De nieuwe Extaze

B E S T E L L E N

cover Extaze 22

Beeldende kunst

Essays
De naam van de in januari 2017 overleden beeldend kunstenaar Daan van Golden
duikt regelmatig op in de essays die in dit nummer zijn opgenomen.
Lucette ter Borg memoreert zijn talent om te zien, om de klok stil te zetten en
geconcentreerd, als in trance, dat ene perfecte schilderij van een theedoek met
geometrische patronen te tekenen. Geert Mul, die zich in het toenmalige doen
en denken van Van Golden verplaatst, laat ‘hem’ zeggen dat Kwaliteit = Liefde +
Aandacht. Wat je niet in je werk stopt, komt er ook niet uit. Onno Schilstra neemt
waar dat Van Golden kon verdwijnen in precisie. Maar wat was het dat hij maakte?
De aandacht van de beschouwer die zich die vraag stelt, gaat dan allereerst uit naar
de verf en hoe hij die behandelde. In haar essay De plank misslaan citeert
Iris van der Graaf Job Koelewijn’s uitspraak: ‘Kunst gaat om het intensiveren van
de werkelijkheid’. Dat kunnen, schrijft Ine Boermans, ook de rauwe randjes van
het leven zijn. Zij spiegelt zich aan kunstenaars die de esthetiek van rouw en dood
tot de hunne maken. Harry Haarsma vindt kunst een ongehoorzaam woord, dat niet
verschilt van woorden als liefde, tijd en dood. Ton Mars ziet hoe de nevenschikking
van de zestienhonderd culturele vormen en beelden in Hanne Daboven’s kunstwerk Kulturgeschichte 1880–1984 een equivalent van de werkelijkheid vormt,
een bloemlezing daaruit, die de bezoeker vrijlaat om datgene wat hij ziet naar
eigen inzicht te beschouwen en een actualiteit te geven.

Korte verhalen
Pim Cornelussen
Kristien De Wolf
Marc Poorter
Adje Steijn
Rob Verschuren

Gedichten
Hester van Beers
Carmen van Haren
Renée van Riessen

Beeld
Sam Andrea
Lucas van Eeden
Angie Korst
Gerolamo
Freerk Wilbers

 

Dit bericht is geplaatst in Home en getagd, , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.