The times they are a-changin’, Heidi Koren

Met flinke regelmaat voer ik mijn kinderen klassiekers. Dat begon met Jip en Janneke. Langzaam gingen we van Schmidt naar Lindgren en van Irving naar Burgess, Lynch, Tarentino, Coen, Salinger, Presley en whatever.

Vanavond keek ik met mijn dochter naar Grease.

Lang geleden mocht ik de film huren voor mijn veertiende verjaardag. Een stuk of wat meiden zaten in onze bruin behangen woonkamer. We hadden er chips en cola bij. Ik had erom gezeurd. Met appelsap en kaakjes was het echt minder leuk. Mijn moeder streek over haar biologisch dynamische hart. Het huren van de film kostte vijf gulden. Het was een korte huur, hij moest de volgende dag weer terug.

We bekeken hem aan één stuk. Niemand hoefde te plassen. Niemand hoefde eerder naar huis. Na afloop meden we mijn ouders. Mijn beste vriendin en ik trokken ons nog even terug op mijn meisjeskamer waar we spraken over wat we met onze vriendjes wilden doen, al gedaan hadden, nog zouden gaan doen en zeker nóóit zouden gaan doen! Ik kan me niet herinneren dat we iets aan te merken hadden op de film. Hij was gewoon fantastisch. We zongen de liedjes na, hopelessly devoted als we waren.

Mijn dochter van veertien valt nu, anno 2018, bij het zien van diezelfde film na nog geen tien minuten al bijna van de bank van verbazing en ergernis. Kan die idioot niet een beetje líef doen? vraagt ze zich af. Jeeeezus, wat is die Sandy een doos. Zoek een hobby! En bij het liedje Beauty School Dropout weet ze al helemaal niet meer wat ze hoort. Waarom zit ze die gast zo verliefd aan te kijken mam, verstaat ze wel wat hij zingt?

Ik zit stilletjes naast haar op de bank en graaf in mijn herinneringen of er in een gesprek tussen mij en mijn vriendinnen iets was gebleken van ontevredenheid over de ongelijkheid tussen jongens en meisjes in Grease, maar niks. In mijn beleving was het gewoon heel ok dat Danny zich zo achter zijn vrienden schaarde en vond ik het heel slim van die Sandy dat ze zich uiteindelijk zo wist te transformeren dat ze hem toch nog voor zich won. Zo ok vond ik dat alles, dat ik me niet eens herinnerde dat die dingen speelden. Nu zit ik met ongeloof naast mijn dochter te kijken. Mijn enthousiaste beweegredenen om de film samen te kijken galmen nog voortdurend na in de woonkamer. Ik schaam me een beetje. Ze heeft onlangs haar haar gemillimeterd, omdat ze dat leuk vond. Ze heeft een vriendje en is verliefd, maar zegt hem rustig wanneer hij naar huis moet gaan als ze er geen zin meer in heeft. Ze komt net terug van een week speelkamp waar ze een groep verstandelijk beperkten begeleidde. Ze is al vier jaar overtuigd vegetariër. Zaken waar ik allemaal pas ver na mijn twintigste over na begon te denken, als überhaupt. The times they are a changin’. Thank god they are! Lang leve de jeugd van tegenwoordig. De volgende keer kijken we gewoon weer Tarentino.


Pleidooi voor het korte verhaal, Heidi Koren

Wat ik haar nu écht zou willen aanraden, vroeg ze. Het was warm in de winkel en kwart voor zes. Ik was me al aan het voorbereiden op het sluiten van de zaak en verheugde me op de duik in de rivier die ik zou gaan nemen op mijn weg naar huis, toen de laatste klant binnenkwam. Ze had zichtbaar de tijd. Ik hoefde niet na te denken over haar vraag want was eerder die week naar huis gegaan met de nieuwe bundel van A.M. Homes in mijn rugzak. ’s Avonds in de tuin had ik hem opengeslagen, ondanks het feit dat ik al bezig was in twee romans, die met deze zet duidelijk het onderspit zouden gaan delven. Homes is scherp, geestig, origineel, alles wat je wilt zijn als schrijver. Geen zin is lelijk of zinloos of zoals je ze leest in de Viva, iets wat ik niet kon zeggen van een Boek van een maand van DWDD dat ik eerder na twee hoofdstukken al had weggelegd, maar goed.

Ik drukte ‘Dagen van inkeer’ van Homes in haar handen. Dit moet je lezen, zei ik.

De dame is belezen, slim, ze zal de humor en scherpte van Homes weten te waarderen, ik weet het zeker. Geïnteresseerd bekijkt ze de kaft. De uitgever heeft niet vermeld dat het een verhalenbundel betreft, wat ik kan begrijpen. Ze verkopen niet in Nederland, korte verhalen. Ik voel me toch verplicht het haar te zeggen, maar het is mijn strot nog niet uit of ze geeft me het boek terug. Nee geen verhalen, zegt ze.

Het pleidooi dat ik dan afsteek, steek ik minstens een maal per week tegen klanten in de boekhandel waar ik werk af, regelmatig met succes maar ik word er wel een beetje moe van. De meeste Nederlandse lezers beschouwen bundels (verhalen of gedichten) als niet voldoende waar voor hun geld. Daarom pleit ik er nu hier maar een keer voor, met de boodschap: lees dit allemaal, knoop het in je oren, probeer het uit en koop goddomme gewoon goede literatuur! Alles: proza, poëzie, essays. Stap eens uit je patroon. Een bundel korte verhalen is níet zonde van het geld en wel hierom:

Je leest de bundel als een boek, dat is het namelijk ook. Na ieder verhaal krijg je zelfs de gelegenheid even op adem te komen. In die tijd kun je gerust iets anders doen, zoals een glaasje wijn inschenken of een vakantie boeken. Dat is erg aardig van de schrijver

De schrijver verveelt je niet met zinloze opvulling van de bladzijden waarin hij eindeloos beschrijft hoe de blaadjes ritselen in het dicht begroeide bos waar tussen het sterretjesmos ook nog werkelijk zo nu en dan een lelie te vinden is waar je tussen zou kunnen knielen om je gewoon even prinses te voelen, iets waar iedereen wel eens behoefte aan heeft maar meestal niet toe komt. De schrijver van het korte verhaal vertelt je gewoon wat je moet weten. Geen woord te veel. Bijzonder knap.

Het korte verhaal is vaak zo goed gelaagd dat het de moeite van het hérlezen verdient. Een boek dat herlezen wordt is zeker zijn twee tientjes waard. Hoe vaak hérlees je nu eigenlijk een roman?

Een kort verhaal leent zich goed om voor te lezen. Hoe fijn is dat? Lees je lief eens voor voor het slapen gaan. De schrijver heeft er dus rekening mee gehouden dat je niet eerst helemaal hoeft uit te leggen waar het over gaat en de weken daarna je partner op de hoogte moet houden hoe het is gesteld met je personages wat uiteindelijk ongetwijfeld tot ruzie zal leiden (lees dat boek goddomme zelf!). Nee je leest gewoon een goed verhaal voor- welterusten lief doei.

Je kunt het ook influisteren/ inspreken/ of appen nou ja dat laatste niet vaak maar toch. In het geval van Lydia Davis behoort het tot de mogelijkheden.

A.M. Homes dus, die moet je hebben. Zo ook Lydia Davis, Lucia Berlin, Tobias Wolff. Maar ook dichter bij huis worden prachtige verhalen geschreven die veelal worden gepubliceerd in mooie literaire tijdschriften.

Het korte verhaal gaat me aan het hart. Niet in de laatste plaats omdat ik ze zelf schrijf, ook omdat het zo razend heerlijk is even een wereld ingedonderd te worden om er, een tikkeltje door elkaar geschud, weer uit te komen. Na tien minuten bekijk je alles toch weer een beetje anders. Een gemiddelde nieuwe roman kost in Nederland twee tientjes. Twee tientjes voor een goed verhaal is niks. Het verhaal gaat een leven lang mee. In een bundel staan er wel acht, soms wel twintig. Tel uit je winst. Lees dat genre, en betaal ervoor!

 

Vrouwen, Heidi Koren

Gelijkwaardigheid

Er is een nieuwe uitgeverij geboren, Chaos genaamd.

Chaos profileert zich als de enige feministische uitgeverij van Nederland en wordt geleid door drie dames. Hun eerste uitgave is een nieuwe vertaling van Virginia Woolf’s Een kamer voor jezelf. Prima keuze, lijkt me zo. Het boek wordt mooi ingeleid door een briefwisseling tussen Simone van Saarloos en Gloria Wekker. Ik zit ermee in mijn eigen gebouwde tuinkamertje, waar ik nu ook een lampje heb opgehangen zodat ik ’s avonds langer buiten kan lezen. Ik heb tegenwoordig meer dan één kamer voor mijzelf en heb daar bij tijd en wijle ambivalente gevoelens over, maar nooit over de tuinkamer. Die is van mij.

Er was een tijd dat ik met een heel gezin in één huis woonde. De man en ik waren beiden zelfstandig ondernemer, maar hij iets meer dan ik. Dat moet de reden zijn geweest dat, onbesproken, de enige vrije kamer in ons huis, zíjn werkkamer werd. Of het feit dat hij meer rommel om zich heen verzamelde dan ik, dat kan ook. Ik maakte er geen punt van, maar voegde me naar de omstandigheden, nam mijn laptop op schoot en zocht naar een vrije plek in huis om te kunnen werken. Totdat ik er ineens wél een punt van begon te maken, toen was de boot aan.

Op zeker moment ben ik begonnen mij af te vragen waarom hij de werkkamer had en ik de laptop op schoot. Waarom hij een nieuwe winterjas aanschafte als hij die nodig had en ik nog wel een jaartje langer kon met die van mij. Waarom hij.… De lijst bleek langer dan me lief was, en ineens zaten al die dingen me dwars. Het antwoord op de vragen was simpel. Hij handelde gewoon naar zijn behoeften terwijl ik vooral afstemde, aanpaste, aanvoelde en me voegde naar de mensen en de omstandigheden om me heen. Niet omdat ik mijzelf minder waard vond dan de rest van het gezin, niet omdat ik mijzelf niet serieus nam of mijn carrière van minder groot belang vond dan die van hem. Misschien wel omdat mij geleerd is rekening te houden met mijn medemens. De kans is aanwezig dat mij, als vrouw, geleerd is iets meer rekening te houden met mijn medemens, dan dat het mijn broers is geleerd. Aannemelijk is dat ik ben beïnvloed door de generaties vrouwen die mij voorgingen. Zeker is dat ik mij niet bewust ben geweest van het feit dat ik speelde ik een klein afgebakend veld van keuzeruimte, mij niet realiserend dat mijn werkelijke keuzevrijheid immens veel groter was dan dat waarvan ik gebruik maakte. Ik dacht volkomen vrij te kiezen, te beslissen, mij uit te spreken, maar realiseer mij nu pas dat ik begrensd ben zonder te weten waar de hekken staan.

We hadden de vraag welke plek zijn werkkamer zou gaan worden op honderd verschillende manieren kunnen benaderen. Te beginnen bij: wat hebben we allemaal nodig? Hoe kan een ruimte worden ingedeeld? Waaraan hebben we individueel behoefte? Het zou hebben geleid tot een andere inrichting van het huis dan gebeurd was na het stellen van de vraag: welke kamer wordt zijn werkkamer? Maar zelden nog geven we onszelf de ruimte om de situatie weer op nul te zetten bij het nemen van een beslissing. We borduren voort op het voorgaande. En als het grootste probleem in het vorige huis is geweest dat de man geen werkkamer had, zal het eerste dat wordt ingericht in het nieuwe huis een werkkamer voor de man worden. Is de vrouw het daarmee eens? Ja hoor. Wordt er nu voorbij gegaan aan andere behoeften? Jazeker en we zullen ze op deze manier niet eens ontdekken, want ze worden niet onderzocht.

Ik snap ineens waar de dames hun naam vandaan hebben. Soms is er chaos nodig om het tij te doen keren. Dat begreep Virginia  Woolf al toen ze nog rond draalde in de tuinen van Oxbridge. Ze wil de bibliotheek in maar wordt bij de deur tegengehouden door een ‘kleinerende, zilvergrijze, beminnelijke heer, die aangeeft dat dames alleen in gezelschap van een universiteitsdocent de bibliotheek mogen betreden’. Het is honderd jaar geleden. Het zou niet hebben uitgemaakt als Virginia was gaan stampvoeten of de man op zijn snuit had getimmerd. Ze zou de strijd hoe dan ook hebben verloren, maar ze heeft evengoed haar best gedaan.

De afgelopen week maakte het CPNB bekend dat het Boekenweekgeschenk zal worden geschreven door Jan Siebeling en het Essay door Murat Isik. Twee mannen gaan schrijven over het thema ‘de moeder, de vrouw’. Een slordige telling leert me dat sinds de komst van het Boekenweekgeschenk achttien vrouwen het cadeauboek van de CPNB hebben mogen schrijven tegenover zevenenzestig mannen. Voor het schrijven van het essay werden zes vrouwen uitgekozen tegenover vierentwintig mannen. Het is zowel een hooghartig als kortzichtige beslissing. Bij het nemen van deze beslissing is namelijk niets anders gedaan dan voortborduren op waar we al waren. Niemand is op het idee gekomen de lijn weer op nul te leggen, eens om zich heen te kijken, de wereld met frisse blik te aanschouwen en zich vers af te vragen: goh, het thema ‘de moeder, de vrouw’, wie zal dát boek nou eens moeten gaan schrijven?

 

Lief, Heidi Koren

De minnaar en ik spelen een potje Wordfeud. Ik vanaf mijn tuinbank, blote voeten op het krukje, glas witte wijn binnen handbereik. Het is eind april en al langer licht, zodat ik na mijn werk op deze plek nog net even het laatste stukje zon kan meepikken. Hoe de minnaar er 85 kilometer Noordwaarts bij zit, weet ik niet. Als ik het hem vraag, zegt hij ongetwijfeld; met mijn blote kont op de bank. Dat zegt hij altijd.

Als één van ons de moeite zou nemen naar de ander toe te rijden, zouden we écht kunnen scrabbelen. Het bord tussen ons in, mijn voeten op zijn benen. Ondertussen zouden we de dag doornemen, wat hij gedaan heeft, wat ik gedaan heb bla bla bla. We zouden voor het slapen gaan de hond nog even uitlaten, hand in hand misschien, thuiskomen en twee bekers thee mee naar boven nemen, ons uitkleden in de slaapkamer en naakt onder het dekbed kruipen. We zouden lieve woorden fluisteren in het pikdonker. Woorden die klinken als zacht, of fijn en jij. Korte woordjes. Wie weet wat daar allemaal weer uit voort zal komen?

In plaats daarvan, schuif ik het woord klootzak het digitale spelbord op. Ik pak daarmee zowel de twee-keer- als ook de drie-keer-woordwaarde en win er bijna zeker het potje mee. Ik stuur er meteen een berichtje achteraan; het is niet persoonlijk, maar het blijft stil.

Een bruine merel op mijn schutting fluit uitgebreid naar een zwarte merel op mijn schuurdak. Een lange zin is het. Het klinkt als; goddomme waar heb jij de hele dag uitgehangen? Hij begrijpt de boodschap en windt er geen doekjes om, vliegt op en landt naast haar. Nadat ze wat korte kwetteringen uitwisselen, vliegen ze op en verdwijnen achter de hoge conifeer van de buren.

De minnaar moet zeker tien minuten bijkomen van mijn honderzeventien punten. In de tussentijd nestelt dat woord klootzak zich in mijn hoofd. Ik vind de minnaar zeker geen klootzak, nog voor geen honderdzeventien punten. Ik vraag me af of ik geen ander woord van die letters had kunnen maken. Dan legt hij lief, voor vijf punten en dat is genoeg om mij op te doen springen. Ik zit binnen twee minuten in de auto en rijd Noordwaarts. Ik heb een uur de tijd om heel veel lieve woorden te bedenken.

 

‘Literatuur als avontuur’
Zo hebben wij de blog genoemd die maandelijks op onze website zal verschijnen. De door ons uitgekozen blogschrijvers zullen zes maanden lang hun ervaringen met de literatuur in Nederland en België onder woorden brengen. Het kan gaan over hun eigen schrijverschap, over boeken die iets bij hen teweeg hebben gebracht, over personen en gebeurtenissen in boekenland, over ontwikkelingen binnen de literatuur die ze hebben waargenomen, over stijl, over taal, over ideeën. Maar laten we het vooral aan de schrijvers zelf overlaten waarover hun blogs zullen gaan. Een avontuur moet het ook voor ons lezers blijven. De eerste in de reeks is Heidi Koren. Zij debuteerde in 2015 met de bundel Gedachten over een mogelijk einde bij Uitgeverij Voetnoot (Antwerpen). Ze doceert creatief schrijven aan jong en oud, werkt in een boekhandel en schrijft momenteel haar afstudeerproject voor de Schrijversvakschool Amsterdam.

Graag delen!
Dit bericht is geplaatst in Extazeblog: Literatuur als avontuur, Home en getagd, , , . Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.