
Plantte zichzelf voort
Arrogant van onzichtbaarheid
geil van gemiste roem

Hier komt het woord toch in actie, zorgt voor nakomelingen, is op zoek naar erkenning. Maar nog steeds is het niet uitgebroken, nog steeds houdt het zich schuil.

Het bedacht zichzelf een uitgang
door een oneffenheid in je huid
en barstte uit, een corpulente Vesuvius
met spataderige voeten

Het is eruit, het woord is vrij om zich uiteindelijk in de gedichten van Smies te nestelen:

(…)
Mystiek wurmde zich daarna mijn gedichten in
aan een lullig draadje
van hijgend in een bushokje staan
Geen hond had het door

Het blijkt het woord Mystiek te zijn, dat zich ook nog eens op een alledaagse manier, terwijl niemand het door had, in de gedichten wrong. Een mooi contrast, mystiek en alledaagsheid, verbeeld door het bushokje, de hond en het lullige draadje.

Gelukkig zijn er meer van zulke gedichten. Die geven rust in alle wilde associaties, waarbij je als lezer je best doet Smies op haar pad te volgen. Soms tegen beter weten in, soms na een tweede of derde lezing met uiteindelijk toch nog met de voldoening van een completer beeld dan je in eerste instantie gedacht had.
Net zoals je goed moet kijken naar het in eerste instantie onbereikbare dak van de Sint Pieter. Je kunt er komen, en als je er bent, is het er indrukwekkend.

(Arjen van Meijgaard)