Wie zijn wij, een ABC-tje, door Duco van Weerlee, tekeningen Diederik Gerlach

Van zeg eens Ah naar slaap maar Zoet. Van ademen naar zoemen. Van aandacht naar zien. Is dat moeilijk, is dat makkelijk, nee het is moeiteloos, een abc-tje. Natuurlijk is het simpel, anders zouden alleen gestudeerde mensen gelukkig kunnen worden. Voor deze categorie is het eerder lastig, want het ligt zo voor de hand dat je het over het hoofd ziet. En om maar meteen een antwoord te geven op de vraag wie wij zijn, citeer ik met graagte de dichter K. Michel:

Wij zijn de zee

Wij zijn de schipbreuk

Wij staan op het strand.

En wie mag dan wel de taalkundige zijn die dit ABC-tje opschrijft? Zie onder de e van ego.

Het gaat hier om een geheimschrijver, een bezonken clown, die om zich heen kijkt met een beetje spot, overwegende dat de diepte begint aan de oppervlakte. Het praktisch nut van bezinning is levenskunst. Leve de ruime blik. Zie de p van perspectief.

A A N D A C H T

Aandacht is een levensnoodzaak. Kinderen die geen aandacht krijgen, verkommeren en gaan dood. Ouderen die geen aandacht krijgen, vereenzamen en verliezen hun levenslust. Aandacht is liefde -  gerichte, praktische liefde, die het alledaagse, het vale en kleurloze, geur en kleur geeft en het doet schitteren en blinken. Je hebt er niets en niemand voor nodig, geen geld, geen opleiding, zelfs geen verstand. Vandaar dat kinderen en armen van geest een voorsprong hebben, want die hebben geen last van hun verstand. Die zijn gewoon wat ze zijn, vitaal en stralend, blij verrast en wreed.

Aandacht kan naar binnen gericht zijn en naar buiten. De naar binnen gerichte aandacht is als een accu die wordt opgeladen door hem aan te sluiten op een energiebron. Mensen zijn wandelende takken, planten op pootjes. Doordat we niet met wortels vast zitten in de grond, lijken we mobieler en zelfstandiger dan we zijn. Maar we zijn ooit in het leven geschopt door dezelfde kracht die ons in leven houdt zolang we ademen en dat moeten we ons soms even herinneren. Al was het maar om onszelf in de juiste proporties te zien en de afgescheidenheid op te heffen. Die innerlijke aandacht is een vorm van eigenliefde die niet mag worden verward met narcisme. Je kunt aandacht voor anderen net zo goed een vorm van eigenliefde noemen. Bemin je de ander niet als jezelf?


B E W E G I N G

De fundamentele beweging is IN – UIT. Inademen – uitademen. Eb en vloed, laten komen en laten gaan. Eventueel kun je van de eendimensionale beweging een tweedimensionale maken, nl een cirkel: lente – zomer – herfst – winter. Innemen en uitscheiden wordt dan hap-slik-verteer-poep. Jeugd – ouderdom, oftewel uitdijen – inkrimpen, wordt jeugd – volwassenheid – middelbare leeftijd – ouderdom. Opgaan – blinken – verzinken. Water verdampt, vormt regenwolken, die zich ontladen in de zee, etc. Dat gaat maar door. Het gaat om de onbestendigheid van elke vorm. En om het proces waarin de vorm een voorbijgaande fase is. Inzicht in deze beweging inspireert tot overgave, tot meegeven. Je schrap zetten kost energie en leidt tot frustratie. Alles stroomt. Wat niet wil zeggen dat je niet zinvol kunt zwemmen in de stroom. Je kunt versnellen en vertragen, rotsen vermijden, het riet in koersen, op je rug drijven, watertrappelen. We doen wat we kunnen. Dat is veel, maar lang niet alles, want we zijn en blijven onderdeel van de natuur. Dat besef is niet zo populair bij de mens die zich graag verheven ziet boven de schepping, alsof hij zich niet voortplant en spijsverteert als elk ander zoogdier.

C R E A T I V I T E I T

Wij zijn scheppers in licentie, maar lang niet ieder is zich zijn creativiteit bewust. We denken dat creativiteit het voorrecht is van kunstenaars, mensen met een talent. Maar iedereen droomt zijn eigen wereld, of hij nu wakker is of slaapt. Er zijn tobbers en positivo`s, krekels en mieren. Waders and floaters, lichtzinnige fantasten en mensen met een horror-movie studio in hun kop. Iedereen schept zich een eigen telenovela binnen het assortiment van structuren en mogelijkheden dat de wereld ons aanreikt. Hoe persoonlijk die eigen creatie is, valt op als je ziet hoe kinderen uit hetzelfde gezin hun eigen interpretaties meedragen. Voor de een was pa een tiran en ma een sloof, voor de ander was ma een manipulante die pa volledig in haar macht had. Kijk eens samen met een goede vriendin naar een film en merk hoe zij een totaal ander verhaal meemaakt dan jij. Creativiteit is ook het kind in ons, het vermogen om te spelen. Wie dat vermogen levend houdt, heeft altijd een opening naar binnen, een connectie met de bron des levens.  En dat kan van pas komen, als zwaar weer dreigt in de vorm van somberheid, uitzichtloosheid of walging. Zodra je het opbrengt op je gitaar te tokkelen of de tekenstift te hanteren, slaat ergens een motortje aan. Je doet het zelf (wie anders?), maar tegelijkertijd overkomt het je, dat is het mooie.

D E P R E S S I E

Een depressie is een psychische doodval uit de alledaagse werkelijkheid. Een moment van onachtzaamheid en je ligt gevloerd. Het akelige van die conditie is, dat je het gevoel hebt nu eindelijke de echte, grauwe en barre werkelijkheid te beleven en onder ogen te zien. Je goede humeur van zoëven was een illusie. Je was een koorddanser die zich aan de wetten van de zwaartekracht waande ontstegen. Je hebt straf verdiend en die heb je nu maar als een grote knul/meid te dragen. Een vriend van mij, die het leven van een kluizenaar leidt, schreef me dat hij zich nooit verveelt. ‘Verveling heeft net als depressie zijn diepste wortels in jezelf en niet in de buitenwereld. Aan beide valt dus veel te doen.’
Zo zit dat. Het goede humeur van weleer was misschien een (aangename, leefbare) illusie, maar die onsympatieke depressie is net zozeer een waan. Je hebt maar te kiezen in welke droom je wilt wonen. Wil je de gevloerde cynicus zijn, of de welgemutste koorddanser? Als je echt zo’n realist bent als je denkt, dan is de ene droom niet echter en waarachtiger dan de ander. Misschien is er alleen wat moed voor nodig en vertrouwen om overeind te krabbelen en een nieuwe act in het circus te verzinnen.
Maar dat zijn overwegingen waar de man in het zand even niet van wil horen. Hij geeft zich over aan zelfbeklag, oeverloos zelfmedelijden. Hij wenst gerespecteerd te worden in zijn nihilisme en compassie te oogsten van het begane publiek. Hij wil soppen in zijn ellende.

E G O

Het ego is een aardig instrument, dat meestal wordt overschat en dan veel ellende oplevert en weinig plezier. Het markeert onze positie meer dan dat het onze essentie weergeeft. Zoiets als een postbus, een e-mailadres, een fiscaal nummer. Dat zijn gegevens die iemands uniciteit weergeven, maar eenieder is nog zoveel meer. We hebben een ego nodig om te kunnen opereren, zoals we software behoeven om op internet te komen. Het ego is een werkhypothese. Een virtuele positie zoals het nu dat is tussen verleden en toekomst, of de vouw in een blad papier. Als je er goed naar kijkt, blijft er niets van over. En prettige bijkomstigheid is dat je niet meer te beledigen of te kwetsen bent, als je geen ego hebt dat hoeft te worden verdedigd. Er wordt wel beweerd dat men om verlicht te worden zijn ego moet ombrengen. Dat lijkt mij een weinig verlichte benadering. Wel is het zaak je ego te behoeden voor zelfoverschatting. Soms gedraagt het zich als een kundige manager die zich verbeeldt voorzitter te zijn van de raad van bestuur en president curator. Een beetje relativering kan belachelijke kapsones voorkomen.
Je kunt je ego zien als een waarnemer. Natuurlijk levert dat een zekere gespletenheid op, want je kijkt naar jezelf en hoort jezelf denken: kijk eens aan, daar doe ik het wéér! Strikt genomen is de waarnemer net zo’n illusie als dat ego waarnaar het kijkt, maar het is een hulpconstructie die werkt in de dagelijkse werkelijkheid. Als we konden leven in een grotere, aan het dualisme ontstegen,  wereld, zouden we geen ego nodig hebben en ook geen waarnemer. Dan was alles gewoon wat het is. In de dagelijkse werkelijkheid kan het dienstig zijn in veel spiegels te kijken.
Misschien vieren mensen hun ego, omdat ze denken dat het alles is wat ze hebben. Maar dat is in alle opzichten een illusie. Je bent tegelijkertijd niets en alles:

Zie mij eens spatten:

Een regendruppel

In volle zee.

F E N O M E E N

Fenomenen vormen de waarneembare, tastbare werkelijkheid waarin wij leven en die we delen met soortgenoten. Maar de enige werkelijkheid is hij niet. Al was het maar omdat iedereen in zijn eigen droom en verbeelding leeft. Metafysica is voorts de studie van de natuur voorbij wat waarneembaar is of waarneembaar kan worden gemaakt. Met enige moeite kunnen we ons vanuit ons driedimensionale wereldbeeld een tweedimensionale wereld denken – het platte vlak. Meer moeite hebben we ons vier- of meerdimensionale werelden voor te stellen, maar het is heel goed mogelijk dat die bestaan. Als de tijd als dimensie wordt gezien, kunnen we ons met enige inspanning een beschouwer voorstellen op een plek ergens ver in de ruimte die naar ons doen en laten kijkt zonder te worden beperkt door de tijdsdimensie. Die ziet misschien ons leven als een eenmalige gebeurtenis zonder tijdsverloop. Heden, verleden en toekomst vallen dan samen.
Misschien zijn helderzienden of andere bevoorrechten die in de toekomst kijken even aan de klem van de tijd zijn ontkomen. Zij zijn als bewoners van Platland die een uitje maken in onze driedimensionale werkelijkheid. Wat voor de bewoners van Platland een raadselachtige fenomeen is: een groeiende cirkel die afneemt, steeds kleiner wordt en dan verdwijnt is voor ons gewoon een bol die door een plat vlak zakt.

G E V A N G E N

De meeste mensen bouwen hun eigen cel en zetten zich daarin gevangen. Ik ben dit, ik ben dat, ik doe zus, ik denk zo. Dit is mijn identiteit en waag het niet die te ondermijnen of mijn cel open te breken, want dan krijg je met de cipier van doen. Die ben ik toevallig ook zelf.
Wat erachter zit, zal wel angst zijn voor het ongewisse. Dan schept men zich een vorm en klampt zich daaraan vast. Schreeuwend duiken we op uit het vruchtwater en brullend klampen we ons vast aan ons stervend karkas. In de tussentijd scheppen we vormelijke illusies, een markante persoonlijkheid, een man met een rotbaan, een vrouw met een pesthuwelijk. En om die vertrouwde ellende te behouden vechten we ons bijkans dood. Alles beter dan eigen verantwoordelijk te nemen en te proberen een leukere droom te weven dan die bekende nachtmerrie. Dat zou immers hoogmoed kunnen betekenen en die komt voor den val. Dan worden we uitgelachen. Liever dus doortobben en klagen, want dat levert medelijden op en dat is als koffieleuten: gezellig, veilig en onnozel.

H I E R N A M A A L S

In het hiernamaals verblijven we volgens kenners in de hel of in de hemel. In de hel wonen leuke en slordige mensen die hun leven lang hebben geslempt en gehoereerd. In de hemel verblijven de oppassende burgers, die zich hebben onthouden van wat vies en voos is. Sommige mensen proberen bij hun leven al een beetje een hemel te bouwen door zich met niet geringe inspanning te onthechten van aardse lusten en in plaats daarvan verdienstelijke dingen te doen.
Nu heeft het leven in de hel zijn nadelen door de aanwezigheid van pesterige wezens, de zogenaamdse duivels, maar een rechtzinnige hemel lijkt ook wat saai om in te verblijven. Eigenlijk zou een tussenvorm het aantrekkelijkst zijn, een beetje avontuur, maar niet al te obsessief. Matig in de losbandigheid en in de versterving. Een kluizenaar met op zijn tijd een borrel en een vriendin. Een levensgenieter met diepgang.
Maar die tussenvorm hebben we toch al? We hebben dan misschien niet de hemel op aarde gerealiseerd, maar een extreme hel hoeft het ook niet te wezen. De opgave lijkt goed en kwaad te integreren en de enige manier daartoe is voor de spiegel te gaan staan, beide kanten in jezelf te onderscheiden en die te verwelkomen.

Wordt vervolgd (regelmatig verschijnt hier een nieuwe letter)


Dit bericht is geplaatst in Columns en getagd, , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.