Alternatief, door Christiaan Oerlemans

Lang geleden toen ik nog hard liep, knalde ik met mijn voorhoofd in volle vaart tegen de kopse kant van een stalen balk. Het was de balk van een zonnescherm dat op voorhoofdshoogte was neergelaten. Voordien nimmer neergelaten geweest, leerde ik later, toen ik bijkwam. Het hing ineens in mijn traject; poortje onderdoor, scherp de hoek linksom langs het rozenperk en bwahmm. Aardige mensen van een gelijkvloers kantoor, kwamen mij optillen, gaven mij een glaasje water. Enfin, voor de zekerheid naar de 1e hulp, ja hoor zware hersenschudding. Daarmee moet je geduld hebben, heb ik ondervonden. Na een paar dagen weer aan het werk, en weer een paar dagen later volledig uitgeteld, als een dweil drie weken op de bank. Dat je het maar weet, denk niet te licht over het schudden van je hersens. Maar ik wil het daarover niet hebben. Interessanter is dat ik erna mezelf niet meer okee voelde. Neurologische onderzoeken en ga maar even door. Niks te vinden. Volgens mijn buurman, de fysiotherapeut gespecialiseerd in rug- en nekproblemen, had ik een whiplash…ha, dat is een kwetsuur die niet meetelt in de medische wereld. Wat nu te doen? Massage, natuurlijk en het spierstelsel onderwerpen aan prikkelende zwak elektrische stroompjes. Je moet het lichaam helpen zichzelf te genezen. Zenuwbanen voelen zich gekwetst, vandaar. Ter oriëntatie bezocht ik een bijeenkomst van verenigde whiplashlijders(sters). Wow…nooit zou ik meer beter worden. Zelden zulk georganiseerd doemdenken meegemaakt. Ik kreeg de indruk dat sommigen hun whiplash koesteren. Daarna elke week naar een dure kliniek, aan het infuus. Reiki behandelingen ook. Canadese massage die verrekte pijn deed. Heel bijzonder waren ook mijn visites aan een man (garagemonteur) met genezende handen. Had zijn gave ontdekt toen de hond van de buurman ziek was. Hij had die hond beter gemaakt. Erg lieve man, deed het uit hulpvaardigheid, vroeg slechts een tientje voor een uur magnetisme. Helaas hielp het niet. Ook nog op advies – je krijgt veel advies, ongevraagd ook – naar Zuid Limburg geweest waar een fantastische aura-lezer mijn energiebanen ging rechtzetten. Hielp ook niet. Mensendieck gedaan, wekelijks trainingen op de mat en thuis oefenen, ja hielp wel, dit helpt volgens mij iedereen. Mijn buurman, voornoemde fysiotherapeut, had een vriend die arts was en deskundig kon kraken. Heb ik één keer laten doen, als volgt: mijn hoofd onder zijn arm, ‘nu even volledig ontspannen, wees niet bang, laat maar gaan…’ En toch nog onverwacht rukte hij zowat mijn hoofd van de romp. Misschien heeft het geholpen, maar ik durfde geen tweede keer.

Hoe kom ik op deze verhalen? Omdat ik vijf jaar gesukkeld heb en in stad en land het alternatieve circuit heb leren kennen. Als de dokter zegt dat je niks mankeert, terwijl je zelf het tegendeel voelt, dan kun je twee dingen doen: dagelijks met een neksteun somber naar het weer gaan zitten kijken, ofwel op pad. Omdat dit inmiddels mijn vierde hersenschudding was – ja ik loop nog wel eens met mijn kop ergens tegen aan, teveel in gedachten denk ik, of te haastig – had ik wat inmiddels Post-Concussion Syndrome genoemd wordt. Rust helpt zegt men en vooral weinig stress haha, je nek staat stijf van de stress. Maar goed, ik ben er uiteindelijk overheen gegroeid zoals dat heet, beetje nekpijn went wel. Het meest irritante was uiteindelijk ‘oorsuizen’ (tinnitus) maar daar kan ik inmiddels ook mee leven.

Even tussendoor: in het tijdschrift voor slechthorenden schreef ik een artikel getiteld ‘krekels in mijn hoofd”. Het was bedoeld als opbeurend verhaal, een beetje zoals ik ook een opbeurend boekje heb geschreven over prostaatkanker, en ik kreeg mooie reacties. De mooiste was een lange brief van een non. Zij woonde met nog een paar nonnen in een klooster. Haar tinnitus klonk als een zware dieselmotor schreef zij. Zij was altijd blij als zij aan de beurt was voor het gebruik van de ‘Walkman’, dan lag zij in haar cel met muziek op de oren. Er waren meen ik tien nonnen, dus eens in de tien dagen was zij enigszins bevrijd van die bonkende motor in haar hoofd. Mijn god dacht ik – dacht zij waarschijnlijk ook – wat kost zo’n walkman nou helemaal. Dus gekocht en toegestuurd en kreeg een heel lieve bedankbrief. Nee zij hoefde haar eigen walkman niet te delen met de andere zusters…

Ja er schuilt veel triestheid onder de mensen. De auteur die hierover aangrijpend schrijft is Griet Op de Beeck. Ik noem haar omdat ik net haar laatste boek heb gelezen: ‘Het beste wat we hebben’. Een goede gezondheid is wellicht het beste wat je kunt hebben, afgezien van liefde. Omdat ik op mijn leeftijd veel mankementen ervaar, krijg ik veel tips. Goed bedoeld natuurlijk. Zo werd mij laatst door een nogal spirituele vriendin een genezer aangeraden hier in Portugal, waar ik veelal verblijf.

De weg erheen was omslachtig en lang. Ik mocht om 20:30 komen omdat er iemand was uitgevallen. Een half uur over de snelweg, dan twintig minuten het achterland in en uiteindelijk nog een heel eind doorsukkelen over een zandweg. ‘U herkent het huis wel’, zei de assistente. ‘Het heeft een etage (inmiddels verboden hier in de campo) en er staan veel auto’s’. Toen ik uiteindelijk maar wel precies op tijd arriveerde stonden er inderdaad langs de zandweg veel auto’s. In the middle of nowhere, zoals dat heet. Het hek stond open en ik werd tussen twee touwen naar een achteringang geleid. Hier waren handgeschreven instructies op de marmeren stoeptreden geplakt: geen mobiele telefoons hier in huis, laat je telefoon in je auto!. Deur was half open.Via een rommelige hal moest ik een roze marmeren trap omhoog. Op de trap stonden mensen. Op de overloop nog meer mensen en rechts in een kleine kamer nog meer mensen. Boven aan de trap linksaf was het heel erg druk. Verontschuldigingen mompelend drong ik verder totdat ik de assistente zag. Oudere mevrouw met hoornen bril in donkergrijze japon op een plastic stoel achter een soort balie waarop merkwaardige voorwerpen, zoals een groot roze pluchen spaarvarken. Rechts een kamerscherm uit betere tijden, beplakt met krantenknipsels en handgeschreven opwekkingen, alsook de prijslijst: 10 euro voor een consult, 20 euro voor een behandeling. ‘Wat zijn uw klachten?’ vroeg zij. Ik noemde er een paar. ‘Ja, dat is wel genoeg’ zei ze. ‘Druk hier’ merkte ik op. ‘Ja, de mensen komen hier omdat ze geholpen worden’. Ik telde minstens dertig klanten, voornamelijk Portugezen, maar ook enkele Nederlanders, een Engelsman en twee Duitse dames. Regelmatig kwam iemand 10 of 20 euro afrekenen. Ik mocht tegen de wand zitten naast een man met wonderlijke sensors op zijn oren. Hij zat aan een paar draden bevestigd. Tegenover mij twee mannen op blauwplastic stoelen voor een televisie, met voor de borst op een standaard een soort metaaldetector, of stofzuigermotor, dat kan ook. Er stonden apparaten met digitale cijfers en knipperlichten. Na drie kwartier was ik nog niet aan de beurt. Achter het kamerscherm werden mensen geholpen en achter een deur links van mij verdween nu en dan iemand, die daar kennelijk ook werd geholpen. Een oosters uitziende vrouw hielp met de apparaten waaraan mensen werden gekoppeld. Een niet onaardige blonde vrouw liep nu en dan voorbij. Ook zag ik een kalende man naar het gangetje gaan. De genezer? Het rommelige vertrek met oude posters en slordig gestapelde tijdschriften werd verlicht door een kaal peertje aan een draad, plus de leeslamp van de assistente. Het werd buiten aardedonker. Ik maakte me zorgen want slechte ogen vormen een van mijn mankementen. Als ik nog maar terug kon over dat smalle zandpad…

Post-Concussion Syndrome: vooral weinig stress, dat helpt, zegt men. Hoezeer ik ook kennis had willen maken met deze genezer die voor weinig geld zoveel mensen helpt en ongetwijfeld onbaatzuchtige bedoelingen heeft, ik kon het niet langer uithouden op die plastic stoel in dat overvolle kamertje.

‘Ach’ zei de assistente ‘wat jammer nou, wilt u een andere afspraak maken?’

Ik denk er nog over na.

Graag delen!
Dit bericht is geplaatst in Column Oerlemans en getagd, , . Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.