Nieuw nummer Extaze: ‘De magie van het verlies’

Donderdagavond 8 december is de presentatie in de Houtrustkerk in Den Haag. Lees meer

E X T A Z E   B E S T E L L E N

cover Extaze 20

ESSAYS
In alle essays die dit nummer rijk is, klinkt muziek door. Veelal die van Lou Reed
van zijn album Magic and Loss, waarop hij twee overleden vrienden herdenkt. ‘Muziek
als geestelijke massage’, zo formuleert Heleen Rippen het in haar essay in briefvorm
‘Lieve Esther’. ‘Popmuziek is een belangrijke leverancier van hedendaagse mantra’s,
leuzen die het persoonlijk leven ruggengraat geven,’ schrijft Jan-Hendrik Bakker
in ‘Over de bestrating van het paradijs’. In zijn betoog ‘Chris. Een oefening in
melancholie’ gaat Laurens ten Kate uit van het verband dat Lou Reed in zijn album-
titel legt: vuur is vernietiging en hartstocht. Verlies kun en wil je niet verwerken. Je hoopt
dat in het brandend houden van het verlies de verlorene voortleeft en dicht bij je blijft.
Lieven de Cauter (‘Een beeld van het geluk’) beziet de relatie van de twee begrippen
vanuit de notie van geluk: alle geluk gaat gepaard met een intens bestaansbesef,
bijgekleurd met een besef van vergankelijkheid. Volgens Anton Simons (‘In de ban
van Lou Reed en Sartre’) beoogt Reed een absorptie van het ik en de objecten in
een magische wereld waarin het handelen faalt, maar die als ‘intellectum possibile’
mogelijkheden biedt om verlies en fouten een plaats te geven. ‘Wat gebeurt er,
wanneer je de balans van verlies en magie omarmt?’ vraagt Rene Gabriëls in
‘Magie en melancholie’. Bij de dood verdwijnen de geliefden van het toneel,
voorziet hij. Het verlies van dierbaren slaat een wond die nooit mag helen.
Melancholie is dan wel behulpzaam.

KORTE VERHALEN
Ofran Badakhshani
Rob H. Bekker
Cor Gout
Else de Jonge
Ishana Sayag
Marijn Sikken
Yoko Theeuws
Rob Verschuren

GEDICHTEN
Mark Baltser
Gerard Berends
Job Degenaar
Dorien Dijkhuis
Giuseppe Minervini
Dewi de Nijs Bik
Gerrit Vennema

BEELD
Erik Pape

Gepost in Home | Plaats een reactie

Donderdagavond 8 december: presentatie Extaze 20 in de Houtrustkerk

Extaze in de Houtrustkerk 20
De magie van het verlies

Wie weet dat het aanzetpunt van het thema van Extaze 20 Lou Reed’s album
Magic and loss (1992) is, zal begrijpen dat de presentatie van het decembernummer voor een groot deel zal bestaan uit muziek. Vier sprekers zullen ingaan op de relatie tussen Reed’s motieven en muziek. En er zal ook muziek te horen zijn: als soundtrack bij de film die getoond zal worden, bij de installatie waarmee de avond opent, en tijdens het optreden van Henk Koorn.

Laurens ten Kate (gastredacteur van Extaze 20), Heleen Rippen (bedenker van het thema van het nummer), René Gabriëls en Anton Simons vertellen hoe zij de muziek van Reed en anderen in hun respectievelijke essays voor Extaze 20 hebben ingepast.
Voor de soundtrack van zijn film Place Stalingrad koos Erik Pape een rai-nummer uit, muziek die in zijn beleving verbonden is met het plein.
Geluiden (muzikaal gearrangeerd) zijn te horen bij de installatie van Marian Meerbeek en Marion de Laat, die ‘Berlijn’ en het begrip ‘tijd’ tot onderwerpen heeft.
De livemuziek, aansluitend op de inleidingen van de essayisten, wordt gespeeld en gezongen door Henk Koorn, bekend van de eigenzinnige Haagse band Hallo Venray.
Hij vertolkt nummers van Lou Reed, David Bowie en Joan Armatrading.
Poëzie, het meest muzikale literaire genre, komt deze avond voor rekening
van Dorien Dijkhuis.

Dan nog even terug naar het aanzetpunt. De vraag die de redactie zich daarbij stelde was: is verlies het tegendeel van winst, van betekenis, van vervulling? Of is er zoiets als een eigen kracht in het verlies? Of, zoals Bataille het noemde, is het verlies een gift
(le don de la perte)? (Hoe) kan verlies een magische glans krijgen?

Locatie: Houtrustkerk, Beeklaan 535, Den Haag (hoek Houtrustweg).
Parkeren kan gratis op het erf van de internationale school aan de overzijde.
Aanvang: 20.15 uur precies. Deur open van 19.45 uur tot 20.10 uur,
dus graag op tijd aanwezig zijn.
Entree: € 10,00 (alleen contant te betalen).
Reserveren: redactie@extaze.nl
Presentatie: Cor Gout
Licht en geluid: Harold Verra / Bigfatzo Productions

Gepost in Home | Plaats een reactie

Wegwerker, door Lydi Groenewegen

De plastic veiligheidshelm heeft hij stevig aangedrukt, net als de klittenband sluiting.
Het miezert. Windvlagen klapperen tegen het oranje regenpak met lichtgevende strepen dat over zijn oude spijkerbroek en ruitjesbloes zit. Een leeftijdsloze, onherkenbare, oranje man. Dat zien de automobilisten die braaf wachten tot hij het bordje omlaag doet als teken dat ze vol gas de tijdelijke eenbaansweg op kunnen schieten, zonder tegenliggers tegen te komen. Zo gaat het al de hele morgen. In de binnenzak van zijn regenpak voelt hij de boterhammen met zure zult die Frida vanmorgen voor hem maakte. Frietje noemt hij haar nog steeds plagerig.
‘Ge moet de eer aan u zelve houden,’ zei ze, toen hij haar eindelijk vertelde over de nieuwe baas op de drukkerij met zijn tweedaagse stoppeltjes en dure schoenen onder een broek met smalle pijpen. En nu staat hij hier auto’s tegen te houden. Of ergens anders. Net waar ze hem nodig hebben als de stoplichten weigeren. Weggewerkt. Omgeschoold.

Door zijn walkietalkie krijgt hij de boodschap dat hij zijn rij in beweging mag zetten.
Het werd tijd, ze beginnen te toeteren. Geduld is er niet. Er moet naar school gegaan, naar de baas, naar de supermarkt, de zonnebank, gitaarles. Hij heeft er plezier in te fantaseren over de levens in de auto’s die voor hem staan te wachten. Zo komt hij de dag wel door. Dat was zijn sterke punt. Als geen ander kon hij zich verplaatsen in de klant, pakte er een bakkie koffie bij en zijn schetsboek. De ideeën kwamen altijd vanzelf, als je maar goed luisterde en keek.
Rijden maar, doorrijden, gebaart hij naar de laatste onzekere bestuurder. Een oud madammeke is het, die vinden het altijd een beetje eng, zo’n weg op rijden waarvan maar één baan in gebruik is en waarbij je maar moet hopen dat ze aan de andere kant op tijd gestopt zijn met auto’s doorlaten. En hier al helemaal. Het is een weg met een lange, onoverzichtelijke bocht, daar was hij voor gewaarschuwd. Vooral goed contact houden met de andere kant en niemand meer door laten rijden als het sein rood is gegeven. Ook al toeteren ze nog zo hard. Maar het kan nog.
Zijn walkietalkie gaat.
’Ja, je mag ze weer stoppen,’ roept Geert hard aan de andere kant door het kastje. ‘Wat is jouw laatste?’
‘Een grijze Toyota,’ antwoordt hij en pakt een boterham. Hij zou er liefst een bakkie bij willen drinken, maar dat gaat niet. In de verte komt al weer een auto hard aan rijden.
De boterham smaakt best. Net als alles wat Frietje voor hem maakt. Hij schaamde zich zo toen hij haar opbiechtte dat hij gepest werd door dat nieuwe baasje. Of eigenlijk door alle mensen die er na hem bij kwamen. Alsof ze het hadden afgesproken met elkaar. De koffie was altijd net op als hij wilde inschenken. De telefoontjes werden toevallig altijd net door iemand anders opgenomen. En als hij informatie over nieuwe klanten vroeg, was er nooit iemand die het hem kon geven. Dat ze voor de grap allemaal gingen bidden als hij zijn boterhammen pakte, heeft hij haar maar niet verteld. En ook niet over de flauwe Belgenmoppen. Toen hij notulen moest maken bij het eerste grote plenaire overleg, wist hij dat het niet zou lukken. Alleen al van dat woord had hij nog nooit gehoord. En toen hij koffie rond moest gaan brengen als er besprekingen met nieuwe klanten waren in de ‘creative hub’, ja toen wist hij dat het voorbij was.

Als hij de luidruchtige, zilvergrijze Porsche laat stoppen ziet hij het meteen. De stoppeltjes, de arrogante blik. Hij is het. Op de achterbank een leeg kinderzitje. Een golf boosheid welt op en mengt zich met een restje zure zult. Het gaat harder regenen. Door de ruitenwissers van de Porsche ziet hij hem op zijn horloge kijken. Ongeduldig, nog steeds. Nooit was er tijd om met hem te praten. Ook niet toen hij wilde vertellen over Frida en haar reuma die steeds erger werd, en hij wilde vragen of hij misschien zijn vrije dagen meer mocht spreiden zodat hij thuis een beetje kon helpen. Toen was de grens bereikt en heeft hij hem met opgeheven hoofd een ontslagbrief overhandigd. Een geschreven brief. Liever wilde meneer de boodschap per email ontvangen, maar dat heeft ie niet gedaan, hij haat e-mailen. En zijn bureau heeft hij ook niet meer opgeruimd. Hij is gewoon weggegaan.

Als plotseling het raampje naar beneden glijdt, schrikt hij.
‘Hé Flipje Tiel, gaan we nog wat doen vandaag?’ klinkt het vanaf de zwartleren stoel.
Regel 1: geen oogcontact maken.
‘Je kunt toch contact op nemen met de andere kant? Er is al die tijd geen auto doorheen gekomen.’
De irritatie groeit hoorbaar.
‘Ik ben de enige in de rij. Je kan me er goddomme toch nu wel doorlaten.’
Regel 2: nooit met de wachtende automobilisten in discussie gaan.
Eindelijk gaat de walkietalkie over. Hij ziet hoe het glanzende raampje langzaam dicht schuift, het gaspedaal laat al opgefokt van zich horen.
‘Nog niemand doorlaten,’ roept Geert gespannen aan de andere kant, ‘er is net een grote DHL bus keihard doorgeglipt, sorry, na die bus kun je pas sein groen geven, dat duurt nog eventjes, nog een half minuutje denk ik.’
Hij veegt de regen van zijn gezicht. Dan gebaart hij in een opwelling met zijn hand: doorrijden, toe maar dan, schiet maar op jij.
Na een driftige druk op de toeter trekt de Porsche op en stuift weg.

Lydi Groenewegen, een van de winnaars van het literatuurprogramma WOORD in het Nutshuis in Den Haag, gehouden op 15 oktober 2016.

Gepost in Columns, Proza | Getagged , , , | 1 Reactie

«Beeldend als geen ander. Een parel.» – Eus Wijnhoven: ‘Stromen die de zee niet vinden’

CoverStromenvoorDef.inddOver ‘Stromen die de zee niet vinden’ van Rob Verschuren op De Omslag, 26 november 2016:
Nooit heb ik in reïncarnatie geloofd, maar na lezing van deze verhalenbundel begin ik te twijfelen: is Slauerhoff herboren? ‘Stromen die de zee niet vinden’ is een bundel met elf verhalen, gemiddeld een pagina of vijftien elk. Verhalen die zich afspelen in verschillende culturen, veel in Azië. Alle verhalen kenmerken zich door een zekere rusteloosheid, door een verlangen naar geborgenheid. Als dat laatste echter in beeld dreigt te komen, overwint de drang naar het onbekende. Rob Verschuren (Malden, 1953) zwerft al zijn halve leven over de aardbol en woont tegenwoordig in Vietnam. Hij schrijft beeldend als geen ander; je ziet de kleuren, ruikt de geuren, hoort de lijsters in de waringin zingen. Melancholie kenmerkt alle verhalen, tussen de regels door en daarom zo krachtig. Daardoor lees je deze bundel als een roman: je kunt niet stoppen, liefst zou je de zinnen hardop lezen om het ritme van de taal te proeven. (…)
Lees hier de recensie
Meer over ‘Stromen die de zee niet vinden’
Meer over Rob Verschuren op deze site

Gepost in Extaze-reeks | Getagged , , , , , , , | Plaats een reactie

Recensie ‘Stromen die de zee niet vinden’ van Rob Verschuren op ‘Alles over boeken en schrijvers’

«Je wordt meteen meegenomen in het verhaal.» – Danielle van der Hoeven

CoverStromenvoorDef.inddOver ‘Stromen die de zee niet vinden’ van Rob Verschuren op Alles over boeken en schrijvers, 24 november 2016:
Het zijn heel fantasierijke verhalen die net even anders lopen dan je verwacht. Vaak met een open einde zodat ze je ook daarna nog aan het denken zetten. Ieder verhaal is inderdaad een fascinerende kleine wereld. De verhalen spelen zich vaak af in het buitenland, in Azië, Frankrijk, de woestijn, maar ook in een Nederlandse Fabriek. Door de mooie omschrijvingen heb je het gevoel dat je als lezer in dat land aanwezig bent. Je wordt meteen meegenomen in het verhaal. Omdat het korte verhalen zijn is het voor een schrijver lastig om een lezer direct mee te nemen. Dat is Rob Verschuren goed gelukt. Als lezer schakel je moeiteloos van het ene verhaal naar het andere ook al speelt zich dat af in een totaal andere setting. Ik heb Rob Verschuren ‘Stromen die de zee niet vinden’ met veel plezier gelezen en overdacht.
Lees hier de recensie
Meer over ‘Stromen die de zee niet vinden’
Meer over Rob Verschuren op deze site

Gepost in Extaze-reeks, Home | Getagged , , , , , , | Plaats een reactie

Recensie ‘Stromen die de zee niet vinden’ van Rob Verschuren «Ik moest gelijk aan Slauerhoff denken.» – Bert Vos

CoverStromenvoorDef.inddOver ‘Stromen die de zee niet vinden’ van Rob Verschuren op Aziatische tijger, 21 november 2016:
Toen ik ‘Stromen die de zee niet vinden’ van Rob Verschuren las, moest ik gelijk aan Slauerhoff denken. Zijn boeken verslond ik als 19-jarige jongvolwassene. Ik ervoer bij Verschuren hetzelfde gevoel van ontheemd zijn, het hebben van een eeuwig verlangen en de vereenzelviging met de buitenstaander die ineens opdoemt. En schrijven, dat kan hij wel. Verveling, wanhoop, liefde, twee krabben die in dezelfde pot terechtkomen versus de liefde tussen een Vietnamees stel, schoonheid en wreedheid in een Aziatische gevangenis. In de elf verhalen, waarin elke zin klopt en waarin hij alles beeldend en oogstrelend beschrijft, weet Rob Verschuren een bijna surrealistische werkelijkheid te creëren.
Lees hier of hier de recensie

Gepost in Extaze-reeks, Home | Plaats een reactie

In beeld: presentatie Extaze-reeks in Boekhandel Douwes

Op 12 november werd Annette van ’t Hull’s Grote meisjes en Rob Verschuren’s Stromen die de zee niet vinden gepresenteerd in Boekhandel Douwes in Den Haag.
Foto’s: Jan Borchers

Gepost in Extaze-reeks, Home | Getagged , , , , , , | 1 Reactie

Wie klaagt er nog, door Christian Oerlemans

Onze logeés hebben een paar dingetjes achtergelaten. Kan een truc zijn om nog eens terug te komen, maar in dit geval zit daar dan wel een vliegreis aan vast. Twee sweaters en een plastic zakje met opladers voor telefoons en tablets. Daar kan een mens niet buiten. Dus dezelfde avond nog een WhatsApp: of we de opladers asap kunnen opsturen. En de sweaters? Oh, nog niet gemist. Met de spullen in een doosje ga ik naar het postkantoor. Een oudere vrouw, ernstig overbouwd, schuift over het zebrapad en beklimt met enige moeite het stoepje. Nee, het postkantoor is nog niet rolstoelvriendelijk. (Mijn privé w.c. wel, dat was verplicht bij de bouw.) Zo’n mevrouw rijdt in Nederland in een rolmobiel met buitenspiegels. Zie je hier zelden. De oudere garde heeft een stok. Zelfs de rollator is een bezienswaardigheid.

De postchef die hier op zijn post troont alsof de post door hem is uitgevonden, steekt een duim op als hij me ziet. Ons kent ons. Zijn klanten zijn vrienden, of tenminste kennissen en hij bouwt graag een intieme band op door hun taal te spreken. Goedemorgen, goedemiddag, hartelijk welkom in Frans, Duits, Engels, Zwitsers en ook Nederlands. Als je vertrekt roept hij steevast ‘Dag hoor! Tot zjiens!’

De oudere mevrouw is traditioneel gekleed, lange zwarte rok, kleurige omslagdoek en het nog bijna zwarte haar strak achterover in een knot. Op schone blote voeten in slofjes wiebelt ze van de ene voet op de andere terwijl ze wat nerveus papieren op de balie heen en weer schuift. Soms kijkt ze even snel om, naar de achter haar aangroeiende rij. Ook zij hoort natuurlijk de deur open en dicht gaan en ze zou misschien wel graag op het bankje naast mij willen zitten. Want het duurt lang, hoewel postchef Paulo heel druk in de weer is. Niemand zucht of klaagt, Portugezen zijn erg goed in wachten. Het werkwoord is ‘esperar’ en betekent ook hopen, vandaar waarschijnlijk. Er komen mannen binnen met belangrijke zaken waarvoor Paulo handtekeningen moet zetten. Een postauto stopt voor de deur, er moet worden ingeladen of uitgeladen. Paulo rent in zijn domein van links naar rechts en terug, knipoogt nog eens geruststellend naar mij (jaja ik ben zo dadelijk aan de beurt) en begint de mevrouw ingewikkelde dingen uit te leggen. Ze knikt en trekt nerveus aan de band van haar rok, maar dan wordt op de balie haar geld uitgeteld. Paulo telt twee keer. Ik tel mee: driehonderdtwintig euro, haar pensioentje ongetwijfeld. Veel is het niet, maar zij bergt het tevreden op in een zwarte linnen zak die zij om haar middel draagt. Geld is iets raars in Portugal. De dag ervoor speelde ik golf in een golfreservaat genaamd Vale do Lobo (185 euro voor een rondje, maar ik was gelukkig uitgenodigd) en bij een consumptiekarretje betaalden we 5 euro voor twee kartonnen bekertjes koffie. Op het rommelige terras van een lokaal etablissement namen we daarna twee bier en een ‘bifana’ , broodje warm vlees. De dubbele Portugese boterham (pao caseiro = huisgebakken brood) is zo groot dat we er één bestellen, wat moeder in de keuken raar vindt. Haar klanten zijn harde werkers, sjouwers en chauffeurs die ’s ochtends om 7 uur koffie drinken met een Macieiro (brandy) erbij en wel twee bifana’s lusten. We betalen vier euro dertig.

Het is toch geweldig dat iedereen hier Engels spreekt, zei een deftige mevrouw met roze schoenen op de golfbaan. En ja, ook het kassameisje in de lokale supermarkt spreekt Engels en verdient daarmee het minimumloon van rond drieënhalve euro per uur. Weinig? Ter vergelijking: in Amerika is ‘t bijna het dubbele. Spreken ook Engels en soms Spaans hoewel Trump dit wellicht gaat verbieden. En Nederland? Bijna het driedubbele. Wie klaagt er nog.

Laatst moest ik naar de bank om een nieuwe bankkaart op te halen. Die was van het hoofdkantoor naar de lokale vestiging gestuurd. Hebben ze hier nog, echte bankkantoren. Druk ook. Vooral omdat het net zo werkt als bij het postkantoor. Of bij de apotheek waar het ook altijd druk is en je een nummertje moet trekken. Toen ik eindelijk aan de beurt kwam en aan een van de vijf balies mocht gaan zitten, kostte het moeite om het heel erg klantvriendelijke meisje uit te leggen dat ik alléén een bankkaart wilde ophalen. Zij opende voor mij haar scherm en toonde mij hoe bedragen in en uit mijn account gaan, en dat ik ook een verzekering heb, bij de bank. Niet Hollands ongeduldig worden, want het is goed bedoeld. Uiteindelijk kwam zij achter haar desk vandaan, passeerde mij rakelings met een lieve verontschuldigende glimlach en verdween langdurig achter een deur. Bij terugkomst zag ik al aan haar gezicht: vruchteloze missie. Geen kaart. Nee, die was alweer teruggestuurd naar het hoofdkantoor. Dan de neiging tot Hollandse harde woordjes onderdrukken, want zij leeft met me mee en stelt voor om een naamloze kaart voor mij te maken. Dit kan meteen, ter plekke. Of ik dit erg vind? Geen naam erop? Schuldbewust kijkt zij mij aan. Nee hoor, ik vind niets meer erg, ja al die wachtende mensen achter mij misschien wel, maar ik ben lekker uitgebreid aan de beurt. Met de nieuwe kaart gaan we samen naar de ATM, waar ik uitleg krijg hoe mijn code te veranderen en hoe de pinmachine verder werkt. Ik raak aan haar gehecht, jammer dat we klaar zijn, ik bedank voor haar voortreffelijke service en krijg een mooie verlegen glimlach terug.

Op de hoek maar even een espresso genomen. Op elke hoek is er in Portugal een Pastelaria met veel taarten en gebak en tien soorten koffie. Ik neem een bica cheia, ofwel een volle espresso. Zestig cent.

Gepost in Column Oerlemans | Getagged , , , | Plaats een reactie

Trump Triomfator, door Manuel Kneepkens

Ontgoocheld stommel ik het café uit
en urineer tegen de wind in

(die komt van guur rechts…uit het Wilde Westen !)

de gouden waaier van de machtelozen

Gepost in Columns, Home | Getagged , , , | Plaats een reactie

Elisabeth Leijnse wint de Libris Geschiedenis Prijs 2016

Op 30 oktober is bekend gemaakt dat Elisabeth Leijnse de Libris Geschiedenis Prijs 2016 heeft gewonnen met haar dubbelbiografie over de feministische zussen Cécile en Elsa de Jong van Beek en Donk Cécile en Elsa, strijdbare freules. Lees haar mooie bijdrage in Extaze 19: ‘Vrouw en Literatuur’, Van dochter naar moeder. Modellen in de feministische roman Hilda van Suylenburg (1897) van Cécile de Jong van Beek en Donk.

E X T A Z E  1 9  B E S T E L L E N

cover Extaze 19

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gepost in Home | Getagged , , | Plaats een reactie

Op eigen risico, door Mischa van den Brandhof

Declaratie

L.S.

Na de beëindiging van mijn lidmaatschap bij de boksvereniging, gelegen aan De Verademing, wegens een aldaar opgelopen sportblessure, te weten een gescheurde enkelband ten gevolge van een akelige val, veroorzaakt door een tackle van een spelend lid, waarvan de genezing in totaal zes maanden in beslag nam en waarvan ik de kosten van de foto’s die in het ziekenhuis gemaakt moesten worden plus het revalidatietraject bij de fysiotherapeut, die bij elkaar genomen om en nabij de 300 euro bedroegen, destijds bij uw verzekering opgegeven heb en ook ten dele vergoed heb gekregen, zocht ik, om herhaling te voorkomen, een veiligere tak van sport en meldde ik mij twee straten verderop aan bij een kleine school voor tai chi, een oosterse vechtkunst met een aanzienlijk lagere blessurekans dan je bij het boksen loopt, omdat, ondanks het zelfverdedigingskarakter, de bewegingen gericht zijn op zachtheid en ontspanning en bovendien voornamelijk solitair worden uitgevoerd, en tevens omdat het meer een filosofie is, gebaseerd op het principe van yin en yang, dan een sport, wat niet kon verhinderen dat ik aldaar ondanks al mijn voorzichtigheid toch weer gevallen ben, en wel op mijn leraar, met het gevolg dat, nu hij onze liefdesaffaire eenzijdig beëindigd heeft, ik wederom gevloerd ben, en, in acht nemende dat ondanks het feit dat ‘breuk’ een adequate beschrijving is van mijn letsel bij vraag 5 het lichaamsdeel ‘hart’ niet vermeld staat, het mij thans onduidelijk is hoe ik het schadeformulier dat geïncludeerd is bij mijn ongevallenverzekering dien in te vullen.

Gaarne advies!

Gepost in Columns, Home | Getagged , | Plaats een reactie

Katzenjammer – een Elegie voor Moortje, door Manuel Kneepkens

Tegenwoordig vertoef ik ’s nachts
steeds vaker in de droom
aan Gene Zijde, bij mijn Dierbaren

o.a. bij Moortje

(Groet namens mij The Cheshire Cat in Wonderland… )

De naam ‘Moortje’ wil ze niet meer voeren
want …racistisch getint!

(‘Aai namens mij de Kat van Schrödinger… als je dat lukt…’)

en haar lievelingskost De Negerzoen
noemt ze nu: de Afro-American Kiss

(‘Miauw liever met de Markies van Carabas een negro-spiritual…’)

maar als zij vervolgens poeslief stelt
dat Jodenkoeken van nu af aan
‘Palestijns Genadebrood’ dienen te heten

(‘Lees nu Fritz the Cat van Robert Crump, liefst driemaal…’)

klatert de schaterlach
van oudoom Sam & oudoom Moos
dwars door het Heelal

Gepost in Columns, Home | Getagged | Plaats een reactie

Er nooit dichter vandaan, Theo van der Wacht: Kloof

pallas

 

 

 

 

 

 

Pallas Athene, Kurhaus Kleve

Kloof

Gisteren hoor ik haar weer
de uil rond het huis

Die ontluisterde godin
onderschat in haar marmer
de kloof

Voet die aandringt,
ogenblik die duizelt

 

Monnik aan zee

caspar david friedrich

 

 

 

 


Caspar David Friederich

Kijk, langzaam raakt het zichtbaar – ‘licht’
vermengt zich met het ‘donker’, contouren
komen uit de verf, een droom op zoek naar
de idee om werkelijk en onvervalst in zee
te kunnen gaan met de mens daar in habijt,
die wijst noch wenkt, maar het kaarsrecht
aan de schilder en de elementen overlaat.

 

Waterverf

Geen woorden voor. Zee even onwerkelijk
als de plastiek die hier oprijst uit het niets.
‘Stof waarvan dromen zijn gemaakt’, licht
doorstoofde waterverf, unicaat, òp is op.

CorneliaCornelia Troost/2016

Lees meer »

Stek

In de wiegeling op de stek
de visvorming

Zet de plaats af.
Stel de klok in.
Leg de maat vast

en vertrek.

 

‘t

Jij (ik?) dacht het uitgewerkt,
maar nu het zuigt, schootsveld

ogenschijnlijk, de schrijfhand
in zijn ziel geraakt, digitaal

woorden briesend naar wat zeg
paard aanspoort, ’t horen laat –

Iedere maand een nieuw gedicht van ‘monnik’ Theo van der Wacht

 

Gevrijwaard

Stofwoorden die opstuivend de pluizige lente
verraden, zuidzuidwest, schapenwolken in het
blauw aangestipt, gevrijwaard van zwaarte

en hemelvrees, als een trekvogel op doorreis,
bovenwinds op de luchtstroom meedrijvend.
Jij? Ik? Zwichtend voor die onmogelijkheid?

Met onze vlerken gekortwiekt, uitkauwend bij
kunstlicht, het oude lied van al hoger en hoger,
John Keats, zonder leeuwerik in het verschiet.

 

Alle maanden

We schrijven een antieke oktober, Augustus is keizer in
Rome, ongerust over een baby die in maart is ontloken
– Mars, oorlog, Joden, Vandalen. – Duikt november als
elf op in de annalen – ‘Rijmt mooi, maar waar bleef Jezus
in dit verhaal,’ vraagt onze meester, die eind december
geen stal maar een dennenboom optooit, ons al eerder
besmuikt verhaalde dat september de bronstmaand is –
Met burlende herten, een afgedankt gewei. – Winter?
Die is haast al voorbij, één wit –

regel , en de woeste wil van april staat weer centraal,
le sacre du printemps, waar de natuur buiten zinnen op
mei aanstuurt, met hopelijk iets nieuws op het plankier –
En juni zich modieus aan het optutten is, selfies uitdeelt,
schouwspel door martelaren verafschuwd, als Julia ruw
door opa Saturnus wordt belaagd, februari met januari
op de vuist gaat, om wie ‘t eerst mag, de boete achteraf –

 

ontnuchtering

 

 

 

Ontnuchtering

Os staat verbaasd op stal, en voor ezel heeft het
balken allengs afgedaan, maar de ganzen slaan
milieu-alarm, en ik?, die vat in een bevlieging
Pegasus bij zijn staart, maar dit raspaard keert
zich briesend af, zelfs geen hoefslag kan er af –

Daarom blader ik prozaïsch door wat kranten,
zie de foto’s, spot de ellende en share mijn wel-
bevinden op Kletsboek met een selfie voor al
mijn vrienden voor vandaag en nog heel even

Jezus en ik, wat hebben we het samen fijn: Hij
veilig in de warmte van de stal, ik ontnuchterd
door de mistletoe, dennengeur en schone schijn –

Piet en Sint

De Piet van Sinterklaas

Die Piet, of ie nu pimpelpaars, pikzwart of spierwit
door het leven gaat, de duvel en zijn ouwe moer of
erger nog, een betovergrootvader als voorzaat heeft,
het zijn z’n lach, zijn springerigheid en de ondeugd
waar hij voor staat.- O middeleeuwse Piet, wanneer
deed jij nu òoit een braaf oppassende kleuter kwaad –

 

licht

Echt licht

Lichtsnelheid – Botsing – Beng!  Split second – onze capsule spat   uiteen, kernsplijting op papier, door een oneigenlijke bril bezien,  en digitaal weerspiegeld en geformuleerd voor wie het navertellen kan en wil.. U misschien, vanaf de Dierenriem? – Filmt men daar straks niet het Sint-Elmusvuur van ons ‘allerlaatste uur ……..?’

Ik klap mijn laptop dicht, blik een oogwenk in echt licht, bedenk ‘schaduw van de zon’ en beklim in een flow het eerste de beste hoge duin. Met GPS stand by ontdek ik het terras aan zee waar de anderen ogenschijnlijk al zijn.- Wars van angst, kies ik de kortste weg  naar het strand: Prikkeldraad. Winkelhaak. Bloeddruppels in het mulle zand –

Nieuws-app meldt:  Er is een onvermoede zonsondergang voorspeld.

 

theo2

Pi

‘Be willing to be blind, and give up all longing to know the why and how,
for knowing will be more of a hindrance than a help’

The Cloud of Unknowing,
anonymus medieval English.

Reeds als ezelsbrug om veel te houden van: Wie ù kent, o getal (…..)
Zo gewoon als ik mij verliefd betoon: deze omhelzing = omcirkeling, een
kwestie van niet bang zijn vóor – ons gekromd heelal in vierkant op papier.
Dit taalt naar kwadratuur, naar geest die huist waar nog niet eerder iemand is geweest, boven die wolk van niet weten uit, waar nog van alles mogelijk lijkt..

(Wie verzint er nu zoiets, bromt professor Wit, aanhanger van de lege blik.)

Pluto of Venus, een baksteen of een kus.- Die plotse zonsverduistering komt
mij goed van pas.- Ik klamp me in pikkedonker vast aan het getal, laat Pi zijn
Odyssee verrichten in mijn dromerige brein: Sterrenschepen bewegwijzeren
de kosmische woestijn. Tijdreizigers cirkelen af en aan, spelen stommetje,
een spraak die mij verstaat.- Waar het almaar vroeger wordt, ontwaak ik vast
te laat..

 

theo

OFFERANDE

Wat er àl niet in die twitterende hoofdjes rondwaart –
Je vraagt het je amper af, of jouw naam schalt door
de klas, en verspringen vrees en durf spontaan van plaats,
zit jij daar plots als primus inter pares een overjarige
heldensage op te dissen, benevens de list die Atlas voor
eeuwig met zijn last opzadelt. Van de gezichten rond je
druipt het ongeloof af, hoogste tijd dus om de woorden
nous, thumos,epithumia te arceren, Plato’s Phaedrus een
kans te geven, de aura van een geleerde aan te nemen –
En sta je later werkelijk als leraar voor een gehoor dat
zijn oor het liefst toch aan zo’n smartphone leent, sla
dan de handen voor je ogen, zoals Oidipoes de blinde,
en smeek Apollo, of hij jouw offerande wèl aanvaarden
wil, en reis daarvoor nù naar Delphi af, stante pede

Idee: Eva van der Wacht (gymnasium 5)
Tekst: Theo van der Wacht
juli 2015

 

Badkoorts

Over de zee schrijven, na er enkel maar over te hebben gelezen, dat deden zelfs
gelauwerde poëeten. Zulke onvertrouwdheid hoeft op zich niet altijd in mindere
gedichten te resulteren. Zeeziekte en zeebenen, daarover kun je twisten, maar al
via een schep badzout laat je dat ouderwetse ligbad herleven, waarin je als kind
ooit werd gekielhaald – de shampoo prikt weer in je ogen, schuim spat van de
golven, jouw erectie rijmt op Aphrodite, en je boekte al een cruise naar Cyprus.

Op de Mediterranee zet de schipper alle zeilen bij om aan Scylla en Charibdis te
ontkomen. De scheepsomroep orakelt: ‘Zeven korte stoten plus een lange op de
scheepsfluit betekent Schip verlaten. Eerst de bejaarden.’ Beneden oefent moeder
La Mer op de piano. Badwater gorgelt in de afvoer. Mijn badeend raakt volledig
onbestuurbaar. Ons zeekasteel begint nu te trillen en te deinzen. Terwijl ik uit het
bad stap en mij afdroog, raakt de reddingsboot te water. Schipbreuk is voor later –

 

theo van der wacht

Doodmoe van politiek geknoei en blabla die gast
een Haags middagje zeebad te offreren – ligstoel
badhanddoek parasol.- Maar of ie zal toehappen,
wie zal ons vandaag onbewolkt weer garanderen –
– Ober! Eén portie ballen! Gloeiend heet, svp.
Ik relax en rol een sigaretje, en verbeeld me
zijn vlammenzee tegenover mijn saffie, hij
het langste.., ik het kortstonderige eindje…
En hoor hem ja nu in de verte al brommen:
– Bruinbakken? Kijk je uit voor je weet wel, ventje.
Pfff. – Wie lust er een bal van me, wie een trekkie?

 

Juni van muziek

Zon hier woord dat zich opdringt wel
is waar enkel kunstlicht afscheidt toch
met juni en deze duinpan in het zicht

een tropisch tintje aan de ingezoemde
klank verleent, melodieuze frase door
ooit een kind baarmoederlijk beleefd

roze noten, broederlijk brein verkleefd
nooit meer dichter in de buurt vertoefd
wit de zee die dit geneurie onderbreekt.

 

Sinds de oorlog vermist

De vader ‘Is over the ocean’, en leeft sinds
de oorlog voort als vermist. De moeder, tipsy,
knoeit met bokking op haar corrigeeerwerk en
gebaart de buurtende zoon om een vaatdoek.
Tot de hond die haar onbedaarlijk te na komt:
‘Wacht maar als de captain zo thuisvaart!’, en
wuivend naar diens ovale, vergeelde portret:
‘Die is nu al ruim een halve eeuw onderweg.’

Of ik Dido’s klaaglied nog eens opzet, liefst het
vertrouwde met kraak. Onderwijl kijkt ze terug op
de moffentijd, en praat zelfs als ik Purcell brul, wijs
richting langspeelplaat, onverstoord door over mij,
het lastpak, dat luid op straat ‘We gaan naar Engeland’
begon te zingen in het ‘soldaten’ Duits.
Onvergetelijk
blijft mijn doorgevraag waarom de kat van boven niet zo.n
 ster draagt: – Mam, mag Tomi dan wel bij ons, straks?

En opnieuw vaar ik over een opengevouwen zee
mijn daddy achterna, en weer als we Tunis aandoen,
slaat er die brandbom in, vlak bij ons in de buurt –
De gevreesde vuurstorm blijft uit, het dodental beperkt
en ik, de grootadmiraal, wip onder de tafel vandaan
met mijn bordkartonnen vlaggenschip.
Tijdens zo’n
uitvaartdienst speelt moeder de treurmuziek; thuis
zwoegt ze op wat zij noemt De Ontembare Zee
La Mer lees ik, vurig spellend, op de partituur.

’Evacueren’, rebbelt ze, ‘hield in dat je tegen je zin ..’
‘Haast je rep je moest verhuizen’, overstem ik haar,
’wat voor ons uitdraaide op inwoning bij een boer.’
’O, die smeerboel als de beerput overliep!’, roept ze uit.
‘Fecaliën, moeder, die in jouw woorden toen, á la de
Armada samenschoolden in de goot….’
‘Wat ìk nog goed weet’, verzucht ze, ‘is hoe wij daar
op het platteland tandakten naar een schep zeelucht.’

Weer hoor ik mijn nieuwe schooljuf bidden tot een ‘Heer’
die niet bestond (als ik mijn moeder geloven mocht); zèlf
dorstte ik naar de periodiek  ‘Wie,Wat, Waar,Wanneer?’,
met als mijn favoriete premieplaat de beeltenis van een
raadselachtig bloot, Aphrodite Anadyomene genaamd.

‘De dokter’, zegt moeder, ‘typeerde jouw val in vijandelijk
prikkeldraad als een vuurdoop, en ..’
Duurde het wachten in de
kliniek een eeuwigheid – tijd genoeg om te bepeinzen waarom
die zogeheten almachtige god dit alles toch toestaat, dat kwaad,
die rot oorlog (alleen al de Deutschfeindliche scheepsruimte
– in bruto registertonnen – die er de eerste oorlogsjaren volgens
persbureau Reuters dagelijks ’in de grond werd geboord’…)
– het hechten van de wond daarentegen was in een oogwenk
gebeurd.

Een projectiel als de halfjaarlijkse brief van het Rode Kruis:
het ergste vrezend zie je haar die openritsen – dood?
vermist? of misschien toch weer een levensteken?
Is het een wonder dat de uitdrukking ‘strakjes als’
permanent vóor in moeders mond bestorven ligt?

Wanneer honger en winter hen aan bed binden,
wijst de moeder de zoon in Duizend en Een Nacht,
net voor ook dit boek wordt verstookt, op de zeeman
Sinbad
– diens schipbreuk, diens volharding, diens geluk.
Enkel de kindertekening van een boot, wat kranten
tegen de tocht, en de wereldkaart aan de wand
(knopspelden registreren er het ‘landjepik’)
blijven nog zo lang voor de kachel gespaard.

Op de dag van het bericht dat ook deze vader
officieel wordt vermist, sneeuwt het haring en
Zweeds wittebrood uit de wolkenloze lucht –


Uit de diepte

ter nagedachtenis aan
M.P.J. van der Wacht,
Den Haag, 1906 – Sardonische zee, 1944

Er zwemt iemand over mijn graf.- De juiste plek?
Die staat exact in de scheepsverklaring vermeld.

Al sinds die oorlog rusten mijn resten hier op een
geïmproviseerd bed, maar mijn dood houdt dankzij
een nabestaande hardnekkig stand, al nadert de rij
overlevenden thans in een versneld tempo zijn eind –

De zee hier is twee honderd vaam diep. Op je eentje
duiken lijkt me te gewaagd. De toegang die de mijn in
de scheepshuid sloeg, staat als altijd open voor bezoek –

 

feut

opnieuw lente een gloed
tussen dood en geboorte

waar een feut zit te broeden
op de ingevroren narcissen

met de vreselijke woorden
van geen zon die wil gloren

 

lente bij hoog en bij laag

Opvlucht van dwarrelende blink wiens
saltomortales zich mengen met mus en getsjilp
omstreeks het daktuimelraam alwaar mijn
onzalige, buitelende kater

Tik later weerstaat zwaan de slagkracht
van een minnaar – plons kreet en snavel
in poldervaart die op eindeloos uitloopt

Na zo’n moment waar je bij hoog en bij
laag zwoer dat hij echt was die leeuwerik

 

Afvragen

Nadenkend over stad rijzen er  vragen  als
Verhaal of gedicht?  Voor jong en/ of oud?
Schepje zoet, puntje zout? Wie is hier ik?       

Waarom hij nu net een bankkraak beraamt,
zij op de fiets haar cliënten bezoekt, en jij
aan een stickie sabbelt in de koffieshop.

En ik? Die overziet op de luchtkaart vrijwel
alle buurten en straten. Weegt risico´s.
Vraagt af. Ziet heuse kansen –  Jenseits von
Gut und Böse? –

Verzwijgen

Wil het stilletjes ondersneeuwen
Voluit betekenisloos witte vegen

Met geen winterwoord te verven
Door geen oogwenk in te perken
Niks dan niets wordt er vergeven

Hartklop adem matglas doorkijk
Hoor hoe die het ook verzwijgen

 

Op het nieuwste jaar

(astrofysica)

‘im Ganzen is immer schon alles gezählt’
R.M. Rilke

…als in het morgenrood van ooit, op die eerste
ochtenstond, waar behalve licht geen ander
schrift bestaat, geen priemgetal, geen maat…

…wat later
met roze champagne en vodden bij de hand,
wij, als halfproduct van oerknal, god en
pandorische kunst en wetenschap…

Pandora

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pandora
John W. Waterhouse

 

Tante Sint en oom Piet
een moraliteit

sintenpiet

Voor wie gelooft duikt de vliegboot uit
Spanje weer op.- Mijn oom speelt voor
Piet, mijn tante voor Sint. Oom besnord
En bebaard, tante zorgvuldig onthaard.
Oom zweert bij een tok, tante bij naakt.

Verwacht hier geen kadoos uit de zak van
Oom Piet, geen ‘lief of stout’ uit de mond
Van mijn tante de Sint, ook niet het wit en
Zwart door het oog van een kind, noch het
Blindvaren op, en wie doet dat soms niet..

Op een speelse tik heb ik oom Wim zelden
Betrapt, de schoot van tante Fien verwekte
Blosjes die ik pas heel veel later doorzag –
En mijn tante Sint en oom Piet?- Die twee
Bruinen zich behagelijk ontkleed, zo niet
Aan Spaans strand, dan toch wel op hun

Zonnebaadbank

 

Herfstcyclonen

herfstcyclonen

 

 

 

 

 

Weer peren, Eva, herfstcyclonen.
Hoogseizoen voor oude dromers:
zijn blote hand onder de bank en
zij die deed of ze niks zag, maar in
de nablijfklas schrijft opa zich een
lamme arm, strafregels levenslang
Dwars door de schaamte heen want
straalverliefd kwadraat maal pi – de
afstand tussen rijtjeshuis en Paradijs

– en altijd keurig voor het eten thuis.

 

Veredeld licht

Een simpele vingerveeg, en we zwerven uit
over het wereldnet. – Ontdek jij nu een passende
voorgeschiedenis, dan test ik de nieuwste app.

Gehaaide diginauten zonder pen en boekenlast –
Knipogend naar Slim O’Dysseus, praten zij rad
Trojaanse paarden en hun aanhang van het web

En surfen ze op golven veredeld licht, aldoor
laverend tussen onbekend en gerenommeerd,
van Genesis naar Jongste Dag, en omgekeerd.

 

Obsidiaan

Oersteen om voor tot op de bodem te gaan.
Naam stamt van Obsius de ontdekker ervan.
Ons klompje vulkaan meet een kilo of drie.

De glasmeester heeft wel oren naar onze idee.
– Kwestie van chemie, vakwerk en fantasie.
Vaste prijs voor ieder van ons: een splinter

ziel. –
Een loopje met Faust? – Kom doe niet
zo flauw! –
En zo zoeken wij nog altijd naar
de enige naam voor deze trofee, van dit glas
hard glinsterend zwart

 

Voetbalheldendom

‘Ik heb mezelf nooit als een held gezien’
Wim Kieft

Voetbalheldendom Theo van der Wacht

Vier tassen markeren het plein tot een speelveld,
de mat van fijn asfalt.-  Je speelt er om de eer van
je straat, vandaag 6 tegen 5, wij buiten kijf met een
vliegende kiep, wiens bloedende knie ìnstaat voor
felheid en strijd.- ‘Zat deze nu wel ja dan niet, of
was het “over en naast”, dat balletje van een cent’.

De fluitist die er bij ons aan ontbrak staat de volgende
dag in de sportkrant, om de pienantie die hij al dan niet
gaf, om de schwalbe die hij als enige niet zag…

En nooit
zullen we zijn uitgepraat over dat schot zijkant paal
in de laatste minuut, over die teenlengte pech in de weg,
het minieme verschil tussen uitzinnig geluk en
peilloos verdriet.

Toch gaan we vandaag opnieuw onversaagd uit ons dak –
in de clubkleur, mèt spandoek, in ons eigenste vak –
voor een spelletje en een relletje, als eerbetoon en ter
herinnering, aan het voetbalheldendom

 

Nachtegalen

Zinnebeeld? Idool? Sinds mensenheugenis de eerste
viool in mythen, sprookjes, en verhalen. Wereldwijd
drager van namen als bulbul, rossignol, nightingale.

Vogel met zo’n staat van dienst, en toch de echte niet.
Die verbergt zich op een kwartiertje gaans van hier
in de gure voorjaarsnacht, in de afgerasterde natuur.

Daar nu te staan kleumen onder een straatlantaarn –
Zonder mobiel. Zonder woorden. Zonder partituur.
Met alleen maar die trillers uit een keel, het vurig
begin van sneeuw –

 

Cader Idris

De imker spreekt slechts Gaelic, vandaar
de gebarentaal, hem vroeg je naar de weg.

Je had je danig voorbereid op deze tocht
maar door damp en een kompas dat miswijst –

Terwijl je samen honing eet, melk drinkt
van de geit, keer je vliegenvlug

terug in de tijd. Je staat nu hoog
op de plaats zoals een voorzaat die beschreef:

behalve de sneeuw, alleen steen, gruis.
Er nooit dichter vandaan treur je thuis.

( Cader Idris: bergrug te Wales. ‘Wie er de nacht
doorbracht, ontwaakte er ’s morgens alleen als
krankzinnige of dichter…’.)

 

Alle vogels

‘April is the cruellest month’
Wasteland, T.S. Eliot

Vrij verklaarde vogel op de vlucht; een valstrik
plukt hem aanhalig uit de lucht.- Doodsangst tergt
de omgeknoopte strop, opschortend het finale moment –
de onwerkelijkheid: alle vogels behalve jij en ik

 

Verwachting

Nog 1 keerlus en het land ligt braak
Golvende kluiten schitterend zwart

Vorst vreet al nachten aan de grond
Verwachting dat het sneeuwen gaat

De stramheid van de ochtendkilte
Alleen het koffiezetsel zich betuigt

Buiten dolt de zon met nevelslierten
Regenboog om verzen in te weiden

 

Marcel van Eeden

Vloek

Zuidzuidwest
Der
Nordost wehet. Zeelicht inkt gewolkte zwart
legt blikseminslag bloot
Zo’n beeld verstaat zich
tegendraads
met wat de kijker leest
kantelt
de ogenblik die zwalkend
gat op gat bikt in de tijd.
Op het ontbijtbord restjes
gekleurde hagelslag als
bloedcel
voor de nieuwste dag die
aanschreeuwt uit het boek
van woorden licht en vrees, verenigd tot een vloek –

Citaat uit Andenken van Friedrich Hölderlin
Tekst geïnspireerd door een Vloek van Cor Gout en
het Tekenwerk van Marcel van Eeden

 

Barrières

…al is je mond gortdroog, je lippen gebarsten
en brandt je tong van wat je verzwijgen zal

Onvergelijkelijke herinnering aan, je zou het
willen uitschreeuwen maar

Kinderen, buren, de taalbarrières van….

 

Aloude nachtegaal

Al vroeg in China maakt men hem knap als
mechaniekje na, favoriete speeldoos van
menig potentaat en kunstenaar
………………………………………..Zanger, verleider,
bedrieger
……………Bulbul in het Perzisch, naleesbaar
in het Chinees
…………………..De mijne verbergt zich het gehele jaar door
op een zoekopdrachtje gaans –
……………………………………..zie de pixels waaruit hij
bibberend ontstaat, beluister de klanken
waarop hij ons blikkerig onthaalt –

Solist in digitaal grijs
…………………………….zijn silhouet
echt als surrogaat

 

Atopia

“Nooit iets van waarde meenemen op reis (…)
je moet bereid zijn alles te verliezen’.
Redmond O’Hanlon

Die naam praait om een schip
compleet met kraaiennest en uitkijk, zware ijsgang,
walvissen en mist
‘Ahoi boots, land in zicht.’

~~~~~~ ^^—-#~~~ Dit krabbeltje als eerste aanzet van
de cartograaf. – Nieuw land wordt onbegrensd
in kaart gebracht.

~~~~~~~~~~~~~~~

Een plof, een schok, en nu het helder wordt, blijkt dat ìk
de noodlanding heb uitgelokt
Ik gesp mijn gordel los,
doe afstand van bagage en mijn pas
‘Dear Liberty’,
met dank aan William Wordsworth volg ik als gids en
toeverlaat de eerste de beste wandelende wolk
I cannot miss my way’,

kompas noch kaart, laat staan een laptop, belemmeren
mijn gaan
te voet en liftend On the road die mij alles doet
vergeten wat ik er van weet
kriskrassend over de planeet.….

Grenzstein 37 –
foto Tanya van der Wacht
Stemwede- Levern

 

Tango en vrouw

O Màlena, hoe jij als tango en als vrouw:
zelfs in mijn slaap (ik droom een rokerig
lokaal) omhelzen wij La Yumba en elkaar

Onvermoeibaar achter-, zijwaarts, gancho,
zwaai – in overrompelende taal de zweepjes

van vocaal en bandoneon, tot plotseling die

schel

Nee, aan dit café kleeft geen nachtverbod,
enkel de timer van mijn radioklok, belletje
waarvan ik wakker schrok, als jammerlijk
slotakkoord.

 

Gepost in Home, Poëzie | Getagged , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Presentatie Extaze-reeks nr. 2 en 3, 12 november 2016

Graag nodigen wij u uit voor de presentatie van de tweede en derde uitgave
in de Extaze-reeks op 12 november a.s. in Den Haag.

Het eerste boek in de reeks, De mooie mond van Bobby Cespedes
van Ulises Segura, is uitgebreid en waarderend in de Nederlandse en Vlaamse pers besproken. Ook voor Annette van ’t Hull’s Grote meisjes en Rob Verschuren’s Stromen die de zee niet vinden zijn niet alleen onze verwachtingen hoog. Annette werd al eerder bekroond met de Nieuw Proza Prijs 2014. Het juryrapport roemde haar frisse, volstrekt eigen stijl. Over de verhalen van Rob Verschuren hebben diverse gevestigde schrijvers zich al lovend uitgelaten.
Een ‘writer’s writer’? We hopen op meer dan dat.
De boeken worden gepresenteerd in de mooie boekhandel Douwes,
Herengracht 60. Het programma begint om 16.00 uur.
Cor Gout zal Annette van ’t Hull interviewen, Kees Ruys zal het werk van de in Vietnam woonachtige Rob Verschuren inleiden en Femmy Fijten, kenner van Rob’s werk,
zal een korte bijdrage aan het programma leveren.
Hopelijk tot 12 november!
(Redactie Extaze)

Voor nadere informatie: redactie@extaze.nl, indeknipscheer@planet.nl, info@boekhandeldouwes.nl

CoverStromenvoorDef.indd
In een trefzekere, beeldende stijl neemt Rob Verschuren de lezer mee naar verre kusten. De verhalen in Stromen die de zee niet vinden doen on-Nederlands aan.
Ze roepen een echo op van Slauerhoff: eenzelfde gevoel van ontheemdheid, eeuwig verlangen en vereenzelviging met de buitenstaander. De mensen in deze elf verhalen zijn op zoek, al weten ze zelf niet altijd waarnaar. De omgeving waarin hun zoektocht zich afspeelt loopt uiteen van een Nederlandse fabriek tot het Franse platteland en van een naamloze woestijn tot een Aziatische badplaats.
Hoe alledaags of  uitheems sommige personages ook zijn, in het korte bestek van de verhalen komen ze tot leven. Ze zijn aandoenlijk in hun verlangens, wijsheid en dwaasheid. Zoals de blinde man die ervan overtuigd is dat hij met de mooiste vrouw
van de wereld is getrouwd, of het meisje dat iemand moet bijten
wanneer ze zich gelukkig voelt.
Avontuurlijk en exotisch, melancholiek en humoristisch: elk verhaal in deze bundel
is een fascinerende kleine wereld, waarin de zintuigen worden geprikkeld
en de fantasie aan het werk wordt gezet.

Rob Verschuren is in 1953 in Malden geboren. Hij was onder meer copywriter, restauranteigenaar en leraar Engels. Sinds het midden van de jaren tachtig woont hij
in het buitenland, eerst in België, vervolgens in Frankrijk en India en tegenwoordig in Vietnam. Het spanningsveld tussen verschillende culturen is een terugkerend thema in zijn werk en in zijn leven. Hij is getrouwd met een Vietnamese vrouw.
In 2013 debuteerde Verschuren in Tirade, daarna volgden publicaties in andere literaire tijdschriften, met name Extaze. Niet alleen als schrijver, maar ook als lezer heeft hij een voorkeur voor korte verhalen, vooral die van Isaak Babel, Flannery O’Connor
en Anton Tsjechov.

Cover Grote meisjes
Een vakantieliefde in eigen stad. Zo denkt Ramona, de moeder van Elian in het verhaal
Een feestvlag op een plastic steel, terug aan het jaar waarin ze Elians vader ieder weekend zag. Inmiddels weet ze dat het leven meestal geen feestje is,
ook al koop je nog zo veel slingers en ballonnen.

Net als de tien andere personages uit Grote meisjes lijkt Ramona haar leven soms
te ervaren als een jas die niet helemaal past – alsof ze ooit iets uit de verkleedkist heeft aangetrokken dat te groot voor haar is. Toch moeten er in al die levens op cruciale momenten beslissingen worden genomen en knopen worden doorgehakt. Ook Ramona neemt haar eigen beslissingen. Voor zichzelf en voor haar zoon. Wat al gebroken is, hoeft niet nog verder kapot, denkt ze. Of toch?

Grote meisjes is een verhalenbundel waarin de personages door verborgen frustraties en verlangens tot onconventionele en vaak onomkeerbare beslissingen worden gedreven.

Annette van ’t Hull (1978) heeft een fijn oog voor haarscheurtjes in illusies en verwachtingen. Ze paart een gevoel van verwondering over het handelen van haar personages aan een subtiele humor. In 2014 won ze de Nieuw Proza Prijs voor het beste debuut van 2013 in een literair tijdschrift (Extaze). Grote meisjes is haar eerste verhalenbundel.

De Extaze-reeks, een gezamenlijk initiatief van het literair tijdschrift Extaze en
Uitgeverij In de Knipscheer, is een serie debuten van auteurs die eerder in Extaze publiceerden en verschijnt onder wisselende redactie van Cor Gout en Kees Ruys.
De vormgeving is in handen van Els Kort.

Gepost in Extaze-reeks, Home | Getagged , , , , , , , | Plaats een reactie

3 november presentatie Extaze-reeks 2, ‘Grote meisjes’ van Annette van ’t Hull

Op donderdag 3 november zal in de Arnhemse boekhandel
Hijman Ongerijmd een nieuw debuut ten doop worden gehouden:

Grote meisjes
van Annette van ’t Hull

de tweede uitgave in de Extaze-reeks,
een serie debuten van talentvolle auteurs die eerder in
het literaire tijdschrift publiceerden.
Aanvang: 20.00 uur.
M.m.v. Theo Beneder van boekhandel Hijman Ongerijmd,
Cor Gout (o.v.b.), Franc Knipscheer, Lili de Ridder, Peter de Rijk en
Suzanne Gerrits (power poete)

Mocht u niet in de gelegenheid zijn om naar Arnhem af te reizen,
er volgt nog een presentatie in boekhandel Douwes in Den Haag,
waarbij ook het derde deel van de Extaze-reeks ten doop wordt gehouden.

Cover Grote meisjes

Een vakantieliefde in eigen stad. Zo denkt Ramona, de moeder van Elian in het verhaal Een feestvlag op een plastic steel, terug aan het jaar waarin ze Elians vader ieder weekend zag. Inmiddels weet ze dat het leven meestal geen feestje is, ook al koop je nog zo veel slingers en ballonnen.

Net als de tien andere personages uit Grote meisjes lijkt Ramona haar leven soms te ervaren als een jas die niet helemaal past – alsof ze ooit iets uit de verkleedkist heeft aangetrokken dat te groot voor haar is. Toch moeten er in al die levens op cruciale momenten beslissingen worden genomen en knopen worden doorgehakt. Ook Ramona neemt haar eigen beslissingen. Voor zichzelf en voor haar zoon. Wat al gebroken is, hoeft niet nog verder kapot, denkt ze. Of toch?

Grote meisjes is een verhalenbundel waarin de personages door verborgen frustraties en verlangens tot onconventionele en vaak onomkeerbare beslissingen worden gedreven.

Annette van ’t Hull (1978) heeft een fijn oog voor haarscheurtjes in illusies en verwachtingen. Ze paart een gevoel van verwondering over het handelen van haar personages aan een subtiele humor. In 2014 won ze de Nieuw Proza Prijs voor het beste debuut van 2013 in een literair tijdschrift (Extaze).
Grote meisjes is haar eerste verhalenbundel.

De Extaze-reeks’, een gezamenlijk initiatief van het literair tijdschrift Extaze en Uitgeverij In de Knipscheer, is een serie debuten van auteurs die eerder in Extaze publiceerden en verschijnt onder wisselende redactie van Cor Gout en Kees Ruys.
De vormgeving is in handen van Els Kort.

Boekhandel Hijman Ongerijmd, Grote Oord 15, Arnhem
https://goo.gl/maps/qL8kNtYLPwt

Gepost in Extaze-reeks, Home | Getagged , , , , , , , , , , , | Plaats een reactie

WOORD in het Nutshuis: bekendmaking winnaars voor een publicatie in Extaze

WOORD is een literatuurprogramma geïnitieerd en georganiseerd door het Nutshuis in Den Haag. Het open podium en de speeddates van 15 oktober j.l. hebben twee winnaars opgeleverd, Lidy Groenewegen met het korte verhaal Wegwerker en het gedicht Goedlachs van Dewi de Nijs Bik.
De winnaars zijn bekend gemaakt door Mischa van den Brandhof, medewerker Extaze.

Hieronder het juryrapport van Extaze voorgedragen op 15 oktober:

Extaze is een literair tijdschrift dat zijn redactie voert in Den Haag, in Haarlem wordt uitgegeven en bijdragen opneemt uit heel Nederland en Vlaanderen. Extaze bevat essays, korte verhalen, gedichten, (en beeldende kunst) van gevestigde schrijvers, maar ook van nieuwe talentvolle schrijvers.

De rijke inzendingen voor WOORD voerden ons mee langs de wegwerker bij kapotte stoplichten, van vlinders op de vensterbank naar de gorilla’s in Artis, van de dood van een broer tot de dood van een vader, van de eerste keer tot een obsceen verzoek in de trein, van de kansen in je handen tot het obstakel dat we moeten overwinnen om te komen waar we uiteindelijk willen zijn.

Voor ik de winnaars bekend maak, een bemoedigend woord aan de schrijvers. Wat zijn jullie dapper dat je mee gedaan hebt! En ga door! In de woorden van Ierse (toneel)schrijver en dichter Samuel Becket: Fail, fail again, fail better.

Het winnende verhaal is… Wegwerker van Lidy Groenewegen. Het is een klein, sympathiek verhaal, met subtiele humor, dat in kort bestek veel zegt over het bestaan van een uitgerangeerde werknemer. Het is origineel en goed geschreven. Het heeft een mooie spanningsboog met een twist, die doet lachen.

Het winnende gedicht is… Goedlachs van Dewi de Nijs. Het taalgebruik is simpel, maar tegelijkertijd heel beeldend. Het werkt heel direct en met weinig woorden weet het een intieme sfeer op te roepen. Er zit ruimte en poëzie in.

Het gedicht zal gepubliceerd worden in de volgende Extaze, uitgegeven door In de Knipscheer, het verhaal komt op de website. Gefeliciteerd, Lidy en Dewi!

 

Gepost in Home | Getagged , , , , , , | 1 Reactie

Expositie ‘Baanbrekende vrouwen’

Alle originele tekeningen van Extaze 19 van Wendela de Vries, (en nog 6 méér) zijn t/m 6 november 2016 in kleur en ingelijst te zien en te koop
in de Houtrustkerk, Beeklaan 535 Den Haag.
Wilt u gaan kijken, bel dan eerst met de koster: 0639223150
houtrustkerk.nl

Wendela de Vries

Gepost in Geen categorie | Getagged , , | Plaats een reactie

Avondlog: Wim Noordhoek over de nieuwe Extaze: ‘Vrouw en Literatuur’

De andere Aagje en Betje

Uit een brief van Elisabeth Wolff. In 1785 schreef de dan 46-jarige Betje aan een jonge Friezin, een fan die haar raad vroeg inzake trouwen; ‘Ik ben te veel een vriendin van de fraaie natuur om niet sterk voor het huwelijk te pleiten – niet voor mijzelf, dat bleek; 8 jaar weduwe nooit meer van datte mijn kind; maar jonge gezonde mensen moeten trouwen als er een basis is voor en gelukkig leven..’

Wolff en Deken en seks? Er was in hun tijd geen andere decente weg dan langs het huwelijk. Maar toch. Marleen de Vries legt het bondig uit: ‘Al even libido verlagend zijn enkele gravures waarop de auteurs oud, tandeloos en met kanten huismutsen zijn af­gebeeld. Dat de eerste seksuele revolutie plaatsvond in de achttiende eeuw, en dat die eeuw in essentie libertijns was wordt licht vergeten.’

Saartje Burgerhart, de heldin van hun bestseller maakt een ‘misstap’ die lijkt op wat Elizabeth zelf op haar zeventiende overkwam. Ze neemt de benen met een minnaar: ‘Ik zou niets God ter wereld gedaan hebben dan mijn lieve jongen beminnen en nacht & dag mijn hersenen hebben gebroken, om toch zijn hele hart te behouden, want ik zou er geen klein stipje van hebben kunnen missen, al was het nog zo groot als een speldenknop.’ Maar de volgende dag keert ze alweer naar huis terug. ‘Gebroken.’

Van Annie M.G. is er de regel die een generatie vormde: ‘Ik ben lekker stout’ (1954). Zonder Annie geen Provo, denk ik dan. De bibliothecaresse die Nederland omkeerde. Toepasselijke tekeningen van Wendela de Vries door het nummer heen!

Avondlog Wim Noordhoek, 14-10-2016

Gepost in Geen categorie | Getagged , , , , , , | Plaats een reactie

Nieuwe woorden, door Christian Oerlemans

Mijn geliefde is afwezig, zij schildert in het buitenland. Moet ik dus zelf voor mijn gezonde voeding zorgen. Gelukkig hebben wij een Voedingscentrum, dat helpt. Vandaag gaat de campagne van start: ‘De waarheid op tafel’. Voedingscentrum vindt dat we meer moeten nadenken over wat we eten en drinken. En de etiketten lezen: ‘Op de verpakking van producten staan een heleboel teksten, tabellen en logo’s. Dit noemen we het etiket. Maar wat heb je aan al deze informatie? Een heleboel. Als je weet hoe je het etiket leest, kies je makkelijker voor gezonde, veilige en duurzame boodschappen’.
Denk ik meteen aan E-nummers, met de E van Europese Unie. Het zijn er tientallen, zo niet honderden. Even een tip: pas op voor de nummers E 102 t/m E 133, allemaal synthetische kleurstoffen. E 141 t/m E 155 trouwens ook, evenals 173 t/m 182. Zo heb je er al een stuk of vijftig en dat zijn nog alleen maar de kleurstoffen. Van conserveermiddelen is de lijst nog veel langer. Enfin, de meeste E-nummers hebben niet de E van Eerlijk Eten.
En dan het drinken. Frisdranken. Allemaal suiker, en suiker is vergif, dat weten we nu wel. Melk dan? Haha, dat was héél lang geleden goed voor elk. Koeienmelk is moedermelk voor kalveren. Nou ja, dat wás het ooit. Het leek zo’n mooie gratis voedselvoorziening voor de mens. Je stopt er gras in en er komt melk uit. Voorouders (niet in India natuurlijk) aan het fokken totdat die arme koeien enorme uiers meezeulden. Je moet ze na de winterstop eens de wei zien in huppelen, ze struikelen er bijkans over. De meeste koeien weten trouwens niet meer wat de wei is. Ze staan tussen dranghekken met hun kont naar de melkmachine. Natuurlijk komt er ook stront uit een koe. Veel zelfs. En nog erger (maar dat wil niemand hardop zeggen) koeien laten veel scheten, zoveel scheten dat ze wereldwijd voor veel meer opwarming zorgen dan alle auto’s bij elkaar, want methaan heeft 25% meer impact op het broeikaseffect dan CO2. In Nederland alleen al staan ruim anderhalf miljoen koeien te ruften. Kunnen we dan die scheterigheid van de koe niet verminderen? Daar wordt universitair over nagedacht en het schijnt dat een mengsel van kerrie en prei een vermindering van 40% teweegbrengt, met als nadeel dat de melk naar prei smaakt. Maar methaan, dat is toch gas, daar kun je op koken. Ook een idee, maar het is nog niet gelukt om de koeien een gasleiding aan de kont te hangen. Wel hebben we de mestvergister (nieuw woord!). Als je de mest laat gisten komt er gas vrij en daarmee kun je de elektriciteitscentrale stoken. Hoewel er mestvergisters te koop zijn uit failliete boedels van (te) optimistische boeren is minister Kamp (net als Jesse Klaver- hé klaver dat eten koeien ook) positief over de monomestvergister (weer een nieuw woord het lijkt wel Duits) die gefinancierd wordt door – hoe kan het ook anders – zuivelproducent Friesland/Campina. Ja, want wat moet je nog als zuivelproducent als de melkkoe wordt afgeschaft. Zou trouwens een nóg betere oplossing zijn en nog diervriendelijker ook. Wat moeten we met al die melk, dit ideetje van onze voorouders is al lang naar de quota.
Maar genoeg over koeien, hoewel je ze ook kunt eten. Vlees eten is ook niet meer zo nodig schijnt het. Nog een reden om het scheterige vee af te schaffen. Hoewel dat wel enige religieuze opschudding zal geven.
Over vlees eten gesproken: wie is vergeten hoe die kleine Sanne Wevers op de Olympische Spelen de gouden plak won bij het turnen? En hoe kwam dit nou? Omdat ze vanaf 2010 gezond is gaan eten. In ‘Fit met Voeding’ zei zij eenstemmig met haar tweelingturnzus (hé alweer een nieuw woord) Lieke dat hun grootste verandering was dat ze van mager en light waren overgeschakeld op vol en vet, met veel meer fruit en – ja hoor – meer vlees! Je kunt hier eigenlijk spreken van omturnen. Toch een hele geruststelling; straks gewoon lekker die gehaktbal op mijn bord.
Gezond eten heeft een nieuwe groep eetafwijkers gevormd, de orthorexianen (je wordt gek van al die nieuwe woorden). Deze mensen met orthorexia, schijnen patiënt te zijn, hoewel ze uitsluitend het allergezondste eten eten.
Ander soort patiënten zijn zij die het allerongezondste drinken. In ons land schijnen we ruim 400.000 klasse 4 drinkers/sters te hebben, de zwaarste klasse. In de lichtste klasse 1 hebben we er vijfenhalf miljoen. Gevolg is katerschade (hé alweer een nieuw woord) bij het bedrijfsleven. Door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu is dit becijferd op 1,7 miljard euro per jaar, toch al gauw 1,7 miljard liter bier dus. Het schijnt trouwens dat vooral ook in sportkantines flink wordt gedronken. Sporters doen alles om beter te presteren. Ooit speelde ik golf met een single handicapper – zo heet dit als je héél goed bent met een héél lage handicap, professionals hebben geen handicap, althans niet in golf – en deze jongen zette een kratje met 24 flesjes in zijn golfkar (het was in het buitenland en warm) en na negen holes was het kratje leeg en haalde hij een nieuw kratje. Toch speelde hij een fantastische partij. Je hoort ook wel eens dat chirurgen een vaste hand hebben als ze drinken. Ik heb zelf een héél goede opticien gekend… enfin, inmiddels is het hackerscollectief (jeetje alweer een nieuw woord) genaamd Fancy Bears erin geslaagd om van minstens 120 topsporters de medische status te lekken. Zij willen aantonen dat veel topsporters geautoriseerd slikken, zoals Froome omdat hij astma heeft (vraag het maar aan wielrenner Tom Dumoulin) en de Russen natuurlijk. Je kunt je afvragen of top politici, top ondernemers, top artiesten schoon zijn wat dit betreft. De top bokser in het zwaargewicht, Tyson Fury, gebruikte cocaïne en na onlangs betrapt te zijn stopte hij met boksen. Zei hij:’ boksen is het meest trieste dat ik ooit heb gedaan, het is een grote ellende, ik ben de beste en ik stop ermee’. Dit overigens nadat hij pakweg 15 miljoen pond had verdiend.
Hij had trouwens een simpele oplossing voor het dopingprobleem: ‘Why don’t they just make drugs totally legal in sports, then everybody would be taking drugs, then it would be fully fair then, wouldn’t it? If everyone was taking drugs then it would be fairer I think because you can’t tell me that 99 per cent of these sports people ain’t taking drugs when they’ve got bodies like Greek gods’.

En o ja, hoewel weinig met het voorgaande te maken vind ik sjoemelzaad ook een leuk nieuw woord. Wie sjoemelzaad zaait zal sjoemelkinderen oogsten.

Gepost in Column Oerlemans, Home | Getagged , , | Plaats een reactie

Foto’s Extaze in de Houtrustkerk, presentatie Extaze: ‘Vrouw en Literatuur’

Met bijdragen van: Charlotte D’Eer, Arthur Ebeling, Ronald de Jong, Ingrid Rollema, Heidi Koren, Joke Linders.

Foto’s: Eric de Vries

Gepost in Home | Getagged , , , , , | Plaats een reactie