‘Extaze’ presenteert themanummer ‘Kellendonk’, door Christien Kok

Donderdag 2 juli om 20.15 uur in Sociëteit de Vereeniging

Het Haagse literaire tijdschrift ‘Extaze’ organiseert bij zijn themanummer ‘Kellendonk’ een avond met voordrachten, poëzie, beeld en muzikale bijdragen. Frans Kellendonk (1951 – 1990) overleed 25 jaar geleden op het hoogtepunt van zijn literaire ontwikkeling.
Redacteur Cor Gout presenteert de avond in Sociëteit de Vereeniging.

Lees meer »

Frans Kellendonk werd in 1951 in Nijmegen als eerste kind geboren in een katholiek gezin. Na hem werden nog drie meisjes geboren.
Hij studeerde in de periode 1969–1975 Engels aan de ‘Katholieke Universiteit Nijmegen’, een aantal jaren aan het ‘Shakespeare Institute’ van de universiteit van Birmingham en een zomer aan de universiteit in Londen. Hij legde in Nederland cum laude het doctoraalexamen af. In 1978 promoveerde hij op de studie ‘John & Richard Marriott, the history of a seventeenth-century publishing house’.
Nog voor zijn promotie verscheen zijn literaire debuut de bundel ‘Bouwval’, 1977, waarvoor hij de ‘Anton Wachterprijs’ kreeg. De snelheid waarmee hij promoveerde terwijl hij al volop bezig was met zijn literaire werk, geeft een indruk van zijn scherpe geest en zijn talent.

Literaire opvatting
Van 1978 tot 1983 was Kellendonk redacteur van het literaire tijdschrift ‘De Revisor’. Hij voelde verwantschap met schrijvers als Dirk Ayelt Kooiman, de oprichter van ‘De Revisor’, Nicolaas Matsier en Doeschka Meijsing. Samen met deze drie werd hij in 1977 voor de ‘Haagse Post’ door journalist/schrijver Jan Brokken geïnterviewd. Bij die gelegenheid lanceerde Brokken de term ‘academisme’. De schrijvers waren niet erg gelukkig met deze strakke indeling. In zijn dankwoord voor de ‘Anton Wachterprijs’ zei Kellendonk daarover: ‘Brokken plantte een bordje met twee golvende lijnen, drukte er het woord ACADEMISME boven en ziet: daarnaast stroomt de stroming van die naam met vier watertrappelende schrijvers, die steeds pogen naar de oever te zwemmen, maar nauwelijks hebben ze de kant bereikt of ze worden weer in het water geduwd.’
Kellendonk vond dat de realistische en anekdotische literatuur het menselijk onvermogen om de werkelijkheid te doorgronden ontkende. Hij was er niet op uit om zo te schrijven dat de lezer zich volledig met het hoofdpersonage identificeert en zich daardoor in een bekende wereld waant. Hij wilde dat de lezer nadenkt over wat de schrijver hem voorschotelt. In de essaybundel ‘De veren van de zwaan’,1987, stelt hij: ‘Alleen kunst die eerlijk uitkomt voor haar kunstmatigheid is geoorloofd.’

Maatschappij en religie
In ‘De veren van de zwaan’ beschrijft Kellendonk zijn verstandhouding met het katholicisme waarmee hij was opgegroeid: ‘Ik voelde me in de kerk alsof ik te vondeling was gelegd in een naargeestig woud en daar ontwaakt was te midden van een kudde ogenschijnlijk goedmoedige, maar in werkelijkheid zeer kwaadaardige herkauwers.’ Hoewel hij zichzelf als een ongelovige zag, speelt de traditie van de katholieke apostolische kerk in zijn werk een grote rol. Kellendonk stelt in dezelfde bundel: ‘Dat godsbegrip van mij is niet meer dan een fraaie constructie, een hypothese. Ik heb in het hart van de schepping een leemte ontdekt waar God, als Hij bestaat, mooi in zou passen, maar helaas is het niet zo dat het geloof begint waar het verstand ophoudt.’
Kellendonk keek kritisch naar de ontwikkelingen in de jaren tachtig. In een radio-interview met Stan Houcke in 1988 stelde hij: ‘Het maatschappelijk leven wordt steeds holler.’ Het beviel hem slecht dat er in de samenleving een tendens was naar ‘steeds grotere collectivisering, steeds meer van hetzelfde, steeds meer beheersing’. Daarnaast bekritiseerde  Kellendonk de journalistiek waarin naar zijn mening werd geprobeerd het wereldbeeld te simplificeren en aan te passen aan een politieke richting.
Bij het uitkomen van de roman ‘Mystiek lichaam’, 1986, werd hij geconfronteerd met de lezershouding van een aantal critici die hem van antisemitisme en belediging van homoseksuelen beschuldigden op grond van uitspraken van de personages in het boek. Met deze benadering werd de opzet van het boek tekort gedaan. In ‘Mystiek lichaam’ is sprake van een zoektocht naar de oorzaken van het antisemitisme en de homohaat. Dat daarbij kwalijke vooroordelen die de mensheid in de loop van de geschiedenis heeft gekoesterd, aan de orde komen, is onvermijdelijk.

Liefde en vriendschap
In 1971 ontmoette Kellendonk zijn eerste grote liefde Jan Duyx met wie hij tot 1979 een relatie heeft gehad. Tot aan Kellendonk’s dood is Duyx een belangrijke vriend gebleven.
In de tijd dat Kellendonk in Engeland studeerde had hij een uitgebreide briefwisseling met zijn partner. In antwoord op een brief van 1973 waarin Duyx hem aanmoedigde om te  genieten van de jongens in Birmingham, uitte Kellendonk zijn dank voor dit gulle gebaar. Hij vermeldde erbij dat het nog niet zo gemakkelijk was om ‘een volwassen persoon te vinden met wie je in een enigszins redelijke verhouding kunt treden.’ Naar aanleiding van een aantal katterige ervaringen concludeerde hij: ‘Ja Jan, het is verschrikkelijk dat ik na al die jaren nog steeds dezelfde fouten maak. Als enig excuus kan gelden dat de nichten hier nog botter en dwazer zijn dan in Nederland – ik ben hier nog geen normaal mens tegengekomen.’
Toen Kellendonk eind 1988 door aids bedlegerig werd, nam Duyx een groot deel van de zorg voor zijn vriend op zich.
Kellendonk koos voor zijn overlijdensannonce een regel uit Purcells opera ‘Dido en Aeneas’: ‘Remember me, but forget my fate’.

Oeuvre
Kellendonks literaire ontwikkeling was nog in volle gang toen hij door zijn ziekte werd gevloerd. Het is een groot verlies voor de Nederlandse literatuur dat hij geen tijd heeft gekregen om zijn fascinerende oeuvre uit te breiden. Toch is het niet weinig wat hij nalaat: naast twee verhalenbundels, twee korte romans en zijn indrukwekkende roman ‘Mystiek lichaam’ publiceerde hij een aantal essaybundels. Hij heeft veel literatuur uit het Engels vertaald waaronder werk van Henry James.

Brievenboek
Jaap Goedegebuure, neerlandicus en recensent, werkt aan een biografie over Kellendonk. Samen met de schrijver Oek de Jong heeft hij het dit jaar verschenen brievenboek ‘Frans Kellendonk, de brieven’, samengesteld, geannoteerd en ingeleid. Het boek beslaat een periode van 1968 tot en met 1989 en sluit af met een kaartje dat Kellendonk op 10 februari 1990, vijf dagen voor zijn dood, schreef aan Wim Bergmans, een van zijn trouwste vrienden.
Goedegebuure is gastredacteur van het ‘Kellendonknummer’.

Programma
Bij de presentatie van  het ‘Kellendonknummer’ van ‘Extaze’ zal eer worden betoond aan het culturele gedachtengoed van Frans Kellendonk.
Voordrachten: Jaap Goedegebuure en Thomas Lieske
Film: Lisette Erdtsieck
Muziek: Brahms, Purcell en Dylan, uitgevoerd door Klaas Trapman, piano, en Eimi Witmer, zang; ‘Trespassers W’: Cor Gout, zang, en Ronnie Krepel, gitaar.
Poëzie: Gerrit Vennema
Presentator: Cor Gout

Locatie: Sociëteit de Vereeniging, Kazernestraat 38 b, Den Haag

Entree €10,00

Het programma begint om 20.15 uur en loopt door tot 22.00 uur.
De zaal is open vanaf 19.45 uur (om 20.10 uur sluiten de deuren)

Reserveren: redactie@extaze.nl

Christien Kok

Graag delen!
Dit bericht is geplaatst in Home en getagd, , , , . Bookmark de permalink.

2 Reacties op ‘Extaze’ presenteert themanummer ‘Kellendonk’, door Christien Kok

  1. Pingback: «Hij wilde dat de lezer nadenkt over wat de schrijver hem voorschotelt.» – Christien Kok | Uitgeverij In de Knipscheer

  2. Pingback: Kellendonk | chmkoome's blog