Extaze-reeks 1 gelanceerd

Op zaterdag 21 mei is het prozadebuut De mooie mond van Bobby Cespedes en andere verhalen (Uitgeverij In de Knipscheer) van de Vlaming Ulises Segura in de mooie Boekhandel Douwes Den Haag gepresenteerd. Onder de bezoekers een afgevaardigde van de Belgische Ambassade. Hieronder een impressie. Foto’s: Anneke Ruys.

 

Gepost in Home | Getagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Het nieuwe nummer: ‘Water-Zee’

Een dubbelnummer, gedrapeerd rond coverE17-18Een (on)mogelijke reisgenoot, een poème fleuve van Theo van der Wacht

Met o.a. het prachtige essay ‘De intimiteit van water en het water van de intimiteit’ van René ten Bos, winnaar Socrates Wisselbeker 2016. Verder essays, korte verhalen en gedichten. De tekeningen en schilderijen in dit nummer zijn van Ronnie Krepel.

Het nummer kunt u hier bestellen.

Gepost in Geen categorie | Getagged , , , , , | Plaats een reactie

Extaze start Extaze-reeks

Op zaterdag 21 mei a.s. zal in de Haagse boekhandel Douwes
een bijzonder debuut ten doop worden gehouden:

De mooie mond van Bobby Cespedes en andere verhalen
van Ulises Segura

tevens de eerste uitgave in de Extaze-reeks,
een serie debuten van talentvolle auteurs die eerder in
het literaire tijdschrift publiceerden.
Aanvang: 15.30 uur.

Cover Ulises Segura

In het kleurrijke proza van Ulises Segura (Aalst 1973) is de wereld
geen barmhartige omgeving, maar een chaotisch en vaak dreigend niemandsland,
waarin je zonder metgezel algauw verloren raakt of je moet voldoende troost
uit je herinneringen en je visoenen kunnen putten. De weemoedige ontheemden
in de zes verhalen van Segura zijn er meesters in. Op een ingetogen manier
leidt hij de lezer binnen in een fascinerende, soms bijna magisch-realistische werkelijkheid, waarvan het decor afwisselend gevormd wordt door de duinen
van Oostende, naamloze dorpen in Noord-Afrika, Londense parken en
appartementen, een woestijnversie van Andalusië en de cabine
van de eerste bemande Marsraket.Extaze-reeksProgramma 21 mei:
Introductie Extaze-reeks nr. 1
Interview met de auteur en een korte voordracht
Overhandiging eerste exemplaar
Muziekfragmenten uitgezocht door Ulises Segura

Boekhandel Douwes, Herengracht 60
https://goo.gl/maps/ucApvW259wB2

logo Extaze-reeks

IN DE KNIPSCHEER

Gepost in Home | Getagged , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Duivelskunstenaar en de seksuele context, door Christian oerlemans

Zelfs na de autopsie is nog niet duidelijk waarom Prince die noodlanding heeft gemaakt.Sinds de jaren tachtig heb ik niet zoveel gezien en gehoord over Prince. Uiteraard weer gekeken, naar zijn films, zijn shows. Show is eigenlijk een te gering woord voor de manifestaties van deze tengere kleine man met het grote muzikale talent, een duivelskunstenaar die zich omringde met meiden die het vrouwzijn konden overstijgen Verder zeg ik er niets over, nou ja, toch een paar dingetjes. Afgezien van zijn handige verlegenheid in interviews en de onschuldige uitdrukking in zijn Bambi-ogen, heb ik toch twee piekerpunten: Ten eerste dat een dagblad dat ik zelf niet lees, blijkbaar meteen de oorzaak weet (drugs!!). Ten tweede dat er hier en daar terloops melding van wordt gemaakt dat Prince lid was van de Zevende-dags Adventisten (geen drugs!!).
Intrigerend. His Royal Badness maakte duivelse shows, beladen met ongegeneerde erotiek. Vraag ik mij af hoe dit te rijmen valt met zijn religie. Ik citeer een paar zinsneden uit de 28 geloofspunten: “voldoende lichaamsbeweging (haha zelden iemand gezien die zó kon bewegen), gezond eten, geen onrein voedsel, en omdat alcoholische dranken, tabak en het onverantwoordelijk gebruik van medicijnen en verdovende middelen schadelijk zijn voor het lichaam, behoren wij ons daarvan te onthouden.”
Let op het woord ‘onverantwoordelijk’.
Voorts: “ontspanning en vrijetijdsbesteding moeten voldoen aan de hoogste normen van christelijke smaak en schoonheid. In culturele verscheidenheid hoort onze kleding eenvoudig, bescheiden en netjes te zijn, zoals het past bij mensen van wie schoonheid niet bestaat uit uiterlijke versierselen, maar uit een zachtaardige en stille geest die niet kan vergaan.”
Onhandige regels lijkt mij, voor deze performer die leek te zijn opgebouwd uit versierselen. Vraag is, heeft Prince ons een spiegel willen voorhouden? Een confrontatie wellicht? Ik lees dat hij niet alleen lid was van de Zevende-dags Adventisten, maar deze leer ook uitdroeg en verkondigde. Over zoiets kan ik echt even piekeren. Misschien was hij op aarde gezonden om ons te waarschuwen, was hij een van de rechtvaardige zielen die straks, voor de eerste wederopstanding, als een engel zal verschijnen aan de vooravond van het duizendjarige rijk, zingend
“Black day, stormy night, no love, no hope in sight, don’t cry, he is coming, don’t die without knowing the cross”. Uit Sign  the Times.
Je kunt het niet over Prince hebben zonder aan vrouwen te denken. Zelden een mooiere drummer gezien: de famous Sheila E (Escovedo), de drumgodin. Niet alleen drummen kan ze, maar ook dansen en zingen en haar lijf gebruiken. Terwijl ik dit schrijf heb ik haar op ‘YouTube’ en het valt niet mee om mijn aandacht erbij te houden, want de combinatie van vrouwelijkheid en zoveel heftigheid op de percussion die tot heden – in mijn beleving – aan mannen was voorbehouden, zet mij voor ik het weet weer aan het piekeren. Wat willen vrouwen eigenlijk? Anders gezegd: hoe zíjn vrouwen eigenlijk? Of nog anders gezegd: wat denken mannen eigenlijk dat vrouwen zijn, afgezien van ook een mens. Borsten, jazeker, benen ook, billen, heupen, lippen, grote ogen, enfin de fysiek die we – sigh of the times? – dagelijks krijgen voorgeschoteld. Niet op de ouderwetse pin-up manier, maar gewoon in dagelijks gedoe. Naveltruitjes, (te) korte broekjes en erger nog rokjes, daar waar de toegemeten fysiek er vaak niet om vraagt. Waarom doen die meisjes dat? Omdat ze het zien in de videoclips, waar het leven draait om girls en boys en love en sex. Ja, Prince dus weer: LoveSex. Natuurlijk roept dit ook weerstanden op. Zoals de anti-beweging vanuit religie, waarbij mannen hun vrouwen opsluiten in huis en allesbedekkende kleding voorschrijven. Tevens ergeren feministes zich eraan; hebben we daar in de vorige eeuw zo hard voor gevochten? Er was een vrouwenfeest op het Amsterdam University College, een internationaal op bèta wetenschappen gericht ‘college’ (samenwerking van de VU en de UvA in Amsterdam). Het was een body-positivity feest waar topless kon worden feestgevierd. Alle remmingen los dus. Maar zonder mannen. Het feest was een initiatief van het feministisch comité van deze campus, waarmee blote borsten uit de seksuele context zouden worden gehaald. Uh? En Beyoncé dan? Zie haar nieuwe DVD ‘Lemonade’, hoe feministisch kun je zijn met je borsten in zicht en je lijf op volle sterkte. De moderne vrouw is toch juist stoer en sexy tegelijk? Bovendien, bloot slaat dood zei mijn moeder altijd. Tantes gaven de baby de blote borst, waartoe ze dit lichaamsdeel pontificaal uit hun bloemetjesjurk wipten. In de jaren ’70 van de vorige eeuw waren er zoveel blote borsten op de stranden dat de seksuele context geheel verloren ging. Ik bedoel maar. Wat bedoelen vrouwen eigenlijk? In de kledingmode beweegt de trend zich naar ruimvallend, bedekkend en casual, de pyamalook komt terug en zwempakken verdrijven de bikini’s. Onder invloed waarvan, of van wie? Ondertussen bewegen jonge meisjes zich navelvrij op school. Op alle scholen? Ho ho zeker niet! Op het Kandinsky College in Nijmegen zijn ze alweer op de weg terug (of vooruit) en moeten de meisjes niet alleen hun buik inclusief navel bedekken, maar ook hun blote schouders! En dit ook tijdens de gymlessen, waar zij zich soepel leren bewegen, zodat ze misschien later wel ontdekt worden als showdanseres.

naveltruitje

 

 

Gepost in Column Oerlemans | Getagged , , , | Plaats een reactie

Er nooit dichter vandaan, Theo van der Wacht: Gevrijwaard 


Stofwoorden die opstuivend de pluizige lente
verraden, zuidzuidwest, schapenwolken in het
blauw aangestipt, gevrijwaard van zwaarte

en hemelvrees, als een trekvogel op doorreis,
bovenwinds op de luchtstroom meedrijvend.
Jij? Ik? Zwichtend voor die onmogelijkheid?

Met onze vlerken gekortwiekt, uitkauwend bij
kunstlicht, het oude lied van al hoger en hoger,
John Keats, zonder leeuwerik in het verschiet.

Iedere maand een nieuw gedicht van ‘monnik’ Theo van der Wacht

Lees meer »

Alle maanden

We schrijven een antieke oktober, Augustus is keizer in
Rome, ongerust over een baby die in maart is ontloken
- Mars, oorlog, Joden, Vandalen. – Duikt november als
elf op in de annalen – ‘Rijmt mooi, maar waar bleef Jezus
in dit verhaal,’ vraagt onze meester, die eind december
geen stal maar een dennenboom optooit, ons al eerder
besmuikt verhaalde dat september de bronstmaand is -
Met burlende herten, een afgedankt gewei. – Winter?
Die is haast al voorbij, één wit -

regel , en de woeste wil van april staat weer centraal,
le sacre du printemps, waar de natuur buiten zinnen op
mei aanstuurt, met hopelijk iets nieuws op het plankier -
En juni zich modieus aan het optutten is, selfies uitdeelt,
schouwspel door martelaren verafschuwd, als Julia ruw
door opa Saturnus wordt belaagd, februari met januari
op de vuist gaat, om wie ‘t eerst mag, de boete achteraf -

 

ontnuchtering

 

 

 

Ontnuchtering

Os staat verbaasd op stal, en voor ezel heeft het
balken allengs afgedaan, maar de ganzen slaan
milieu-alarm, en ik?, die vat in een bevlieging
Pegasus bij zijn staart, maar dit raspaard keert
zich briesend af, zelfs geen hoefslag kan er af -

Daarom blader ik prozaïsch door wat kranten,
zie de foto’s, spot de ellende en share mijn wel-
bevinden op Kletsboek met een selfie voor al
mijn vrienden voor vandaag en nog heel even -

Jezus en ik, wat hebben we het samen fijn: Hij
veilig in de warmte van de stal, ik ontnuchterd
door de mistletoe, dennengeur en schone schijn -

Piet en Sint

De Piet van Sinterklaas

Die Piet, of ie nu pimpelpaars, pikzwart of spierwit
door het leven gaat, de duvel en zijn ouwe moer of
erger nog, een betovergrootvader als voorzaat heeft,
het zijn z’n lach, zijn springerigheid en de ondeugd
waar hij voor staat.- O middeleeuwse Piet, wanneer
deed jij nu òoit een braaf oppassende kleuter kwaad –

 

licht

Echt licht

Lichtsnelheid – Botsing – Beng!  Split second – onze capsule spat   uiteen, kernsplijting op papier, door een oneigenlijke bril bezien,  en digitaal weerspiegeld en geformuleerd voor wie het navertellen kan en wil.. U misschien, vanaf de Dierenriem? – Filmt men daar straks niet het Sint-Elmusvuur van ons ‘allerlaatste uur ……..?’

Ik klap mijn laptop dicht, blik een oogwenk in echt licht, bedenk ‘schaduw van de zon’ en beklim in een flow het eerste de beste hoge duin. Met GPS stand by ontdek ik het terras aan zee waar de anderen ogenschijnlijk al zijn.- Wars van angst, kies ik de kortste weg  naar het strand: Prikkeldraad. Winkelhaak. Bloeddruppels in het mulle zand -

Nieuws-app meldt:  Er is een onvermoede zonsondergang voorspeld.

 

theo2

Pi

‘Be willing to be blind, and give up all longing to know the why and how,
for knowing will be more of a hindrance than a help’

The Cloud of Unknowing,
anonymus medieval English.

Reeds als ezelsbrug om veel te houden van: Wie ù kent, o getal (…..)
Zo gewoon als ik mij verliefd betoon: deze omhelzing = omcirkeling, een
kwestie van niet bang zijn vóor – ons gekromd heelal in vierkant op papier.
Dit taalt naar kwadratuur, naar geest die huist waar nog niet eerder iemand is geweest, boven die wolk van niet weten uit, waar nog van alles mogelijk lijkt..

(Wie verzint er nu zoiets, bromt professor Wit, aanhanger van de lege blik.)

Pluto of Venus, een baksteen of een kus.- Die plotse zonsverduistering komt
mij goed van pas.- Ik klamp me in pikkedonker vast aan het getal, laat Pi zijn
Odyssee verrichten in mijn dromerige brein: Sterrenschepen bewegwijzeren
de kosmische woestijn. Tijdreizigers cirkelen af en aan, spelen stommetje,
een spraak die mij verstaat.- Waar het almaar vroeger wordt, ontwaak ik vast
te laat..

 

theo

OFFERANDE

Wat er àl niet in die twitterende hoofdjes rondwaart -
Je vraagt het je amper af, of jouw naam schalt door
de klas, en verspringen vrees en durf spontaan van plaats,
zit jij daar plots als primus inter pares een overjarige
heldensage op te dissen, benevens de list die Atlas voor
eeuwig met zijn last opzadelt. Van de gezichten rond je
druipt het ongeloof af, hoogste tijd dus om de woorden
nous, thumos,epithumia te arceren, Plato’s Phaedrus een
kans te geven, de aura van een geleerde aan te nemen -
En sta je later werkelijk als leraar voor een gehoor dat
zijn oor het liefst toch aan zo’n smartphone leent, sla
dan de handen voor je ogen, zoals Oidipoes de blinde,
en smeek Apollo, of hij jouw offerande wèl aanvaarden
wil, en reis daarvoor nù naar Delphi af, stante pede

Idee: Eva van der Wacht (gymnasium 5)
Tekst: Theo van der Wacht
juli 2015

 

Badkoorts

Over de zee schrijven, na er enkel maar over te hebben gelezen, dat deden zelfs
gelauwerde poëeten. Zulke onvertrouwdheid hoeft op zich niet altijd in mindere
gedichten te resulteren. Zeeziekte en zeebenen, daarover kun je twisten, maar al
via een schep badzout laat je dat ouderwetse ligbad herleven, waarin je als kind
ooit werd gekielhaald – de shampoo prikt weer in je ogen, schuim spat van de
golven, jouw erectie rijmt op Aphrodite, en je boekte al een cruise naar Cyprus.

Op de Mediterranee zet de schipper alle zeilen bij om aan Scylla en Charibdis te
ontkomen. De scheepsomroep orakelt: ‘Zeven korte stoten plus een lange op de
scheepsfluit betekent Schip verlaten. Eerst de bejaarden.’ Beneden oefent moeder
La Mer op de piano. Badwater gorgelt in de afvoer. Mijn badeend raakt volledig
onbestuurbaar. Ons zeekasteel begint nu te trillen en te deinzen. Terwijl ik uit het
bad stap en mij afdroog, raakt de reddingsboot te water. Schipbreuk is voor later -

 

theo van der wacht

Doodmoe van politiek geknoei en blabla die gast
een Haags middagje zeebad te offreren – ligstoel
badhanddoek parasol.- Maar of ie zal toehappen,
wie zal ons vandaag onbewolkt weer garanderen -
- Ober! Eén portie ballen! Gloeiend heet, svp.
Ik relax en rol een sigaretje, en verbeeld me
zijn vlammenzee tegenover mijn saffie, hij
het langste.., ik het kortstonderige eindje…
En hoor hem ja nu in de verte al brommen:
- Bruinbakken? Kijk je uit voor je weet wel, ventje.
Pfff. – Wie lust er een bal van me, wie een trekkie?

 

Juni van muziek

Zon hier woord dat zich opdringt wel
is waar enkel kunstlicht afscheidt toch
met juni en deze duinpan in het zicht

een tropisch tintje aan de ingezoemde
klank verleent, melodieuze frase door
ooit een kind baarmoederlijk beleefd

roze noten, broederlijk brein verkleefd
nooit meer dichter in de buurt vertoefd
wit de zee die dit geneurie onderbreekt.

 

Sinds de oorlog vermist

De vader ‘Is over the ocean’, en leeft sinds
de oorlog voort als vermist. De moeder, tipsy,
knoeit met bokking op haar corrigeeerwerk en
gebaart de buurtende zoon om een vaatdoek.
Tot de hond die haar onbedaarlijk te na komt:
‘Wacht maar als de captain zo thuisvaart!’, en
wuivend naar diens ovale, vergeelde portret:
‘Die is nu al ruim een halve eeuw onderweg.’

Of ik Dido’s klaaglied nog eens opzet, liefst het
vertrouwde met kraak. Onderwijl kijkt ze terug op
de moffentijd, en praat zelfs als ik Purcell brul, wijs
richting langspeelplaat, onverstoord door over mij,
het lastpak, dat luid op straat ‘We gaan naar Engeland’
begon te zingen in het ‘soldaten’ Duits.
Onvergetelijk
blijft mijn doorgevraag waarom de kat van boven niet zo.n
 ster draagt: – Mam, mag Tomi dan wel bij ons, straks?

En opnieuw vaar ik over een opengevouwen zee
mijn daddy achterna, en weer als we Tunis aandoen,
slaat er die brandbom in, vlak bij ons in de buurt -
De gevreesde vuurstorm blijft uit, het dodental beperkt
en ik, de grootadmiraal, wip onder de tafel vandaan
met mijn bordkartonnen vlaggenschip.
Tijdens zo’n
uitvaartdienst speelt moeder de treurmuziek; thuis
zwoegt ze op wat zij noemt De Ontembare Zee
- La Mer lees ik, vurig spellend, op de partituur.

’Evacueren’, rebbelt ze, ‘hield in dat je tegen je zin ..’
‘Haast je rep je moest verhuizen’, overstem ik haar,
’wat voor ons uitdraaide op inwoning bij een boer.’
’O, die smeerboel als de beerput overliep!’, roept ze uit.
‘Fecaliën, moeder, die in jouw woorden toen, á la de
Armada samenschoolden in de goot….’
‘Wat ìk nog goed weet’, verzucht ze, ‘is hoe wij daar
op het platteland tandakten naar een schep zeelucht.’

Weer hoor ik mijn nieuwe schooljuf bidden tot een ‘Heer’
die niet bestond (als ik mijn moeder geloven mocht); zèlf
dorstte ik naar de periodiek  ‘Wie,Wat, Waar,Wanneer?’,
met als mijn favoriete premieplaat de beeltenis van een
raadselachtig bloot, Aphrodite Anadyomene genaamd.

‘De dokter’, zegt moeder, ‘typeerde jouw val in vijandelijk
prikkeldraad als een vuurdoop, en ..’
Duurde het wachten in de
kliniek een eeuwigheid – tijd genoeg om te bepeinzen waarom
die zogeheten almachtige god dit alles toch toestaat, dat kwaad,
die rot oorlog (alleen al de Deutschfeindliche scheepsruimte
- in bruto registertonnen – die er de eerste oorlogsjaren volgens
persbureau Reuters dagelijks ’in de grond werd geboord’…)
- het hechten van de wond daarentegen was in een oogwenk
gebeurd.

Een projectiel als de halfjaarlijkse brief van het Rode Kruis:
het ergste vrezend zie je haar die openritsen – dood?
vermist? of misschien toch weer een levensteken?
Is het een wonder dat de uitdrukking ‘strakjes als’
permanent vóor in moeders mond bestorven ligt?

Wanneer honger en winter hen aan bed binden,
wijst de moeder de zoon in Duizend en Een Nacht,
net voor ook dit boek wordt verstookt, op de zeeman
Sinbad
- diens schipbreuk, diens volharding, diens geluk.
Enkel de kindertekening van een boot, wat kranten
tegen de tocht, en de wereldkaart aan de wand
(knopspelden registreren er het ‘landjepik’)
blijven nog zo lang voor de kachel gespaard.

Op de dag van het bericht dat ook deze vader
officieel wordt vermist, sneeuwt het haring en
Zweeds wittebrood uit de wolkenloze lucht –


Uit de diepte

ter nagedachtenis aan
M.P.J. van der Wacht,
Den Haag, 1906 – Sardonische zee, 1944

Er zwemt iemand over mijn graf.- De juiste plek?
Die staat exact in de scheepsverklaring vermeld.

Al sinds die oorlog rusten mijn resten hier op een
geïmproviseerd bed, maar mijn dood houdt dankzij
een nabestaande hardnekkig stand, al nadert de rij
overlevenden thans in een versneld tempo zijn eind –

De zee hier is twee honderd vaam diep. Op je eentje
duiken lijkt me te gewaagd. De toegang die de mijn in
de scheepshuid sloeg, staat als altijd open voor bezoek –

 

feut

opnieuw lente een gloed
tussen dood en geboorte

waar een feut zit te broeden
op de ingevroren narcissen

met de vreselijke woorden
van geen zon die wil gloren

 

lente bij hoog en bij laag

Opvlucht van dwarrelende blink wiens
saltomortales zich mengen met mus en getsjilp
omstreeks het daktuimelraam alwaar mijn
onzalige, buitelende kater

Tik later weerstaat zwaan de slagkracht
van een minnaar – plons kreet en snavel
in poldervaart die op eindeloos uitloopt

Na zo’n moment waar je bij hoog en bij
laag zwoer dat hij echt was die leeuwerik

 

Afvragen

Nadenkend over stad rijzen er  vragen  als
Verhaal of gedicht?  Voor jong en/ of oud?
Schepje zoet, puntje zout? Wie is hier ik?       

Waarom hij nu net een bankkraak beraamt,
zij op de fiets haar cliënten bezoekt, en jij
aan een stickie sabbelt in de koffieshop.

En ik? Die overziet op de luchtkaart vrijwel
alle buurten en straten. Weegt risico´s.
Vraagt af. Ziet heuse kansen -  Jenseits von
Gut und Böse? -

Verzwijgen

Wil het stilletjes ondersneeuwen
Voluit betekenisloos witte vegen

Met geen winterwoord te verven
Door geen oogwenk in te perken
Niks dan niets wordt er vergeven

Hartklop adem matglas doorkijk
Hoor hoe die het ook verzwijgen

 

Op het nieuwste jaar

(astrofysica)

‘im Ganzen is immer schon alles gezählt’
R.M. Rilke

…als in het morgenrood van ooit, op die eerste
ochtenstond, waar behalve licht geen ander
schrift bestaat, geen priemgetal, geen maat…

…wat later
met roze champagne en vodden bij de hand,
wij, als halfproduct van oerknal, god en
pandorische kunst en wetenschap…

Pandora

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pandora
John W. Waterhouse

 

Tante Sint en oom Piet
een moraliteit

sintenpiet

Voor wie gelooft duikt de vliegboot uit
Spanje weer op.- Mijn oom speelt voor
Piet, mijn tante voor Sint. Oom besnord
En bebaard, tante zorgvuldig onthaard.
Oom zweert bij een tok, tante bij naakt.

Verwacht hier geen kadoos uit de zak van
Oom Piet, geen ‘lief of stout’ uit de mond
Van mijn tante de Sint, ook niet het wit en
Zwart door het oog van een kind, noch het
Blindvaren op, en wie doet dat soms niet..

Op een speelse tik heb ik oom Wim zelden
Betrapt, de schoot van tante Fien verwekte
Blosjes die ik pas heel veel later doorzag -
En mijn tante Sint en oom Piet?- Die twee
Bruinen zich behagelijk ontkleed, zo niet
Aan Spaans strand, dan toch wel op hun

Zonnebaadbank

 

Herfstcyclonen

herfstcyclonen

 

 

 

 

 

Weer peren, Eva, herfstcyclonen.
Hoogseizoen voor oude dromers:
zijn blote hand onder de bank en
zij die deed of ze niks zag, maar in
de nablijfklas schrijft opa zich een
lamme arm, strafregels levenslang
Dwars door de schaamte heen want
straalverliefd kwadraat maal pi – de
afstand tussen rijtjeshuis en Paradijs

- en altijd keurig voor het eten thuis.

 

Veredeld licht

Een simpele vingerveeg, en we zwerven uit
over het wereldnet. – Ontdek jij nu een passende
voorgeschiedenis, dan test ik de nieuwste app.

Gehaaide diginauten zonder pen en boekenlast -
Knipogend naar Slim O’Dysseus, praten zij rad
Trojaanse paarden en hun aanhang van het web

En surfen ze op golven veredeld licht, aldoor
laverend tussen onbekend en gerenommeerd,
van Genesis naar Jongste Dag, en omgekeerd.

 

Obsidiaan

Oersteen om voor tot op de bodem te gaan.
Naam stamt van Obsius de ontdekker ervan.
Ons klompje vulkaan meet een kilo of drie.

De glasmeester heeft wel oren naar onze idee.
- Kwestie van chemie, vakwerk en fantasie.
Vaste prijs voor ieder van ons: een splinter

ziel. –
Een loopje met Faust? – Kom doe niet
zo flauw! –
En zo zoeken wij nog altijd naar
de enige naam voor deze trofee, van dit glas
hard glinsterend zwart

 

Voetbalheldendom

‘Ik heb mezelf nooit als een held gezien’
Wim Kieft

Voetbalheldendom Theo van der Wacht

Vier tassen markeren het plein tot een speelveld,
de mat van fijn asfalt.-  Je speelt er om de eer van
je straat, vandaag 6 tegen 5, wij buiten kijf met een
vliegende kiep, wiens bloedende knie ìnstaat voor
felheid en strijd.- ‘Zat deze nu wel ja dan niet, of
was het “over en naast”, dat balletje van een cent’.

De fluitist die er bij ons aan ontbrak staat de volgende
dag in de sportkrant, om de pienantie die hij al dan niet
gaf, om de schwalbe die hij als enige niet zag…

En nooit
zullen we zijn uitgepraat over dat schot zijkant paal
in de laatste minuut, over die teenlengte pech in de weg,
het minieme verschil tussen uitzinnig geluk en
peilloos verdriet.

Toch gaan we vandaag opnieuw onversaagd uit ons dak –
in de clubkleur, mèt spandoek, in ons eigenste vak –
voor een spelletje en een relletje, als eerbetoon en ter
herinnering, aan het voetbalheldendom

 

Nachtegalen

Zinnebeeld? Idool? Sinds mensenheugenis de eerste
viool in mythen, sprookjes, en verhalen. Wereldwijd
drager van namen als bulbul, rossignol, nightingale.

Vogel met zo’n staat van dienst, en toch de echte niet.
Die verbergt zich op een kwartiertje gaans van hier
in de gure voorjaarsnacht, in de afgerasterde natuur.

Daar nu te staan kleumen onder een straatlantaarn -
Zonder mobiel. Zonder woorden. Zonder partituur.
Met alleen maar die trillers uit een keel, het vurig
begin van sneeuw -

 

Cader Idris

De imker spreekt slechts Gaelic, vandaar
de gebarentaal, hem vroeg je naar de weg.

Je had je danig voorbereid op deze tocht
maar door damp en een kompas dat miswijst -

Terwijl je samen honing eet, melk drinkt
van de geit, keer je vliegenvlug

terug in de tijd. Je staat nu hoog
op de plaats zoals een voorzaat die beschreef:

behalve de sneeuw, alleen steen, gruis.
Er nooit dichter vandaan treur je thuis.

( Cader Idris: bergrug te Wales. ‘Wie er de nacht
doorbracht, ontwaakte er ‘s morgens alleen als
krankzinnige of dichter…’.)

 

Alle vogels

‘April is the cruellest month’
Wasteland, T.S. Eliot

Vrij verklaarde vogel op de vlucht; een valstrik
plukt hem aanhalig uit de lucht.- Doodsangst tergt
de omgeknoopte strop, opschortend het finale moment –
de onwerkelijkheid: alle vogels behalve jij en ik

 

Verwachting

Nog 1 keerlus en het land ligt braak
Golvende kluiten schitterend zwart

Vorst vreet al nachten aan de grond
Verwachting dat het sneeuwen gaat

De stramheid van de ochtendkilte
Alleen het koffiezetsel zich betuigt

Buiten dolt de zon met nevelslierten
Regenboog om verzen in te weiden

 

Marcel van Eeden

Vloek

Zuidzuidwest
Der
Nordost wehet. Zeelicht inkt gewolkte zwart
legt blikseminslag bloot
Zo’n beeld verstaat zich
tegendraads
met wat de kijker leest
kantelt
de ogenblik die zwalkend
gat op gat bikt in de tijd.
Op het ontbijtbord restjes
gekleurde hagelslag als
bloedcel
voor de nieuwste dag die
aanschreeuwt uit het boek
van woorden licht en vrees, verenigd tot een vloek –

Citaat uit Andenken van Friedrich Hölderlin
Tekst geïnspireerd door een Vloek van Cor Gout en
het Tekenwerk van Marcel van Eeden

 

Barrières

…al is je mond gortdroog, je lippen gebarsten
en brandt je tong van wat je verzwijgen zal

Onvergelijkelijke herinnering aan, je zou het
willen uitschreeuwen maar

Kinderen, buren, de taalbarrières van….

 

Aloude nachtegaal

Al vroeg in China maakt men hem knap als
mechaniekje na, favoriete speeldoos van
menig potentaat en kunstenaar
………………………………………..Zanger, verleider,
bedrieger
……………Bulbul in het Perzisch, naleesbaar
in het Chinees
…………………..De mijne verbergt zich het gehele jaar door
op een zoekopdrachtje gaans –
……………………………………..zie de pixels waaruit hij
bibberend ontstaat, beluister de klanken
waarop hij ons blikkerig onthaalt -

Solist in digitaal grijs
…………………………….zijn silhouet
echt als surrogaat

 

Atopia

“Nooit iets van waarde meenemen op reis (…)
je moet bereid zijn alles te verliezen’.
Redmond O’Hanlon

Die naam praait om een schip
compleet met kraaiennest en uitkijk, zware ijsgang,
walvissen en mist
‘Ahoi boots, land in zicht.’

~~~~~~ ^^—-#~~~ Dit krabbeltje als eerste aanzet van
de cartograaf. – Nieuw land wordt onbegrensd
in kaart gebracht.

~~~~~~~~~~~~~~~

Een plof, een schok, en nu het helder wordt, blijkt dat ìk
de noodlanding heb uitgelokt
Ik gesp mijn gordel los,
doe afstand van bagage en mijn pas
‘Dear Liberty’,
met dank aan William Wordsworth volg ik als gids en
toeverlaat de eerste de beste wandelende wolk
I cannot miss my way’,

kompas noch kaart, laat staan een laptop, belemmeren
mijn gaan
te voet en liftend On the road die mij alles doet
vergeten wat ik er van weet
kriskrassend over de planeet.….

Grenzstein 37 –
foto Tanya van der Wacht
Stemwede- Levern

 

Tango en vrouw

O Màlena, hoe jij als tango en als vrouw:
zelfs in mijn slaap (ik droom een rokerig
lokaal) omhelzen wij La Yumba en elkaar

Onvermoeibaar achter-, zijwaarts, gancho,
zwaai – in overrompelende taal de zweepjes

van vocaal en bandoneon, tot plotseling die

schel

Nee, aan dit café kleeft geen nachtverbod,
enkel de timer van mijn radioklok, belletje
waarvan ik wakker schrok, als jammerlijk
slotakkoord.

 

Gepost in Poëzie | Getagged , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Terugblik Extaze in de Houtrustkerk

14 april 2016, presentatie Extaze 17/18: ‘Water-Zee’
Foto’s: Eric de Vries

Gepost in Home | Plaats een reactie

René ten Bos wint Socrates Wisselbeker 2016

De Socratesbeker 2016 gaat naar René ten Bos voor zijn boek: Bureaucratie is een inktvis, (uitgeverij Boom, 2015). De Socratesbeker wordt ieder jaar uitgereikt aan de auteur van het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek dat in het voorafgaande jaar verscheen.

Donderdagavond 14 april was hij te gast bij Extaze in de Houtrustkerk, n.a.v. zijn geweldige essay: De intimiteit van water en het water van de intimiteit in de nieuwe Extaze nr. 17/18.
René ten Bos gefeliciteerd!

 

Gepost in Home | Plaats een reactie

Uitnodiging boekpresentatie Theo Monkhorst

Zondagmiddag 24 april 2016 vindt van 15.00 tot 16.30 uur in de foyer van
Theater aan het Spui de presentatie plaats van

Theo Monkhorst De blijmoedige leugenaar

De blijmoedige leugenaar speelt in Den Haag waar een heftige publieke discussie ontbrandt over de bouw van een kostbaar cultuurpaleis. De wethouder wordt vermoord en schrijft in de hemel zijn herinneringen aan deze tumultueuze periode. Tot het einde blijft de vraag wie de moord pleegde onbeantwoord: het volk of de elite?
Het eerste exemplaar zal worden uitgereikt aan wethouder Joris Wijsmuller.

Uitnodiging Blijmoedige leugenaar

 

 

 

 

 

 

 

KNIPSCHEER

______________________________________________________________

Gepost in Home | Getagged , , , , | Plaats een reactie

Nieuw (dubbel!)nummer Extaze

Extaze 17/18: ‘Water-Zee’.
Donderdagavond 14 april werd het nummer gepresenteerd tijdens
Extaze in de Houtrustkerk. Een bijzonder programma in een bijzondere entourage
met veel muziek, gedichten, voordrachten en films van: René ten Bos, Laurence Fish, Pieter van den Broeke, Frans Friederich, Ada Fesevur, Wim Noordhoek,
Miek Zwamborn en Trespassers W (Frank van den Bos, Ronnie Krepel,
Frans Friederich, Cor Gout)
.

B E S T E L L E N

coverE17-18Water-Zee

Een dubbelnummer, gedrapeerd rond Een (on)mogelijke reisgenoot,
een poème fleuve van Theo van der Wacht

ESSAYS
René ten Bos volgt Peter Trawney en François Jullien in hun visie dat het water 
zich op bijzondere wijze tot intimiteit verhoudt en dat de ervaring van intimiteit bij 
twee mensen er een van indifferentie is, dat wil zeggen dat in hun relatie de verschillen 
doorlatend (vloeiend) zijn geworden. Gedwee volgt hij hun theorieën echter niet.
Marcel Poorthuis onderzoekt de stelling van de voorsocratische denker 
Thales van Milete dat water aan alles ten grondslag ligt. De verbondenheid van de mens met de wereld vanuit een soort oerprincipe impliceert een deelname aan de geschiedenis vanuit verantwoordelijkheid.
Ad Zuiderent toont aan hoe belangrijk de rol van de zee en het strand is in het werk van Gerrit Krol, hoe ze de motor van zijn gedachten vormen, concreet en abstract.
Arie Pos maakt in zijn essay over J. Slauerhoff duidelijk dat een groot deel van diens werk onverbrekelijk verbonden is met zijn zwerflust en zijn fascinatie voor de zee.

ARCHIEF
Gedichten van Bernardo Ashetu, ingeleid door Klaas de Groot
Gedichten van J. Slauerhoff

KORTE VERHALEN
Kolja Aertgeest
Mark Baltser
Tim Dankers
Bram Esser
Hein van der Hoeven
Wim Hofman
Christien Kok
Felix Monter
Wim Noordhoek
Christian Oerlemans
Rob Verschuren

GEDICHTEN
Felix Monter
Herman Rohaert
Brigitte Spiegeler
Harry Vaandrager
Gerrit Vennema
Theo van der Wacht
Miek Zwamborn

BEELD
Ronnie Krepel

Gepost in Home | Getagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Wim Brands (1959–2016) en de roep van de zee

Wim Brands tijdens Extaze in Pulchri

Wim Brands, 31 januari 2013, Extaze in Pulchri. Foto: Annemieke Vink

Bij iedere ontmoeting met hem was er de wederzijdse blik van herkenning. Herkenning van waar we voor stonden. En waar we een enkele keer samen aan hadden gewerkt, bij de VPRO-radio en later bij literaire ontmoetingen.

Op 15 december 2015 nodigde ik hem uit een bijdrage te leveren aan het Zee/water-nummer van Extaze. Ik wist dat ‘zee’ een van zijn thema’s was. Of meer precies: de roep van de zee.

In de haven lag een schip, met aan de reling
Een dikke man die een aria zong.

Hij luisterde naar het ongekende
En rende zielsgelukkig naar huis –

Bezocht nadien tijdens verloven
In het buitenland avond na
Avond opera’s –

Een liefhebber werd hij niet.
Avond na avond wachtte
Hij op dat lied

(uit: Wim Brands, ‘s Middags zwem ik in de Noordzee)

Waarom heb ik die roep wel in zijn gedichten gehoord en niet in het volle leven? Signalen waren er in voldoende mate geweest.

Een week na mijn verzoek voor een bijdrage aan het Zee/water-nummer, kwam zijn toezegging:

‘Ik wil graag schrijven over de zee. Over de eerste keer dat ik de zee zag, over het moment dat ik niet ver van Den Haag, tien jaar oud, door de duinen liep, en wist dat ik binnen enkele minuten dan eindelijk de zee zou zien – dat wond me op – maar wat zou ik gaan zien? Het was alsof ik van niet-zijn naar zijn ging – dit is lelijk geformuleerd, voor jou zoek ik graag de juiste woorden.’

In januari van dit jaar moest ik hem aan zijn toezegging herinneren. Hij reageerde als volgt:

‘De zee toch?’

Ja, de zee. Maar de communicatie bevreemdde mij. Meestal stuurde Wim zijn bijdragen binnen twee weken naar ons op. Altijd gretig om te publiceren, zeker over onderwerpen die hij als ‘de zijne’ beschouwde. De bijdrage is nooit gekomen.

In februari interviewde Wim Roel Bentz van den Berg voor het VPRO-tv-programma Boeken. Onderwerp van gesprek was Roel’s recent verschenen roman Het naderen van een brug, waarin zaken als dood, rouw, ordening van een afgesloten liefdesleven en de versmelting van een enkele ziel (van de overledene) met het totale zielenleven aan de orde komen. Thema’s die er in het gesprek niet lichter op werden toen Wim ze in verband bracht met (de verwerking van) de dood van Roel’s vader, de acteur Han Bentz
van den Berg.
Al kijkend en vooral luisterend, kreeg ik de indruk dat Roel steeds meer in zijn zelf geschapen en tijdens het gesprek opgeroepen dodenwereld verzonk.

Op 14 februari mailde ik Wim:

‘Je weet, ik heb veel met Roel gewerkt (VPRO). Er was iets. De rust in zijn stem is weg.’

Het antwoord kwam diezelfde dag.

‘Kende mijn stem wel rust?’

Eind maart, nadat ik had gehoord dat Wim tijdelijk was gestopt met de presentatie van Boeken, stuurde ik hem een mail om te informeren naar zijn gezondheid.
Er kwam geen antwoord.

Ook de betekenis van dit laatste, oorverdovend stille signaal ontging me.

Mijn liefde voor haar begon als een geloof.
Ze was er op een dag, daarna volgden
bedremmeld de redenen:

haar licht loensende ogen, hoe ze sprak
‘Nee, ‘s middags zwem ik in de Noordzee.’

Hoe in dat water haar armen nauwelijks
bewogen. Eenvoudig. Achteraf is alles
altijd eenvoudig.

(uit: Wim Brands, ‘s Middags zwem ik in de Noordzee)

(cg)

 

Gepost in Home | Getagged , , , , , , , , , , , , | 1 Reactie

Het immuunsysteem, door Christian Oerlemans

Het is fascinerend om avonturen te beleven in je eigen hoofd. Ik bedoel niet echt dromen, hoewel dat ook interessant is. (Laatst reed ik met twee gedroomde vrienden in een gedroomde Bentley met twéé turbo’s, het ging zo hard dat het eng was en voor die tweede extra turbo was er een lelijk zwart kastje in het mooie dashboard gemaakt. Schoonheid opgeofferd aan kracht. Dat zie je jammer genoeg ook wel eens bij sportvrouwen.)
Nee, ik bedoel in trance voor je uit staren terwijl de chaos het overneemt in je denkwereld. Ideeën en associaties buitelen over elkaar heen en als je een vast punt kiest in het oog van deze cycloon, een  probleem waarvoor je een oplossing zoekt bijvoorbeeld, of een onderwerp waarover je dagelijks struikelt, of een keuze die levensbepalend is, dan werkt dit vaak heel openbarend.
In mijn geval ging het – of gaat het – over ons immuunsysteem. Ik lees dat in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) een onderzoek loopt naar kankerbestrijding door maatwerk in immuuntherapie. Omdat ik een van die mannen ben met prostaatkanker – elk jaar ca. 10.000 nieuwe gevallen – interesseert mij dit. Het is de meest voorkomende kanker bij mannen boven de vijftig. Zoals bekend – of niet – heb ik er een boekje over geschreven getiteld ‘MANNEN, je sluipmoordenaar heet testosteron’ met een mooi voorwoord van de hoogste urologiebaas in het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis, professor Simon Horenblas. In de pers werd het omschreven als hilarisch en tegelijk bloedserieus. Je maakt wat mee in een ziekenhuis, maar dit terzijde. Boekje is trouwens te koop voor 14 euro bij de (internet)boekhandel.
De immuuntherapie dus. Het probleem is dat tumorcellen zich vermommen als gewone cellen, zodat ons immuunsysteem ze niet herkent. Worden afwijkingen wél herkend, dan formeert ons immuunsysteem meteen een enorm leger T-cellen die schoonmaken en opruimen. Waar ze in Leiden mee bezig zijn is dan ook het herkenbaar maken – door mutaties in DNA-strengen – van tumorcellen, zodat we die zelf met ons immuunsysteem opruimen.Tot zover de medische kant.
Al dagdromend brengt dit verhaal van die niet herkenbare cellen en een afwachtend of niet reagerend afweersysteem mij tot Brussel, bijvoorbeeld. Overal in de wereld ontstaan tumorcellen die we niet herkennen omdat ze bestaan uit gewone onopvallende mensen. We noemen het terreurcellen. Pas als die groot en ontwrichtend daadkrachtig worden, herkennen wij ze en wordt er geopereerd. Overigens niet altijd met succes, zeker niet in België.
Het is dus belangrijk – om de metafoor door te trekken – om die voor de gezondheid van de mensheid gevaarlijke cellen in een vroeg stadium herkenbaar te maken, zodat wij ze tijdig kunnen aanpakken. De herkenbaarheid is hier het probleem, net als bij onze tumorcellen. Pas als het gezwel zich openbaart, gaan (kunnen) we aan de slag. Te laat vaak.
Het schijnt dat er hier en daar in een vroeg stadium heus wel cellen herkend worden. Soms lopen ze gewoon op straat, in woonwijken, of ze kopen liters aceton via het internet. Geheime Diensten weten dit wel, maar ze zijn zo achterdochtig ten opzichte van elkaar, dat ze hun geheimen niet of nauwelijks delen. Het zijn natuurlijk ook maar mensen.
Na de gruwelijkheden op vliegveld Zaventem, vlogen wij een dag later van Faro naar Schiphol. Vrienden zeiden: ga maar vroeg naar de luchthaven, want het zal wel een gekkenhuis zijn, met controles overal. Maar nee hoor, op Faro alles normaal en gezellig en bij aankomst op Schiphol ook niks aan de hand. Wel in de aankomsthal enorme rijen bij de treinkaartjes automaten. De trein? Ja, Maalbeek natuurlijk. Is een treinstation gevaarlijker dan een luchthaven? Mijn God we weten het niet meer. En ondertussen is Johan Cruijff overleden. Voetbal is simpel, maar het is moeilijk om simpel te voetballen. Confuciaans als je voetbal door ‘leven’ vervangt. Jammer dat alleen Hollanders en Catalanen hem zo kennen.
Laatst had ik een verdacht plekje op mijn huid, waarvan de huidarts zei dat het wellicht een begin van een tumor kon zijn… nader onderzoek was nodig, maar het bleek alsnog goedaardig. Nog wel. Zo zijn er op de wereld overal verdachte plekjes. Eerst herkennen we ze niet, dan ontkennen we ze vaak, dan blijken ze minder goedaardig dan we dachten en uiteindelijk blijken ze dodelijk.
Mijn scheikundeleraar zei altijd dat het universum bestaat uit bollen die om elkaar heen draaien en dat je deze gedachte kunt doortrekken tot in de structuren van alles wat bestaat, ook het menselijk lichaam. Wie weet – zei hij – wat er allemaal in ons aan werelden bestaat en wie daar allemaal leven. Als jongen vond ik dit een mooie gedachte want het relativeert alles tot het uiterste. De mens, de mensheid, het universum.
Scheikunde was mijn lievelingsvak; in een laboratorium kun je de loop der dingen veranderen.

Gepost in Column Oerlemans | Getagged , , | Plaats een reactie

Beeldgedicht: ‘Zo’n fluisterwit vermoeden’, Tania Verhelst

Meer beeldgedichten van Tania Verhelst

Gepost in Poëzie | Getagged , , , , | Plaats een reactie

14 april, Extaze in de Houtrustkerk

Presentatie van het dubbelnummer, Extaze 17/18: ‘Water-Zee’

Extaze in de Houtrustkerk

Alleen tijdens de presentatie
dubbelnummer Extaze 17/18 te koop voor € 25,00

14 april, Extaze in de Houtrustkerk

Gepost in Home | Getagged , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Hoe je het opschrijft, door Theo van der Wacht

De oude heer herkent ons niet meer. Geen wonder na al die jaren. Meer dan zestig tussen vandaag en dat ‘schoon uitzicht’ op het Rijndal in die zomerse tuin van weleer. Dat ging overigens niet meteen van harte. Oorzaak, het tentje dat wij ‘s avonds bij maanlicht hadden opgezet, onder de rustieke kastanjeboom, naast het ogenschijnlijk onbewoonde huis. Maar als de knorrige bewoner hoort dat we uit Holland komen, bindt hij meteen in en schakelt vlot over op een soepele conversatie. In vogelvlucht verkondigt hij ons zijn rijkdom aan opvattingen en ideeën, variërend van de Politionele Acties in voormalig Nederlands Indië tot de gruwelen die door het Nazidom werden gepleegd. En waren ook wij, jongens, fietsend langs de Rijn, de afgelopen dagen niet getuige geweest van de puinhopen in steden als Keulen en Mainz? En sneuvelde er niet onlangs een neef van mij als dienstplichtig soldaat in dat Indië van ‘ons?

‘Mijn naam is Dekker. Thee?’ Onder het nuttigen van een beschuitje vroeg hij ons of we op school de Havelaar al hadden gelezen. Nee, dat hadden we niet, en hij gelaste ons daar gauw wat aan te doen, hij had ergens nog wel een presentexemplaar. Reve? Mulisch? Nee, die zeiden hem weinig, maar had zekere Hermans laatst niet een aardig stukje over hem in de krant geschreven? – Nadat wij dat hadden beaamd, mocht ons tentje blijven staan. Van de marken die wij dat weekje in Ingelheim met puinruimen verdienden, kochten we een Kuchen, waarop we hem dankbaar tracteerden.

Nee, hij herkent mij niet meer. En ik zijn huis niet, dat is namelijk tot hotel verbouwd. Mijnheer Dekker zelf is hooguit een tikkeltje verbleekt. Deze reis vergezelt mijn vriend Willem mij. Als groot ‘Indië-kenner’ wou ik hem er dolgraag bij hebben. Aan de bar vertellen we de heer Dekker de reden van onze komst. Die toont zich eerder verongelijkt dan verbaasd: ‘Waarom niet eerder langsgekomen? Maar weet heren, ik ben nogal ouderwets, iets als een smartphone zul je bij mij niet aantreffen.’ Maar of we zijn laatste publicatie al kenden, ‘Over Vryen-Arbeid voor Asielzoekers’? Ook over ‘Wir schaffen das’, heeft hij al een artikel geschreven, ‘Tapfer Deutschland verricht netjes zijn humanitaire verplichtingen.’

Maar nu dan het antwoord op jullie vraag:

‘Over mijn Havelaar las ik laatst, dat men die als verplichte leerstof op de middelbare school wil afschaffen. Dat heeft vast te maken met de jeugd van tegenwoordig, die zelfs na vijftien jaar onderwijs geen goed Nederlands kan schrijven, en dus ook minder goed kan lezen.Terwijl aan de andere kant de boekenmarkt overspoeld wordt met romannetjes.

Er bestaan nu zelfs schrijversvakscholen, en er worden, las ik laatst, vele keren meer gedichten geschreven dan “God kan lezen”. Heren, waar zit dat in? Dat mìjn woordkeus, zinsbouw en stijl zouden zijn verouderd, lijkt me nogal gezocht. Die opvatting getuigt eerder van gemakzucht. Want over de inhoud worden we het gauw eens, die is immers van alle tijden. Droogstoppel “doet” nog altijd in koffie, en roeren in een plastic bekertje met oploskoffie kan soms al genoeg zijn voor een meesterwerk, het ligt er alleen maar aan hoe je het opschrijft…’

Gepost in Geen categorie | Plaats een reactie

Den Haag, Celebesstraat door Manuel Kneepkens

 

Bij het overlijden van de schrijver
van de ‘Excessennota’*

Haagse Liefste, zo Eline

Zie, vanuit de tempo doeloe-pracht
van je kantjil ogenpaar
_ o, Saidjah, o, Adinda!_
heupwiegen
aan

Zilver(rijst)vogels

gebatikte herinneringen
aan
Radio Bandoeng

in het kwetterend geboomte van het Lange Voorhout

(“Wat klinkt er vreedzamer smaragd

dan de Accoorden van Linggadjati?”)

Insulindische, pronkend met je haarwrong
nachtzwart, onder Couperus’ maan
je schoot als een Melatti-bloem

als jij mij verlaat
_een desolate Westerling _
begint dan in kampongs
vol vergeten vermoorden

het Regenseizoen?
 
* Cees Fasseur (1938-2016) auteur van de Excessennota over de oorlogsmisdaden in vh Nederlands-Indië

Gepost in Poëzie | Plaats een reactie

Het winnende verhaal van Heidi Koren in Extaze 19

WOORD is een literatuurprogramma geïnitieerd en georganiseerd door het Nutshuis in Den Haag. Het open podium en de speeddates van 5 maart j.l. hebben zeven korte verhalen opgeleverd, die alle, interessante onderwerpen behandelden. Bij de keuze voor het beste verhaal heeft naast het belang van het verhaalonderwerp de manier waarop het verhaal was verteld een grote rol gespeeld. Dat leidde tot het volgende rapport:

‘Het winnende verhaal, Zonlicht op de motorkap van Heidi Koren, is een rauw verhaal dat adequaat en met onderkoelde humor wordt verteld in een functionele stijl en in een goed tempo. De verhaallijn ontvouwt zich verrassend’. De redactie zal Heidi Koren’s korte verhaal plaatsen in Extaze 19 (oktober 2016).

Gepost in Home | Getagged , , , , , , | Plaats een reactie

Blog Hans Muiderman

Een mededeling voor de lezers die de blogs van Hans Muiderman over de Oostzee-reizen met tablet en digitale landkaart volgen:

Hans Muiderman is momenteel nog op het schiereiland Usedom (Duitsland) aan de Duits Poolse grens en reist van Zinnowitz naar Peenemünde.

Zie verder www.hansmuiderman.nl/blog/

Veel leesplezier!

Gepost in Geen categorie | Plaats een reactie

Misdaad en straf, door Christian Oerlemans

Dit is de titel van het verhaal van Dostoyevsky, over Rodion Romanovich Raskolnikov, de man die bewust een moord pleegt om geld te stelen van een vrouw die in zijn ogen een ‘slecht mens’ is. Toegestaan dus. Ongelukkigerwijze wordt hij betrapt door een onschuldige lieve dienstbode. Deze gaat dan ook – letterlijk – voor de bijl, pech gehad, iets wat wij nu collateral damage noemen.

Later werd dit verhaal door een Christelijke vertaling voornamelijk bekend als ‘schuld en boete’. Met name de tweede moord drukt op het geweten van Raskolnikov, hij wordt geteisterd door schuldgevoelens. Een domme huisschilder heeft inmiddels – onder enige druk van de politie – de moorden bekend, maar Raskolnikov raakt ziek en verward door de stress en onder invloed van een heel lief arm onschuldig meisje (echte liefde) kiest hij voor ‘straf”. Zo komt hij terecht in Siberië, waar het onbaatzuchtige meisje hem volgt en dagelijks bezoekt (echte liefde). Zij opent uiteindelijk zijn ogen en zijn hart, waardoor hij zich boetvaardig bekeert tot God. Inderdaad een soort soap avant la lettre, maar fascinerend om te lezen.

Ik kom hierop omdat tijdens een diepgaand nachtelijk gesprek met twee jongere mensen die mij lief zijn, schuld en boete aan de orde kwamen. De jonge vrouw, inmiddels stevig getrouwd en rechtschapen duurzaam bezig, schakelde in de conversatie stapje voor stapje terug naar door mij onvermoede en door haar onverwerkte misstappen. Fouten, zo zei ze. Ho! Mijn credo is: een mens maakt nooit expres fouten. Alles wat je in je leven doet maakt je tot de mens die je bent. Je mag al je vroegere stappen en misstappen analyseren en ook beoordelen, maar nooit veroordelen. Laat staan dat een ander dit mag.

Tenzij … ja, tenzij iemand bewust, zoals Raskolnikov, een misdaad begaat. En zoals Raskolnikov zijn er velen, mensen die de grens tussen daad en misdaad zover opschuiven dat het eigenlijk wel ‘kan’. Weliswaar niet geheel correct, maar.. ach, het voelt niet meteen als misdaad, je hoeft jezelf niet te veroordelen.

Mijn geliefde prinses met wie ik die nacht in discussie was, had op jeugdige leeftijd veel dingen onderzocht in het leven, dingen waarvan ouders nachtmerries krijgen. Zij vond, achteraf, dat het ‘foute’ dingen waren. Zij kon zichzelf niet vergeven, zij schaamde zich, was kwaad op haar vroegere ‘zelf’ die ze het liefst wilde begraven. Uiteindelijk bleek in de diepte van ons gesprek dat de oorzaak lag in haar veranderde normbesef. Zij had dingen gedaan die voor een meisje weliswaar ‘gewaagd’ waren, maar in mijn ogen niet fout, of slecht zo je wilt. Het waren de jaren tachtig van de vorige eeuw. Andere normen. Zo kom ik terug op schuld en boete. Immers, wij (religie, opvoeders, machthebbers,cultuur) bepalen wat goed en slecht is, wie schuldig is en boete moet doen. Wie in Saoudie Arabië het koningshuis beledigt maakt kans op de doodstraf. Wie beul is van beroep zal zich niet schuldig voelen als hij een ander mens het leven beneemt. Laatst las ik in een dagblad een onderzoekje waaruit bleek dat de meeste mensen het oké vinden om terroristen te martelen als hiermee mogelijke terreurdaden (en onschuldige doden) worden voorkomen.

Terug naar mijn nachtelijk gesprek: als mens reis je door perioden in je leven waarin je gewoon doet wat je doet. De kring is de norm. In de jaren zestig en zeventig deed ik dingen die ik nu als ‘buitensporig’ zou betitelen, maar ik heb er geen spijt van. Mijn prinses heeft wel spijt. In de loop van haar leven kwam ze van wilde kringen in keurige kringen terecht. Religieuze kringen ook. Dan moet er een oplossing komen, vergeving is nodig. En liefst van de allerhoogste. Daarvoor is ooit de biecht uitgevonden (en natuurlijk voor de controle). Er is onderzoek gedaan naar de relatie tussen een hoog chronisch stressniveau en verzwakking van het immuunsysteem. Onvrede met jezelf, lijden aan gewetensnood, angst en onzekerheid onderdrukken immuniteit. Mensen worden als ‘t ware ziek van zichzelf.

Bij misdaad hoort straf, dat is duidelijk. Maar schuld en boete? Hoe schuldig ben je? Hoe fout deed je? Het vergt kracht om jezelf te vergeven. Want schuldgevoelens worden je aangepraat, of beter nog aangewreven. Je doet iets wat in de ogen van anderen fout is. Dit begint al in de kleutertijd.

De Paus zegt dat Donald Trump geen Christen is omdat hij muren wil bouwen inplaats van bruggen. Geen Christen? Trump lacht erom, maar ‘t moet bij een Republikein toch hard aankomen. Zou zelfs bij zijn kiezers tot schuldgevoelens kunnen leiden.

Worstelt ieder mens met schuldgevoelens? Men zegt van wel, de visie op eigen daden  kan een last zijn waaronder mensen bezwijken. Anderszins is het verbazingwekkend hoe sommigen vrolijk verder dansen, glimlachend in het openbaar, glas in de hand, de dramatische daden achter de rug. Terwijl het volk sterft van de honger viert Mugabe zijn 92e verjaardag met een enorme slagroomtaart. En hoe zit het met de bankiers? Er zijn afgezwaaide soldaten die lijden onder trauma’s, terwijl anderen kiezen voor het vreemdelingenlegioen of voor IS. Een fundamentalistische strijder die een ongelovige doodt, krijgt de zegen van zijn God. Een lieve meid die in haar jeugd baldadig was zoekt de vergeving van haar God. De mensenwereld zit vreemd in elkaar, maar zo’n nachtelijk gesprek is op zijn tijd uitstekend.

Evenals trouwens de wijn die we erbij dronken.

Gepost in Column Oerlemans | Plaats een reactie

Open podium WOORD – het korte verhaal

Open podium met Sanneke van Hassel en vier talentvolle schrijvers uit het hele land

Wil je je laten inspireren door korte verhalen van goede schrijvers? Kom op zaterdag 5 maart om 15.30 uur langs in het sfeervolle Juni Café van Het Nutshuis!

Het Nutshuis presenteert een nieuw literatuurprogramma. In de eerste editie van WOORD staat het korte verhaal centraal. Een geheel op zichzelf staand literair genre dat steeds meer toeneemt in populariteit, met bejubelde buitenlandse én Nederlandse schrijvers, nieuw uitgebrachte bloemlezingen vol klassiekers en de jaarlijkse Week van het Korte Verhaal met de uitreiking van de J.M.A. Biesheuvelprijs.

Naast besloten speeddates met gewaardeerde korte verhalenschrijvers, onder wie Wytske Versteeg, Ton Rozeman en Kees ’t Hart, biedt het gezellige Juni Café ruimte aan een open podium dat bezocht kan worden door alle liefhebbers van het korte verhaal. Sanneke van Hassel (IJsregen, Witte veder, Nest, Ezels, Hier blijf ik) opent het open podium met de voordracht van een van haar veelgeprezen korte verhalen.

Daarna is het de beurt aan vier talentvolle schrijvers vanuit het hele land (van Heerlen en Nijmegen tot Amsterdam en Den Haag), die hun publiek niet schuwen: Heidi Koren met haar verhaal ‘Zonlicht op de motorkap’, Bianca Schriek met ‘De dochter’, Fred van den Bos met ‘Mahoniehout’ en Inge van der Waag met haar ultrakorte verhaal ‘Haar mooiste moment’.

De winnaar van de beste inzending volgens de redactie van Extaze wordt tijdens deze middag bekend gemaakt. Deze krijgt een publicatie op de website van Extaze of, indien het verhaal daarvoor geschikt is en nog niet elders is gepubliceerd, een plek in het papieren blad.

ZA. 5 MAART
Aanvang open podium: 15.30 uur
Toegang: gratis

Gepost in Home | Getagged , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Broertje, Marij de Wit

Maar weet je nog wel
hoe helder en nieuw alles
rook vroeger, de dagen nog
lang, vader J en moeder F
onze hut en hoe we renden?

Maar weet je nog wel
die zomers, het voetballen
alle kinderen op het Maartenplein
de zoete avondgeur en dan
heel langzaam- het donker?

Maar weet je nog wel
dat we altijd samen waren
ik droeg je jas naar school, je tas
en terug –en dat jij
alleen maar spelen kon?

Maar weet je nog wel
weet je nog wel dat
dat we ooit groot
we ooit groot werden
en dat we dan
dat we dan niet
dat we dan niet meer?

Gepost in Poëzie | Getagged , , , | Plaats een reactie